Lieve (24) is directeur van haar lievelingsmuseum: „Hier worden generaties overbrugd”
Toen Lieve Baetens in het coronavoorjaar 2020 met haar moeder het Volksbuurtmuseum in Utrecht bezocht, smoezelden ze elkaar in de gangen toe dat het toch wel heel leuk zou zijn als Lieve daar vrijwilliger zou kunnen worden. Dat werd ze – en meer. Inmiddels is ze directeur. Op haar 24e.

In de schaduw van de Jacobikerk, in het centrum van Utrecht, staat het Volksbuurtmuseum. Het valt niet meteen op, het is niet groot, maar wel gemoedelijk. Twee vrijwilligers –het museum heeft er ongeveer 75– vormen het welkomstcomité in de hoge, groen geverfde hal die dient als entree en restaurant.
Waar het vrijwilligersbestand grotendeels bestaat uit mensen met grijze haren, is de nieuwe directeur opvallend jong. Lieve Baetens werd in 2001 geboren op slechts een paar straten van het museum, in een andere wijk van Utrecht is ze getogen. Utrecht heeft dus haar hart.
In 2019 begon Baetens aan haar bachelor cultureel erfgoed aan de Reinwardt Academie in Amsterdam. Door de coronamaatregelen werden al in haar eerste cursusjaar excursies geschrapt. Jammer, want de opleiding is bij uitstek praktijkgericht en werken in een museum laat zich het meest leren door het te doen.

Zodra de musea weer heel beperkt open konden, besloot Baetens de dichtstbijzijnde opties te bezoeken, en zo belandde ze met haar moeder in het Volksbuurtmuseum. Het liefst zou ze daar praktijkervaring opdoen, niet omdat het moest, maar omdat ze het museum zo vriendelijk en gastvrij vond. Het was bovendien een van de weinige manieren om in coronatijd in de museumsector aan de slag te kunnen.
En zo werd ze in de zomer van 2020 vrijwilliger, in haar tweede studiejaar liep ze stage bij het museum en leerde ze de collectie kennen. Aansluitend werd ze collectiemedewerker en zette ze een samenwerking met Het Utrechts Archief op, waardoor de fotocollectie van het museum nu bij het archief is ondergebracht.
Sloop
De totstandkoming van de museumcollectie is een verhaal apart. Het Volksbuurtmuseum is een museum voor en door het volk. Nog steeds. Het museum staat in Wijk C, de volksbuurt in het Utrecht van honderd jaar geleden. Die wijk had geen goede reputatie en is in zijn bestaan verschillende keren met sloop bedreigd. „De bewoners van de wijk realiseerden zich hoe negatief er in de media en in de gemeenteraad over hen gesproken werd”, aldus Baetens. „Toen zijn zij zelf gaan nadenken over hoe ze de mooie kanten van hun buurt konden laten zien.”
Daarom begonnen buurtbewoners een buurthuis in een voormalige school. Daar ontmoetten ze elkaar, maar verzamelden ze ook spullen die typerend waren voor de buurt, zoals een accordeon van de muziekvereniging en spandoeken die gebruikt werden bij protesten. Ook ontstond er een grote foto- en prentencollectie. De wijk wilde laten zien dat hij er echt toe deed en meerwaarde had. Dat hij niet alleen een wijk was vol armoede en sociale problematiek, maar ook een gemeenschap waar mensen voor elkaar klaarstaan. En dus ging de wijk het gesprek aan met de gemeente, hij wilde bruggen slaan en laten zien dat er ook in armere delen van Utrecht goed te leven viel.
Dat een museum zo van onderaf is ontstaan en de collectie niet „door rijke mensen is verzameld of vanuit een bepaalde overtuiging is gestart”, is uniek, benadrukt Baetens. En dat vindt ze er juist zo mooi aan. Het is een van de redenen waarom specifiek dit museum haar hart heeft gestolen. „Het is een heel herkenbaar museum en daardoor heel laagdrempelig. We laten zien hoe waardevol een hechte gemeenschap is. De verhalen die hier worden verteld, kunnen we nu nog gebruiken om de dialoog te voeren. We mogen het oneens zijn met elkaar, maar hoeven niet recht tegenover elkaar te staan. Daartoe reikt het Volksbuurtmuseum aanknopingspunten aan.”
Schoonschrijven
Het museum is nog altijd gevestigd in de voormalige school, waar het buurthuis werd gesticht. Twee jaar geleden is het volledig verbouwd. Sindsdien volgt de bezoeker van het museum de familie De Jong: vader, moeder, zoon en dochter. Er is een huisje ingericht, het domein van de moeder, waar alles aangeraakt mag worden. Op de kleine zolder, waar het hele gezin tussen de huisvoorraad moest slapen, kan een volwassene nauwelijks staan. De zoon zit op school en neemt de bezoeker mee in een lesje schoonschrijven, in de winkel staat de dochter bij de volledige originele inventaris –kasten, potten, kruiden– van een drogist uit Utrecht.
Het zijn de plekken waar generaties worden overbrugd. „Regelmatig bezoeken grootouders dit museum met hun kleinkinderen. De opa’s en oma’s herkennen de schoolbanken en de winkelinrichting en vertellen daarover aan hun kleinkinderen.”

Heeft het museum wel een toekomst, als het gros van de bezoekers ouder dan vijftig is? „Het museum is een geschiedenismuseum, maar de verhalen die verteld worden zijn geen geschiedenis. Ze kunnen richting geven aan het gesprek van nu.” En daar zit wat Baetens betreft dan ook de toekomst. Bezoekers laten zien hoe het er honderd jaar geleden aan toe ging, hoe subculturen voor zichzelf opkwamen, wat goed burgerschap is – dat kan het gesprek en het onderlinge begrip in de huidige maatschappij bevorderen.
Universeel
Die verbinding tussen het museum en de inwoners van Utrecht hoopt Baetens in haar functie als directeur te verstevigen. Zo staat er voor maart een tentoonstelling op de rol, waar Baetens zich hard voor heeft gemaakt en waarmee ze een nieuw begin wil markeren. Voor deze tentoonstelling kunnen Utrechters eigen kunst en voorwerpen inleveren, die Baetens waar mogelijk zelf in ontvangst zal nemen. Ze hoopt dat de bezoekers op die manier niet alleen haar leren kennen, maar dat het ook een manier is waarop zij als nieuwe directeur de bezoekers kan ontmoeten.
Is het museum dan exclusief voor Utrechters? Nee, zegt Baetens. „Het museum heeft zijn wortels in Utrecht. Het vertegenwoordigt van oudsher ook een deel van de Utrechtse samenleving. Maar de verhalen die we in het museum vertellen zijn universeel. De verhalen van verbinding en gemeenschap, van participatie en diversiteit. Ze verbreden de blik van iedere bezoeker en roepen herkenning op, ook bij mijn oma uit Limburg.”
Het museum presenteert zich als laagdrempelig en herkenbaar. Baetens is er graag aanwezig en begeeft zich dan onder de mensen, en vindt dat ook een van de leukste aspecten van het werken in een museum. „Ik weet nooit hoe mijn dag gaat lopen. Elke bezoeker heeft weer een eigen verhaal te vertellen, met iedereen heb je weer andere raakvlakken en verbind je je op een andere manier. Ik houd van mensen, praat graag met ze en wil iedereen gastvrij en met open armen ontvangen. Wat dat betreft is dit museum een snoepwinkel: elke keer ontdek ik weer iets nieuws. Dat zit in mijn karakter en in het museum.”

Scriptie
En nu is Baetens sinds 15 februari de directeur van het museum waar ze vijf jaar geleden haar hart aan verloor. Tijdens de eerste maanden van haar directeurschap zal ze haar masterstudie kunst en erfgoed, afstudeerrichting beleid, management en educatie, aan Maastricht University nog afronden. Waar haar scriptie over gaat? Niet verrassend: leiderschap in musea. Maar, benadrukt Baetens, „het is écht niet zo gepland, ik wist nog niet dat ik directeur zou worden toen ik mijn onderwerp koos”.
Haar leeftijd vindt ze „een leuk detail”. „Ik heb hier nu al een aantal jaar gewerkt, ik ken het museum van binnenuit. Toen de huidige directeur aankondigde dat ze zou vertrekken, heb ik gewoon gesolliciteerd. Maar ik had niet verwacht dat mijn droom nu al werkelijkheid zou worden.”
Baetens denkt dat met name de theoretische kennis en de praktijkervaring die ze tijdens haar studie heeft opgedaan goed van pas komen. „Doordat ik deze functie aansluitend aan mijn studie ga vervullen, is de kennis die ik heb van collectiesystemen heel actueel. Ook leg ik vanwege mijn leeftijd andere accenten dan mensen die al veertig jaar in het vak zitten en ben ik me bewust van zaken die in de afgelopen decennia in de museumwereld onderbelicht zijn gebleven.”
Ook al is haar grootste droom met de aanstelling tot directeur eigenlijk al gerealiseerd, er blijft altijd wat te dromen over. „Ik hoop dat ik het goed ga doen als directeur. Dat de vrijwilligers hier blij zijn en dat bezoekers ons weten te vinden. En natuurlijk dat ik mijn plannen op papier kan krijgen en goed kan uitwerken.” En ja, wat Baetens betreft is het Volksbuurtmuseum gewoon „het leukste museum waar ik kan werken”. „Andere musea zijn prachtig, hebben een uitgebreide kunstcollectie, maar dit is geen ingewikkeld museum. Hier staan het alledaagse leven en de normale mens centraal, dat vind ik supermooi.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Kunst en Cultuur
- Utrecht
- RDMagazine






