OpinieToegespitst

Achterwaarts, christenstrijders!

Christenen moeten meer van zich afbijten. Het moderne heidendom anno 2025 verdient een stevig weerwoord: „Voorwaarts, christenstrijders!” Maar wie het spoor van de Koning wil drukken, kiest een andere weg.

Vignet van hoofdredacteur Steef de Bruijn met donkere bril, glimlach en grijs haar.
beeld RD

De Mars voor het leven leidde dit jaar tot een pijnlijk contrast. Aan de ene kant van het water liep een rustige stoet, keurig in het gelid. Aan de andere kant joelden Dolle Mina’s: ”Baas in eigen buik”. Aan de ene kant beschaafde borden met nette teksten, aan de andere kant agressieve leuzen als ”Hou je kerk uit mijn kruis”.

Hoewel de Dolle Mina’s en hun geestverwanten ver in de minderheid waren, klonk hun ketelmuziek óók door in de media. Was de stille mars niet té stil? Moet de stem vóór het leven niet levendiger klinken? Scherper geformuleerd: als die jaarlijkse Mars voor het leven echt een stém moet geven aan 40.000 ongeboren kinderen, dan klinkt die toch veel te slap?

Charlie Kirk en Eva Jinek

Hoe luidruchtig behoren christenen in het geweer te komen tegen de geest van deze tijd? Die vraag klonk de laatste maanden vaker. Zoals na het interview van Chris Stoffer door Eva Jinek. „Had Charlie Kirk daar maar gezeten, die zou zich niet zo hebben laten afbekken.” En kunnen die overbeleefde wakers bij de abortuskliniek niet wat leren van klimaatrebellen die zich vastplakken op de A12? En denken we nu echt dat die pro-Palestijnse demonstranten, die stadions, universiteitsgebouwen en spoorwegen lamleggen, onder de indruk zijn van een gebedsbijeenkomst of een pro-Israëlconcert? Christenen moeten geen labradors zijn maar pitbulls, schreef een columnist op CVandaag.

Mannen als Luther, Calvijn en Knox deden de naam van ”protestant” pas echt eer aan

Er valt inderdaad veel voor te zeggen dat christenen steviger van zich moeten laten horen. Dat past in een lange traditie van verzet tegen de ”ongeloofsrevolutie”. Denk aan de massaprotesten tegen abortus in de jaren tachtig van de vorige eeuw, of aan de schoolstrijd en het volkspetitionnement van 1878 dat bijna een half miljoen christenen op de been bracht. Als je wat verder graaft in de geschiedenis vind je meer voorbeelden van mannen die hun mouwen opstroopten: Johannes Bogerman die woedend de remonstranten wegjoeg van de Dordtse Synode, Watergeuzen die –in naam van Oranje– de poorten van Den Briel open ramden, beeldenstormers die geen spaan overlieten van altaarstukken en heiligenbeelden. Het is toch niet zonder reden dat ons volkslied spreekt over het verdrijven van de tirannie, en dat onze geloofsbelijdenis oproept valse godsdiensten te weren en uit te roeien?

Wat was er terechtgekomen van de Reformatie zonder mannen als Luther, Calvijn en Knox? Die deden de naam van ”protestant” pas eer aan. De roomse koningin Mary Stuart beefde voor John Knox, Calvijn bracht de ketter Servet naar de brandstapel en Luther timmerde zijn stellingen op de slotkapel. Ze namen geen blad voor de mond: Calvijn noemde zijn tegenstanders knorrende varkens en Knox vergeleek Mary Stuart met koningin Izebel. Ook zij konden zich beroepen op hun geschiedenis: op profeten als Elia, richters als Simson en leiders als Mozes. En was het niet Jezus Zélf Die de tafels van de wisselaars in de tempel omverwierp en priesters uitmaakte voor moordenaars (Mattheüs 21:12-13)? Dus: voorwaarts, christenstrijders, drukt uws Konings spoor.

Ouders met kinderwagens nemen deel aan de Mars voor het leven. Op de achtergrond protesteren Dolle Mina’s met de leus ”Baas in eigen buik”.
De Mars voor het leven verliep waardig, maar riep veel reacties op. beeld ANP, Robin Utrecht

Rijk van satan

Er valt veel af te dingen op deze redenering. Wie werkelijk Christus wil navolgen, kiest niet voor de ramkoers. Jezus bestrafte Zijn discipel Petrus die zijn zwaard pakte en Malchus’ oor afsloeg. „Allen die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.” De wapens van een christen zijn van een heel andere orde. De Amerikaanse theoloog John Piper benadrukte dat afgelopen week in een podcast: „Gods weg naar de uiteindelijke overwinning op satan in deze wereld verschilt wezenlijk van het triomfalistische idee dat christenen de overwinning zullen behalen met de wapens van deze wereld. Die opvatting is, vrees ik, vandaag de dag behoorlijk wijdverbreid.”

De Zaligmaker liet Zich binden door Zijn moordenaars

Een christen houdt zich verre van de wapens van de wereld. Geen brandstapel of beeldenstorm, geen spandoek of scheldkanonnade, geen vechtpartij, maar evenmin verbaal geweld. De Zaligmaker gaf Zijn volgelingen een ander voorbeeld: „Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.” Hij liet Zich binden door Zijn moordenaars. Hij liet Zich verbrijzelen voor Zijn vijanden. Hij stelde Zijn leven voor Zijn schapen. Zijn hemelse Vader goot helse smart over Hem uit. Uit louter liefde betaalde Jezus zo’n losprijs voor Zijn leerlingen. Zouden zij dan niet eenzelfde barmhartigheid betonen aan degenen die Hem niet kennen?

Daar komen geen wereldse wapens aan te pas. Niet de ijver van Jehu, maar het geloof van Gideon. Deze richter moest zijn leger terugbrengen van 32.000 naar 300 soldaten. In plaats van zwaarden droegen ze een kruik, een fakkel en een bazuin. Dat waren, bij wijze van spreken, ook de wapens van de eerste protestanten. In 1529 stelden zij, op de Rijksdag in het Duitse Spiers, de zogenaamde Protestatio op, de eerste reformatorische geloofsbelijdenis. Geen woord over gewapend verzet of revolutie tegen keizer Karel V, slechts getuigen en protesterend belijden. Sociale, politieke, menselijke of wereldse motieven speelden geen rol, schreef dr. W. Aalders: „De ware christen bedoelt alléén Gods eer en de zaligheid der zielen. Dat is protestants!”

De geestelijke wapenrusting vereist geen opgestroopte mouwen, maar gevouwen handen

Tegencultuur

De Engelse theoloog Carl Trueman schrijft in zijn boek ”Een vreemde nieuwe wereld” dat de kerk een „tegencultuur” moet voorhouden aan de seculiere woestijn waarin we ons bevinden. Tegenover de beschuldiging dat christenen immoreel, onverdraagzaam of opruiend zijn, past een „cultureel protest”. De voorbeelden daarvoor ontleent hij aan de Vroege Kerk: laat christenen liefdevolle gemeenschappen vormen, zowel binnen als buiten de kerk. Daarbij voelen ze hun verantwoordelijkheid naar heidense buren, maar leven ze als burger van twee werelden en als vreemdeling in een vreemd land. Ze beschuldigen de ander niet, maar beogen zijn heil. Hun geestelijke wapenrusting vereist geen opgestroopte mouwen en al helemaal geen gebalde vuisten, maar gevouwen handen.

De auteur is hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.