Mens & samenlevingAchtergrond

De agressieve samenleving: kun je alleen nog als bodybuilder in de zorg werken?

Agressie, agressief – de woorden alleen al klinken dreigend. Waarschijnlijk door de combinatie van een gr-klank met een scherpe s. De grommende beer en de sissende slang – ze kruisen nog altijd ons pad. De mens is (en blijft) voor de mens een wolf. Woede is besmettelijk en we hebben ook in onze tijd volop mogelijkheden om onze agressiviteit, al dan niet ‘beschaafd’, de vrije loop te laten.

Tekening van allerlei agressieve mensen die met stenen gooien, ruzie maken, en vlaggen en borden dragen. Rechts staan een paar agenten in reluitdossing.
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

„Wat? Ga jij een artikel schrijven over agressie?” vroeg mijn man verbaasd. „Ja, waarom niet? Iedereen schrijft toch overal over?” reageerde ik, een beetje agressief. „Dat vind jij toch niet oké, als iedereen overal over schrijft?” „Nee, maar dat hoef jij mij niet te vertellen. Toen je zelf journalist was, schreef je toch ook overal over?” Ik was al in de aanval overgegaan. En let op de kwalificaties ”iedereen” en ”overal”.

Een alledaagse woordenwisseling die ik later, in het kader van dit artikel over agressie, nog eens onder de loep nam. Waarom reageerde ik geërgerd? Defensief, maar ook al enigszins aanvallend? Waarschijnlijk omdat bij mij een pijnpunt werd aangeraakt. En welk pijnpunt was dat dan?

Het is een basaal inzicht als we het hebben over agressie: woede komt ergens vandaan, er zit wat achter. En de vervolgvraag is dus: Wat zit erachter? En moeten we het niet eerder dáár over hebben, dan over allerlei uitingsvormen van woede? Uitingsvormen die kunnen variëren van verbaal geweld naar schreeuwen en met deuren gooien tot dingen vernielen en hulpverleners met eieren bekogelen? Met daarbij nog een variatie aan vormen van passieve agressiviteit als pruilen, niks meer zeggen of het contact verbreken?

Zelfbescherming

Tekening van twee gehelmde personen. Zij houden een wapenstok en schild in hun hand.
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

In een van de boeken over agressie die ik raadpleegde, stond een uitgebreidere versie van mijn eigen voorzichtig begonnen analyse. Woede gaat over zelfbescherming, schrijft dr. Ryan Martin in ”Omgaan met woede en agressie”. „Het is beschermend op dezelfde manier als andere emoties beschermend zijn.” Als iemand je ergens van beschuldigt, ervaar je dat als een aanval op jouw identiteit, als een bedreiging van jouw welzijn. Daarop reageer je geprikkeld en soms ongemeen fel of aanvallend.

Als iemand zegt: „Je hebt die tas niet opgeruimd” dan is een veelvoorkomende reactie iets in de trant van: „Net of je zelf altijd je spullen opruimt.” Om jezelf te verdedigen en je persoon en identiteit te beschermen, ga je tot de aanval over. En die aanval is heviger naarmate een opmerking meer onze ”zelfidentiteit” raakt.

Ventileer je aan de keukentafel je zorgen en hoe doe je dat?

Als we dit doortrekken naar een groter plaatje, wat gebeurt er dan? Om een recent nieuwsitem bij de kop te vatten: waarom zijn de protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum zo fel? Gelet op het verhaal van dr. Martin, wellicht mede omdat mensen dit als een aanval op hun zelfidentiteit ervaren. Als een ernstige bedreiging van hun welzijn.

Nu zijn er vanzelfsprekend allerlei gradaties waarin je deze zorg kunt uiten. Probeer je in gesprek te komen met mensen die in een asielzoekerscentrum wonen? Ik denk dat de meeste mensen niet eens op het idee komen. Ventileer je aan de keukentafel je zorgen en hoe doe je dat? Schrijf je in een commentaar bij een video iets als: „Asielzoekers zijn geen vluchtelingen, maar uitvreters”? Hang je het dorp vol vlaggen met ”geen azc” erop, als er een azc dreigt te komen? Of zie je er zelfs geen been in om met vuurwerk te gooien, brand te stichten en hulpverleners tegen te houden? Hoe ver ben je dan trouwens verwijderd van wat er in Romeinen 13:9-10 staat? Om alleen vers 10 te citeren: „De liefde doet de naaste geen kwaad.”

Breed en structureel

Tekening in rode tinten van een hand die een mobieltje vasthoudt. Een andere hand wijst iets op het scherm van het telefoontje aan.
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Er is onmiskenbaar wat aan de hand in Nederland als het gaat over agressie en geweld. Regelmatig is in het nieuws dat medewerkers in de zorg geconfronteerd worden met agressie door patiënten of hun naasten. Agressie in het onderwijs neemt breed en structureel toe, zowel door leerlingen als door ouders, aldus een rapport van het CNV. Bijna de helft van de lokale politieke ambtsdragers krijgt jaarlijks met grensoverschrijdend gedrag te maken. En zo kunnen we nog even doorgaan.

Op 26 mei debatteerde de Tweede Kamer over „het normaliseren van geweld in politiek en samenleving”. Politici waren het er – natuurlijk – over eens dat het gebruik van geweld nooit normaal mag worden. Ondertussen werd dit debat op een felle, aanvallende manier gevoerd. Bepaald niet voorbeeldig als het gaat over hoe we met elkaar om moeten gaan in Nederland.

Tegelijk zie je ook terechte boosheid. Bijvoorbeeld bij CDA-leider Henri Bontenbal toen Lidewij de Vos (FvD) zijn partij betichtte van medeplichtigheid aan verkrachting en moord. Op een beschaafde manier (en dat is misleidend) uit deze jonge politica heel agressieve beschuldigingen. Agressie is, kortom, een veelvormig verschijnsel dat zich in alle haarvaten van de samenleving nestelt.

Wanneer is er sprake van agressie? Hoe cultureel bepaald is onze beleving van agressie? En zijn mensen anno 2026 agressiever geworden? Op deze vragen probeerde ik grip te krijgen. En zo lag er rond Pinksteren een aantal heftige boektitels op tafel: ”Jij moet je bek houden!” en ”Het agressieparadijs” – beide geschreven door agressie-expert Caroline Koetsenruijter. Een zwart boek met een gebalde vuist op de voorkant: ”Agressie, het doet mij (n)iets!”, daarnaast het genoemde boek van dr. Martin.

Een aantal studies benadert agressie vanuit de psychologie, vanuit wat erachter zit. Daarmee brengen ze het onderwerp dichtbij. Het lijkt me een christelijke handelswijze: steek eerst de hand in eigen boezem. Wijs niet direct naar wantoestanden in onze maatschappij. Het is zo makkelijk om stevig te veroordelen wat bijna iedereen veroordeelt.

Je kunt niet blijven steken in het ach en wee roepen over dit geweld; de focus moet ook liggen op het achterliggende probleem

Ik herinner me nog mijn woede en onbegrip over de boerenprotesten in 2022. Die eindeloze stoet tractors op de weg, het in brand steken van hooibalen en dan die boeren die eeuwenoude bomen omzaagden. Vanzelfsprekend kunnen deze acties op geen enkele manier goedgepraat worden, dat is de ene kant. Maar er is ook die andere kant: hoe kan een boer, die van zijn land houdt, zo ver komen om de mooie bomen die zijn grootvader nog geplant heeft, te vernietigen?

Je kunt niet blijven steken in het ach en wee roepen over dit geweld. De focus moet ook liggen op het achterliggende probleem. De kloof die er blijkbaar is tussen beleidsmakers en boeren. Het perspectief van de boer: wij krijgen de rekening gepresenteerd en zij, de verwende consumenten, gaan vrijuit. De kat in het nauw die rare sprongen maakt.

Tekening van twee personen die met verhitte hoofden tegenover elkaar staan. Achter hen iemand die een bord ‘nee’ omhoog houdt.
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Slachtofferschap

Terecht wijzen auteurs erop dat het niet eenduidig is wat mensen onder agressie verstaan. Ik kwam het volgende voorbeeld tegen. Tijdens een informatiebijeenkomst over het opzetten van effectief agressiebeleid zegt P&O-adviseur X: „Als een medewerker zich ongemakkelijk voelt in een bepaalde situatie, mag hij dit als agressie bestempelen en dat ook als zodanig melden.” P&O-adviseur Y stelt: „Bij ons is er sprake van agressie als een medewerker echt bedreigd, geduwd, geslagen of geschopt wordt of iets dergelijks.”

Wat valt er onder agressie, en wat niet? Aan de ene kant is er de valkuil om te veel zaken als agressie te bestempelen. Je krijgt dan een uitholling van het begrip. Het doet me denken aan de voortreffelijke speech die SGP-Kamerlid André Flach onlangs hield tijdens een debat over discriminatie. „Nederland zit midden in een discriminatiedrama van ongekende omvang”, sprak hij. „Laat eens op u inwerken wie in ons land allemaal gediscrimineerd worden …” Er volgde een indrukwekkende lijst, onder wie de 50-plussers (waartoe hij zichzelf rekent) die gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. Flach vraagt zich af: „Wat blijft er nog van discriminatie over als iedereen zich gediscrimineerd voelt?” Een relevante vraag.

Hetzelfde kan zich voordoen bij agressie. We willen toch geen maatschappij van watjes, van mensen die zich bij het minste of geringste onveilig voelen en een melding doen? We willen ons hopelijk, met Flach, verre houden van „een krampachtige hang naar slachtofferschap”?

Wortel van doodslag

Maar er is ook een andere kant. En dat is de christelijke gedachte dat het zesde gebod niet alleen moord verbiedt, maar, zoals in de catechismus staat: God haat ook de wortel van de doodslag, zoals afgunst, woede en wraakzuchtigheid. Deze dingen zijn voor Hem hetzelfde als iemand daadwerkelijk doden. En dan wordt agressie ineens heel breed.

De ”geestelijke uitgebreidheid” van Gods wet behoedt ons ervoor om te denken dat we beter zijn dan anderen. Jezus wilde een rijke jongeling laten ontdekken dat hij zich vergiste, toen hij zei dat hij zich aan al Gods geboden had gehouden. Wellicht om hem te leren dat hij vergeving nodig had en alleen van genade kon leven. Tot dat inzicht kwam de jongeman niet, althans, we lezen daar niets over.

Tot die andere kant hoort ook het feit dat agressiviteit zeker niet altijd fysiek hoeft te zijn, maar ook op andere manieren venijnig tot uitdrukking kan komen. Denk aan de al eerder genoemde passieve agressiviteit, ook wel aangeduid als ”vermomde vijandigheid”. Vijandigheid wordt dan op een manier geuit die net zo kwalijk kan zijn als openlijke agressie, bijvoorbeeld door zwijgen, buitensluiten, roddelen. Met het analyseren van passieve agressie kom je wel in een groot grijs gebied: wat zijn normale menselijke interacties en sociale strategieën die we dagelijks inzetten, en wanneer gaan deze over in kwalijk gedrag?

Het is merkwaardig dat er naast een beweging van normloosheid een verscherping van maatschappelijke normen is waar te nemen

Tekening van een persoon achter een spreekgestoelte. De linkerhand wijst gestrekt naar voren.
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Koetsenruijter wijst er in haar nuttige en goed leesbare boeken op dat het cultureel bepaald en tijdgebonden is hoe we naar conflicten en agressie kijken. Ze noemt het voorbeeld van een vader die een ondeugend kind een fysieke bestraffing geeft. Dat vinden we tegenwoordig hardhandig en agressief. Het kan echt niet meer, terwijl we het vijftig jaar geleden passend en normaal vonden bij het opvoeden. Ze citeert Martin Euwema, hoogleraar organisatiepsychologie, die betoogt dat we als samenleving „lange tenen” hebben gekregen: „De mate waarin wij gedrag als onplezierig ervaren neemt toe.”

Het is merkwaardig dat er naast een beweging van normloosheid een verscherping van maatschappelijke normen is waar te nemen. Euwema: „Maatschappelijk gezien zijn de omgangsvormen strikter geworden: we hebben langere tenen gekregen. Onze frustratietolerantie is laag geworden. Iemand die zich niet goed gedraagt, wordt ook te snel gelabeld: hij is afwijkend of gestoord.”

Wat ook niet helpt is de dominante gedachte in onze cultuur dat je altijd blij en positief moet zijn. Want als je dat niet bent, is er wellicht wat mis met jou of heb je op z’n minst een niet zo’n geslaagd leven. Dat is niet realistisch en de Bijbel leert wat anders. In de woorden van mijn oma: „Een mens is niet zo veel moois.”

Mexico aan de Maas

Neemt de agressie in Nederland toe? Het is dé vraag die specialisten op het gebied van conflict- en agressiemanagement altijd krijgen. Een vraag die niet zo makkelijk is te beantwoorden. Op de heel lange termijn – over de eeuwen heen – zijn geweld en agressie afgenomen. Dat kan iedereen die wel eens een historische studie of roman ter hand neemt constateren. Gruwelijke oorlogen, barbaarse straffen, martelingen en openbare wreedheden waren in verleden tijden alledaagse verschijnselen. In de late middeleeuwen schommelden de moordratio’s tussen de 30 en 60 per 100.000 inwoners, tegen een moordratio van 0,7 in de 21e eeuw.

In hun recente studie ”Mythen over moord” nemen Marieke Liem en Gerlof Leistra afstand van diverse mythes rond dit thema. Bijvoorbeeld de mythe dat Nederland „het nieuwe Mexico aan de Maas” is en dat de georganiseerde criminaliteit wild om zich heen grijpt. Of dat we in de meest gewelddadige tijd ooit leven. In westerse samenlevingen ontwikkelde geweld zich juist van een normale, breed gedragen manier om problemen op te lossen tot een taboe.

Verdienmodel

Betekent dit dat we op onze lauweren kunnen rusten en gerustgesteld kunnen gaan slapen? Zeker niet. Er zijn wel degelijk heel verontrustende ontwikkelingen in onze maatschappij gaande die duiden op verdergaande verruwing en verharding.

Hoe normaal is het dat je als werknemer op een training voor fysieke weerbaarheid wordt gestuurd als je slachtoffer bent geworden van geweld, vraagt onderzoeker Sander Flight zich af. „Dat is onverstandig, want het is een stap op weg naar een maatschappij waarin niet het recht, maar het recht van de sterkste geldt.” Een uiterst belangrijk inzicht, dat naar veel terreinen kan worden doorgetrokken. Flight vervolgt: „Naar een maatschappij waarin over een paar jaar alleen nog maar bodybuilders in de zorg, het onderwijs of bij de overheid kunnen werken.”

Als we brutaliteit en agressie accepteren, hoe gaan we dan ooit „de verhuftering van Nederland” stoppen?

Agressie-expert Koetsenruijter, iemand die veel signalen hoort uit de frontlinies van onze samenleving, hekelt het relativeren en gedogen van agressie. Daarmee houden we een „verdienmodel” in stand van mensen die er niet alleen mee wegkomen, maar er ook van profiteren. Als we brutaliteit en agressie accepteren, als het loont, als mensen „van hoog tot laag” eraan meedoen, hoe gaan we dan ooit „de verhuftering van Nederland” stoppen? Haar boeken laten zich lezen als een vurig pleidooi om alle normvervaging op dit gebied een halt toe te roepen.

Tekening van gemaskerde mannen met een vlag in hun hand. Op de achtergrond een rookwolk.
beeld RD, Daan van Oostenbrugge

Met de sociale media zijn er oneindig veel nieuwe mogelijkheden bijgekomen om woede te uiten en agressie aan te wakkeren. Hoe angstaanjagend is de gedachte dat steeds meer jongeren via enkele klikken in chatgroepen belanden waarin ze elkaar opjutten met extreme beelden en waar geweld de normaalste zaak van de wereld is?

Krachtige boodschap

Een mens is niet zoveel moois. In elk mens – jong of ouder – schuilt een agressor. Hoeveel te meer moeten we waakzaam en werkzaam zijn. Hoeveel te meer moeten we elkaar en de nieuwe generatie een goed voorbeeld geven. Agressief gedrag begint niet op straat, maar aan de keukentafel. In hoe we over elkaar denken en spreken. Op diezelfde keukentafel ligt als het goed is het Woord van God. Dat bevat een krachtige boodschap en een sterk weerwoord tegen agressie. Een boodschap van gehoorzaamheid en respect, van zachtmoedigheid, nederigheid en zelfverloochening. Een boodschap van liefde bovenal:

„De liefde handelt niet lichtvaardiglijk,

zij is niet opgeblazen;

zij handelt niet ongeschiktelijk,

zij zoekt zichzelve niet,

zij wordt niet verbitterd,

zij denkt geen kwaad.”