Cultuur & boekenColumn

Leren lezen met „boekje 17”

Het leesonderwijs van nu is niet te vergelijken met dat van 1970. In dat verre verleden leerde ik de woordjes ”oom” __ en ”ot” lezen dankzij het eerste deel van een achtdelige serie van W.G. van de Hulst. Op alle boekjes stonden dezelfde grijze kinderen.

Na deze verplichting werd in klas 2 het lezen leuker. De boekenplankjes in het lokaal trokken mij aan; er was genoeg aanbod om steeds vlotter te leren lezen en mooie verhalen te beleven. En gelukkig kon je in je eigen tempo verder, steeds als je klaar was met rekenen en taal.

Onder de boekenplank stonden een paar bakken met dunne boekjes, allemaal keurig op nummer: ”Informatie Junior”. Deze mocht je niet zomaar kiezen, die waren om te leren. De meester bedacht een plan: we moesten een spreekbeurt houden die leerzaam was voor de hele klas en daarvoor, vertelde hij, had je de informatieboekjes nodig.

Ik had daar weinig belangstelling voor. Er waren wel een paar titels die me boeiden, zoals ”De supermarkt”, of ”De tram”, maar verder niet. De boekjes waren saai en serieus, er viel weinig aan te beleven. Maar niemand ontkwam eraan.

Tot mijn afgrijzen zag ik dat mijn boekje de titel ”De tandarts” droeg

De meester pakte het gestructureerd aan: boekje 1 was voor de leerling die de klassenlijst aanvoerde. Ik was met de ”s” van Slagman pas nummer zeventien van de lijst. Toen ik bijna aan de beurt was, zag ik tot mijn afgrijzen dat het mij toebedeelde boekje de titel ”De tandarts” droeg. De tandarts… Dat was in de jaren zeventig de schooltandarts die twee keer per jaar met een grote bus voor kwam rijden en iedereen angst aanjoeg.

Boekje 17. Een grote foto van de schooltandartsbus op het omslag. Eenvoudige teksten met overbekende informatie, het belang van tandenpoetsen om gaatjes te voorkomen, illustraties van tandbederf en fikse zwarte vullingen. Afschrikwekkend. Tussen het ijzige proza kwam ik ook nog wat poëzie tegen:

De tandarts is mijn beste vrind
omdat hij nooit een gaatje vindt.

Het woordje ”vrind” vond ik raar, dat zeg je niet. Maar rijmdwang was bij al die andere dwang nog niet eens het grootste probleem. Ik heb de regels tijdens mijn spreekbeurt ongetwijfeld gedeclameerd – ze zijn goed verankerd in mijn langetermijngeheugen – hoewel de tandarts geenszins mijn vrind was. Welk cijfer ik kreeg, of de klas naar mij luisterde, of de meester tevreden was? Ik weet het niet meer. Maar ik zie nog het verafschuwde boekje 17 voor me.

Tegenwoordig doen we het beter: we sluiten aan bij de belangstelling van het kind; de leerling kiest zelf zijn boek; het gesprek over de inhoud is belangrijk; er staan verhalen én informatieve boeken in de klassenbibliotheek, enzovoorts.

In vijftig jaar is er veel veranderd, maar één ding bleef gelijk: de tandarts is nog steeds mijn beste vrind niet.