MuziekReportage

Jubilerende Roden Girl Choristers streven naar serene en stralende klank

Ze ontstonden ooit uit het Roder Jongenskoor, maar vormen nu al 25 jaar een koor van naam: de Roden Girl Choristers. Zaterdag vieren de muzikale meiden hun jubileum met een concert in Groningen.

Groep jonge meiden staat te zingen in een vierkant achter lessenaars. Rechts zit een vrouw achter de piano die met haar hand aanwijzingen geeft.
De Roden Girl Choristers repeteren voor hun jubileumconcert. beeld Huisman Media

„Ka-a-a-a-ak-ker-lak!” De stemmen van de achttien meiden galmen door de kleine kerkzaal in Roden, deze vrijdagavond rond halfzes. Ze zijn aan het inzingen. Zojuist hebben ze door hun handen in de rug te zetten ervoor gezorgd dat ze op de juiste manier ademen. Nu mogen ze hun stembanden gaan inzetten. „Let op een verticale mondstand en houd je aandacht bij de ademhaling”, zegt dirigent Sonja de Vries (45). De meiden kijken geconcentreerd. Sommigen leggen hun vingers naast hun mond om de verticale mondstand te controleren.

Na dezelfde oefening met papegaai, krokodil, kitten en pissebed pakken de choristers de serieuzere muziek erbij. ”O nata lux” van Thomas Tallis, een van de stukken die ze zaterdag zingen tijdens hun jubileumconcert in Groningen. „Dit muziekstuk gaat over licht”, zegt De Vries. „Het mag zo klinken alsof er een stralenkrans om je heen komt en je die aan de mensen wilt overdragen.”

Roeping

De Roden Girl Choristers (RGC) ontstaan in september 2000 vanuit de opleidingsgroepen van het bekende Roder Jongenskoor, waar behalve jongens ook meisjes welkom waren. Maar volgens Sonja de Vries hingen de meisjes er jarenlang „maar een beetje bij”. „Je moet een eigen dirigent voor een koor hebben. Die taak heb ik vanaf september 2008 opgepakt.”

Vrouw van middelbare leeftijd met blond haar en een blauwe blouse kijkt lachend in de camera. 
Sonja de Vries. beeld Huisman Media

De RGC beginnen met veertien meiden van wie de oudste 11 jaar is. De Vries, die orgel, piano en klavecimbel studeerde aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika, pakt het voortvarend aan: ze plant meteen een reis naar Engeland, het hart van de anglicaanse koortraditie. „Dat bleek enorm waardevol te zijn. Ik kon de meiden meenemen in wat we probeerden te doen. Zo begrepen ze waar onze manier van zingen vandaan komt.” Liturgisch zingen ervaart De Vries als „haar roeping”. „Ik ben zelf christen. Evensongs en Festivals of Lessons and Carols (vieringen waarbij naast koorwerken ook gedeelten uit de Bijbel worden voorgelezen, MvdS) vind ik het allermooist om te doen. De muziek is dan ingebed in de liturgie.”

Niet elk koorlid van de RGC heeft een christelijke achtergrond. Wel vindt De Vries het belangrijk dat alle koorleden weten waarover ze zingen. Uitleg over de inhoud van de liederen is daarom een belangrijk onderdeel van de repetities.

Niet alleen de muziekkeuze, ook de manier waarop het koor vormgegeven is, ademt de anglicaanse traditie. In die traditie worden kinderen heel serieus genomen wat betreft musiceren, vertelt De Vries. „Jongens- en meisjessopranen krijgen volwaardige muziek voor hun neus, en kinderen kunnen dat dus zingen. Ook zie je het binnen de RGC terug in de discipline waarmee de zangers moeten studeren en op het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Choristers mogen niet op een ander leunen, maar moeten zelfverzekerd op het podium staan.”

„Een kernachtige, serene en stralende klank, dat is mijn mikpunt”

Sonja de Vries, dirigent Roden Girl Choristers

Het koor bestaat uit drie afdelingen: het opleidingskoor, het concertkoor en de Roden Girl Voices (RGV). Jonge meiden beginnen als ”cymbalist” en krijgen dan individueel solfègeles en muziektheorie, gegeven door een team van vier docenten. Op een gegeven moment zijn de zangers genoeg ontwikkeld om –na auditie– door te stromen naar het concertkoor. De echte fanatiekelingen, de ervaren solisten, zingen vanaf een bepaalde leeftijd ook in de RGV. De totale RGC telt nu dertig leden.

In de zeventien jaar dat De Vries het koor leidt, heeft ze een grote ontwikkeling gezien. „De klank was eerst veel kinderlijker. Veel kleiner en lichter. Ik hoop dat we nu dicht bij een kernachtige, serene en stralende klank komen. Dat is mijn mikpunt. Ik ben kritisch; als je met een kunstvorm bezig bent, moet je blijven schaven tot je het publiek weet te raken.”

Koorkamp

Schaven gebeurt deze repetitie ook volop. Bij ”Hosanna to the Son of David” van Thomas Weelkes klinkt alles te veel hetzelfde, vindt De Vries. „Bedenk zelf even welke noten we belangrijk vinden en welke we niet belangrijk vinden.” De meiden grabbelen hun potlood er weer bij en maken ijverig aantekeningen. Een van de hoge slotnoten is niet helemaal zuiver. De Vries laat de eerste sopranen het een keer of vijf overdoen, tot ze tevreden is.

Zoiets kun je makkelijker maken bij kinderen dan bij volwassen, weet De Vries. „Daarom werk ik graag met kinderen. Als je een band weet op te bouwen, gaan ze heel ver voor je. Dan zijn ze bereid om voor de zoveelste keer een maat over te doen.”

De meiden hebben recent een logeerpartijtje gehad thuis bij de dirigent en haar man

Haar betrokkenheid bij het koor gaat een stuk verder dan alleen het muzikaal leiden tijdens repetities en concerten. Zo hebben de meiden recent nog een koorkamp gehad thuis bij de dirigent en haar man, organist Sietze de Vries. Bovendien zit een van haar dochters op het koor. Het tekent De Vries, voor wie het „alles of niks” is. Een paar jaar geleden liep ze door die perfectionistische instelling tegen haar eigen grenzen aan. „We hebben een jong gezin en Sietze is veel op pad. We zijn als koor financieel afhankelijk van concerten. Dus was ik veel bezig met alles onder controle houden en concerten inplannen. Ik zat op het randje van een burn-out.”

Zorgpunt

Inmiddels zit ze er ontspannener in dan toen. „Nu ik die krampachtigheid kwijt ben, ervaar ik veel zegen. Mijn leven probeer ik te leiden in navolging van de deuren die God opendoet. Volgend jaar zien we wel weer wat God me dan geeft.” In de praktische taken op het koor –denk alleen al aan het vervoer van en naar concerten– wordt De Vries ondersteund door vier ”koormoeders”. Een aantal van hen is er deze repetitie ook bij.

„De verhouding tussen kinderen die op het conservatorium eindigen en kinderen die zingen als hobby houden, is 25-75”

Sonja de Vries, dirigent Roden Girl Choristers

Nieuwe leden vinden blijft wel een zorgpunt. Volgens De Vries komt dat door de vooronderstelling van ouders dat hun kind heel goed moet zijn om bij de choristers te kunnen. Dat valt mee, weet De Vries. „De verhouding tussen kinderen die op het conservatorium eindigen en kinderen die zingen als hobby houden, is 25-75. Iedereen is welkom bij het opleidingskoor.” Tegelijk is het inderdaad niet alleen een gezellig koortje, erkent De Vries. „Het is aanpoten. De stukken zijn niet makkelijk.”

Rond kwart voor zeven is het pauze. Tijd om even te spelen of om wat te eten te halen bij de Albert Heijn, die vlak bij de kerk ligt. Het harde werken van de meiden zit erop. Tenminste, voor de jongste dan; de oudste negen meiden gaan nog even door. Op de standaards niet alleen muziek voor het jubileumconcert, maar ook voor een extra optreden dat ze die donderdag erop al hebben. Zingen is topsport, zo bewijzen deze dames.