Nicolaas Stam wil als beiaardier muziek uitstrooien over de stad: „In de hoop dat mensen een geluksmomentje beleven”

Nicolaas Stam is een van de vijf studenten van de Nederlandse Beiaardschool, die onderdeel is van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Vanaf komend leerjaar biedt de KHU naast de beiaardstudie de mogelijkheid om het gecombineerde curriculum orgel-beiaard te volgen.
Docent Christiaan Winter (59) zit op een stoel naast de beiaardbank. Af en toe zingt hij mee. Soms trapt hij op de rem om het werk nog mooier te laten klinken. „Er staat pianissimo. Probeer het begin daarom nog iets zachter te krijgen. Dit kun je voor elkaar krijgen door de toetsen niet helemaal tot het vilt in te drukken.” Nicolaas’ poging lijkt geslaagd: „Ja, mooi.” De student zet op zijn iPad een rode kring om de noten waar Winter hem op wijst. Even later vraagt hij advies hoe hij het beste zijn vingers op de toetsen kan zetten. Verderop in het stuk adviseert Winter een passage meer als begeleiding te laten klinken. „Anders raken arme luisteraars in de war, omdat ze niet goed weten waarnaar ze moeten luisteren.”
De les gaat verder met een bewerking van een deel uit ”Die schöne Müllerin”, een liederencyclus van Schubert. Winter: „In het origineel wordt gebonden spel verlangd, maar dat valt niet op een beiaard te realiseren. Je kunt legato suggereren door iets meer met je handen te strijken, door te wandelen over de toetsen.” Later: „Probeer de rechterhand meer te laten zingen. De melodie ligt vrij hoog. Zorg dat die niet prikkerig klinkt. Denk tijdens het spelen bijvoorbeeld aan het golven van een bloemenveld.”

Levensbehoefte
Nicolaas probeert klokken te laten zingen en zijn stem te laten klinken als een klok, valt te lezen op zijn Facebookpagina. De inwoner van Kampen zit in het tweede jaar van zijn beiaardstudie. Daarnaast zingt hij en speelt hij klavecimbel. „Muziek behoort tot mijn eerste levensbehoeften, net als eten en slapen”, vertelt hij.
Sinds 2012 is hij lid van het Kampen Boys Choir. Daarnaast zingt hij als bariton regelmatig bij gezelschappen als Ars Musica, Collegium Sint-Jan en de CantateKaravaan. „Zingen is de meest pure vorm van musiceren. Ik heb sterk getwijfeld tussen de studie beiaard of zang, maar omdat mijn stem twee jaar geleden nog volop in ontwikkeling was, besloot ik het eerste te kiezen en eventueel later een zangstudie te doen.”
Het klavecimbel bij hem thuis noemt de beiaardstudent als zijn vriend tijdens de coronaperiode. „Corona viel samen met mijn stemwisseling. Er was geen sociaal leven meer én ik kon een tijdje niet zingen. Dat was pittig. Toen heb ik mij fanatiek op het klavecimbel gestort, onlinelessen aan de muziekschool in Kampen gevolgd en mij veel stukken eigen gemaakt. Ik heb nog steeds les en speel graag met anderen samen. Inmiddels vorm ik met twee musici die een viola da gamba bespelen het ensemble L’Amitié Musicienne.”
Waar komt de passie voor de beiaard vandaan? „Mijn vader, Jasper Stam, is beiaardier en als hij ’s zomers her en der speelde, ging ik met hem mee. Zo groeide mijn liefde voor de beiaard. Ik vind het heerlijk om nu zelf muziek uit te mogen strooien over de stad. In de hoop dat mensen een geluksmomentje beleven, omdat ze een melodie herkennen of genieten van de sfeer waarvoor ik als beiaardier zorg.”
Vredig gevoel
De beiaardstudent geniet van de afwisseling tussen het optreden als zanger en het bespelen van een carillon. „Een zanger staat in het centrum van de belangstelling, terwijl een beiaardier in de anonimiteit bezig is.” In een kerktoren musiceren bezorgt Nicolaas een „vredig” gevoel. „Je zit er tussen hemel en aarde en ontstijgt even het alledaagse. Het leuke van het beiaardierschap is dat je speelt voor de mensen op straat, met ieder een eigen smaak. Omdat er weinig muziek voor het carillon is gecomponeerd, bewerken beiaardiers bestaande stukken en maken die geschikt om op hun instrument te laten horen. Mijn programma voor een marktbespeling? Bijvoorbeeld iets van de barokcomponist Buxtehude, een Franse chanson, een Zuid-Amerikaanse tango, een werk van Mozart en een popliedje. Altijd kies ik enkele bekende werken om de aandacht te trekken.”
Elk carillon klinkt anders. „De een warm en zangerig, terwijl een ander klokkenspel een meer schelle klank heeft. Mijn top drie? Schoonhoven, Amsterdam en Gouda. Het instrument van Schoonhoven klinkt fraai en de toren staat op een prachtplek in het dorp. Het carillon in de toren van de Oude Kerk in Amsterdam heeft een speciaal plekje in mijn hart. Toen ik een werk van Sweelinck op deze beiaard hoorde spelen, besloot ik beiaardier te worden. Ik vind Gouda een geweldige stad en het instrument van de Sint-Janskerk ontzettend mooi.”
Hoe Nicolaas’ toekomst eruitziet, is onduidelijk. „Je weet nooit welke plekken er vrijkomen en hoe sollicitatieprocedures verlopen. Het enige wat ik kan doen, is zo goed mogelijk proberen te worden. Onder andere door dagelijks ten minste twee uur te studeren op een oefenbeiaard.”
Welke uitdagingen heeft een beiaardier? „Als musicus maak je je druk om de kleinste details. Hoog in een toren moet je die uitvergroten, omdat ze anders niet overkomen bij het publiek. Transparantie is onmisbaar, want als er te veel klokken tegelijk klinken, ontstaat er een klankwolk die voor onduidelijkheid zorgt.”
Lange lijnen
Improviseren voor medestudenten blijft spannend, vindt Nicolaas. Toch mag hij het spits afbijten tijdens een groepsles improvisatie. Vijf mensen kijken en luisteren naar zijn verrichtingen. Naast docent Christiaan Winter drie andere beiaardstudenten, twee mannen en een vrouw. Nummer vijf, een student viola da gamba en orgel, probeert waar mogelijk een graantje van de beiaardlessen mee te pikken.
Na de laatste noot klinkt een applausje. Winter geeft Nicolaas wat adviezen: „Het middendeel zou meer koraalmatig kunnen zijn. Maak langere lijnen en zorg voor een compacter geheel. De langste improvisaties zijn niet automatisch de beste.” Nicolaas mag zich nog eens laten horen. „Hier zat meer power in en veel meer een kop en staart aan”, oordeelt de docent. „Dat je af en toe misslaat, is geen probleem. Ik vind het juist stoer dat je dan gewoon doorspeelt.”
Verstilling
Beiaardier en gastdocent Wim Ruitenbeek tekent voor de groepsles lichte muziek. Van de vier studenten neemt nu Casper Struijk (21) het voortouw. Hij begint met het lied ”Les amants de Paris” (De geliefden van Parijs) van zangeres Édith Piaf. „Het klinkt smeuïger dan vorige week. Lekker ook, dankzij de tussennootjes en gebroken akkoorden”, reageert Ruitenbeek. „Pak iets meer uit met de melodie. Zorg verder voor wat meer ritme in de bas, zodat mensen op straat mee kunnen deinen.” Tegen de andere studenten: „Hebben jullie nog tips voor Casper?”
„Vertaal de sfeer van een liedje naar de beiaard”, adviseert de docent iets later. „Om te voorkomen dat het als een brij klinkt, moet je niet alle noten willen spelen. Het gaat op een beiaard om de suggestie. En niet alles hoeft spectaculair te klinken. Zorg voor momenten van verstilling, bijvoorbeeld door de muziek te laten doorkabbelen.” Casper probeert de tips in de praktijk te brengen. Ruitenbeek: „Mooi gedaan, met een prachtig slot.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine
- Klassieke muziek
















