Onderzoek naar plotse stijging aantal abortussen ligt politiek uiterst gevoelig
Het aantal abortussen steeg in korte tijd naar bijna 40.000 per jaar. Een verdere toename valt niet uit te sluiten. Politiek gezien ligt alleen al een onderzoek naar de stijging van het aantal abortussen uiterst gevoelig.

Van 2012 tot 2021 vonden er in Nederland ongeveer 30.000 abortussen per jaar plaats. In 2022 waren dat er 35.606 en in 2023 niet minder dan 39.332, blijkt uit cijfers van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het is „goed mogelijk” dat de stijging verder doorzet, denkt de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV).
Vanwaar deze omslag? Wat is de oorzaak van deze stijging? Die vraag stond centraal in debatten over medische ethiek in het achterliggende jaar.
Een grote minderheid in de Tweede Kamer wil niet weten hoe het zit. Het gaat om de partijen GL-PvdA, VVD, D66, SP, PvdD, Volt en JA21.
Deze partijen nemen een opmerkelijke positie in. Staatssecretaris Karremans (VVD), tot voor kort beleidsverantwoordelijk voor medische ethiek, had geen bezwaar tegen een objectief onderzoek. Terwijl de bewindsman het voor progressieve partijen belangrijke standpunt inneemt dat vrouwen zich nooit hoeven te verantwoorden over een abortus.
Ondanks de weerstand besloot een Kamermeerderheid uiteindelijk dat onderzocht moet worden welke „mogelijke oorzaken en andere relevante factoren” de stijging verklaren. Initiatiefnemer NSC sprak zijn „zorgen” uit over de ontwikkeling. Ook PVV, BBB, DENK, FVD en de christelijke partijen steunden de opdracht aan een onafhankelijk onderzoeksbureau om bij de evaluatie van de abortuswet duidelijkheid te bieden over de toename.
Registratie motief abortus verdeelt christelijke en cultureel-conservatieve partijen
Is de stijging te wijten aan de dalende populariteit van hormonale conceptie? Maken zwangere vrouwen die een abortus overwegen zich in toenemende mate zorgen of ze nog rond kunnen komen? Welke rol speelt het afschaffen van de verplichte bedenktijd? En hoe groot zal het effect zijn van het aanbieden van de abortuspil bij de huisarts? Wellicht dat de evaluatie van de abortuswet daar meer duidelijkheid over biedt.
Oppervlakkiger houding
Een select deel van de Tweede Kamer is er echter van overtuigd dat er meer aan de hand is. Gaat er achter de plotse stijging een oppervlakkiger houding schuil ten opzichte van abortus? Wordt het steeds normaler om een kindje te laten weghalen?
Dat kan samenhangen met de manier waarop abortus door progressieve partijen gepresenteerd wordt: als een normale vorm van zorg. Of door het voorstel om abortus als mensenrecht vast te leggen.
De SGP pleitte eerder dit jaar voor onderzoek dat een spade dieper gaat. De partij stelde voor om de „motieven” van vrouwen voor een abortus voortaan te laten registreren. Deze informatie zou dan jaarlijks, anoniem en samengevat, openbaar gemaakt kunnen worden door de IGJ.
Het registreren van motieven voor abortus wordt door progressieve partijen gezien als een suggestie dat „vrouwen lichtzinnig of gemakzuchtig kiezen voor een abortus”, zoals VVD-Kamerlid Bevers het verwoordde. Zijn toon was fel. De VVD’er verweet SGP, BBB en CU „een gebrek aan inlevingsvermogen”.
Onwenselijk
Andere progressieve Kamerleden denken er net zo over. Net als beleidsverantwoordelijk staatssecretaris Karremans. Hij noemde het registratieverzoek „zeer onwenselijk”. Ondanks dat er nog geen stemmingen gehouden waren, zei hij: „Ik ga dat niet doen.”
Het voorstel werd uiteindelijk verschillend beoordeeld door de christelijke partijen: de ChristenUnie is voor, maar het CDA tegen. Ook cultureel-conservatieve partijen stemden verdeeld. FVD en BBB steunen het voorstel; PVV, NSC en JA21 zijn tegen. Het voorstel haalde het uiteindelijk niet.
Het verbeteren van de zorg voor een onbedoeld zwangere vrouw was voor de SGP de achterliggende reden om motieven voor een abortus voortaan te laten registreren. Als blijkt dat geldzorgen in toenemende mate de doorslag geven voor een abortus, zou er extra financiële ondersteuning georganiseerd kunnen worden.
Een vijftal partijen wil dat abortus uit het Wetboek van Strafrecht wordt gehaald
Een groot deel van de Tweede Kamer heeft overigens geen behoefte aan maatregelen waarmee ze onbedoeld zwangere vrouwen aanvullend kunnen ondersteunen. De SGP legde eerder dit jaar het verzoek neer bij de regering om in kaart te brengen hoe onbedoelde zwangerschappen voorkomen en onbedoeld zwangere vrouwen geholpen kunnen worden. GL-PvdA, VVD, D66, PvdD, Volt en JA21 steunden het informatieverzoek voor extra hulp niet.
Wetboek van Strafrecht
Uit de verkiezingsprogramma’s blijkt dat een aantal partijen een volgende stap wil zetten om de abortuspraktijk te normaliseren. Als het aan GL-PvdA, VVD, D66, PvdD en Volt ligt, komt abortus niet langer aan bod in het Wetboek van Strafrecht. De VVD voegt daar als voorwaarde aan toe dat „er een volwaardig alternatief is dat vrouwen beschermt en de termijn regelt”.
GL-PvdA en D66 gaan nog een stap verder. Zij willen dat het recht op abortus wordt verankerd in de Grondwet.
Als het gaat om de termijn tot wanneer een abortus toegestaan is, is er een aantal partijen dat deze grens wil verlagen. SGP en ChristenUnie wijzen beide op de medische ontwikkelingen die gunstig zijn voor de levensvatbaarheid van ongeboren kinderen. Om die reden willen beide partijen een lagere grens dan 24 weken.
FVD pleit concreet voor een abortustermijn tot 16 weken. DENK wil de Nederlandse abortusgrens verlagen en meer in lijn brengen met de grens in Duitsland en België. BBB vindt dat er zorgvuldig gekeken moet worden naar de wekengrens. JA21 schrijft dat het belangrijk is een debat over de abortusgrens te blijven voeren.
Abortus is in Nederland weliswaar toegestaan, maar het debat erover gaat door. Ook na de Tweede Kamerverkiezingen.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Tweede Kamerverkiezingen







