Donkere foto van een vrouw met kort, bruin haar en een rood vest aan. Ze zit op een kruk voor een raam met uitzicht op besneeuwde takken.  
Mies van Hout is de auteur van het Prentenboek van het Jaar. beeld Reyer Boxem
Cultuur & boeken Kinderboeken

Niet goed luisteren, dat doen we allemaal weleens, zegt illustrator Mies van Hout

Kleine Aap, dat is ze eigenlijk zelf, vertelt illustrator Mies van Hout. Het zwierige, avontuurlijke aapje speelt de hoofdrol tijdens de Nationale Voorleesdagen.

Vanuit haar raam heeft Mies van Hout zicht op een besneeuwde wereld, zo’n twee weken voorafgaand aan de start van de Voorleesdagen. De wegen, zeker in het noorden van Drenthe, waar de 63-jarige illustrator woont, zijn glad of onbegaanbaar. Het interview vindt daarom op afstand plaats.

Brengt de rustige, witte omgeving u inspiratie?

„Ik laat me wel inspireren door de natuur en door wat ik zie, maar het is niet zo dat ik er meteen mee aan de slag ga. Ik heb hier netjes met pinda’s en vogelzaad opgehangen. Vogels maken er enthousiast gebruik van, dat is zo’n beeld dat blijft hangen. Ik heb het trouwens eerder al eens in een van mijn liedjesprentenboeken gebruikt.”

Op deze idyllische plek in Zeegse, aan de rand van het natuurgebied de Drentsche Aa, werkt Van Hout aan haar kinderboeken. Ze illustreert al ruim 35 jaar boeken van anderen – onder wie Paul Biegel, Hanna Kraan en Mathilde Stein. Sinds zo’n vijftien jaar maakt ze ook eigen prentenboeken. Ze werd onder meer bekend door ”Bang mannetje” (2005, met Mathilde Stein), ”Vrolijk” (2011), ”Speeltuin” (2015) en haar liedjesprentenboeken waarin ze bekende kinderliedjes voorziet van verhalende illustraties. In 2025 verscheen de nieuwste, ”En we gaan nog niet naar huis”. Haar prentenboek ”Kleine Aap” (2024) staat deze maand centraal tijdens de Nationale Voorleesdagen.

Een grote verrassing, lijkt me?

„Nou, ik heb wel even gedacht dat het er een geschikt boek voor zou zijn, maar het was toch een hele grote verrassing voor me. Mijn liedjesprentenboeken en ”Vrolijk” stonden eerder al wel in de Prentenboektoptien (de jaarlijkse voorleestiplijst voor de Voorleesdagen, MO). De organisatie kiest als themaprentenboek altijd voor een boek met een duidelijk hoofdpersonage waarin kinderen zich kunnen herkennen. Alleen al omdat er een miniknuffeltje van gemaakt moet worden. Dat hadden die boeken niet en dat heeft ”Kleine Aap” dus wel.

„Het boek gaat eigenlijk over niet goed luisteren, best een belangrijk thema voor nu”

Mies van Hout, maker van het Prentenboek van het Jaar

Ik merk dat kinderen een duidelijke verhaallijn ook wel fijn vinden. Het boek gaat over een aapje dat heel graag iets wil vertellen, maar niemand luistert goed naar haar. Dat is op dit moment best een belangrijk thema, iedereen maakt zich er weleens schuldig aan, in het klein of in het groot.”

Aquarelachtige plaat in roze en gele tinten van een woestijnachtig landschap. Er rijdt een klein zwart aapje op een rode step doorheen.
Illustratie uit ”Kleine Aap”. beeld Mies van Hout

Hoe is het idee voor ”Kleine Aap” ontstaan?

„Ik hou ervan als een verhaal zich buiten afspeelt. Zal ik een dier het woud in laten gaan, dacht ik. Zo’n woud is dan de metafoor voor het spannende gebied waar van alles kan gebeuren. Ouderfiguren wil ik in prentenboeken zo veel mogelijk weglaten, die zijn te verantwoordelijk, die willen zich overal mee bemoeien. In dit geval zijn ze met een goede reden afwezig: er is net een klein broertje geboren, dat is de clou van het verhaal. Zoiets is belangrijk voor me, dan klopt het.”

Tegelijk is er veel fantasie.

„Een aap heeft natuurlijk geen stepje, zoals Kleine Aap, dat snap ik ook. Maar voor mij moet een verhaal een soort geloofwaardigheid hebben. Ik wilde eerst, na veel dubben, een beer als hoofdpersoon nemen. Tot ik dacht: dat kan niet, want bij beren worden twee- of drielingen geboren en tegen de tijd dat er een nieuwe worp komt, zijn de andere al volwassen. Zo kwam ik uit bij de primaten, die wonen met grote groepen in een boom.”

„Kleine Aap, dat ben ik. Daarom ligt het boek ook heel dicht bij me”

Mies van Hout, kinderboekenillustrator

Van Hout praat gepassioneerd over haar personage, alsof Kleine Aap echt bestaat. „Ze wil eigenlijk altijd al naar het grote woud, maar ze mag niet van haar mama. Dat stepje komt goed van pas, zo kan ze er snel vandoor gaan.” Met een lachje: „Het is natuurlijk helemaal niet handig, door een woud steppen, maar doordat Kleine Aap ook vingers aan haar voeten heeft, kan ze haar step optillen, terwijl ze aan haar armen door de takken klimt.”

Knuffeltje van een zwart aapje hangt op z’n kop aan een lamp.
Het miniknuffeltje van Kleine Aap –gemaakt ter ere van de Voorleesdagen– hangt aan een lamp in Van Houts atelier. beeld Reyer Boxem

Eigenlijk gaat ”Kleine Aap” over haarzelf, vertelt ze, tegen het einde van het gesprek. „Ik heb zelf één broer, hij is geboren toen ik vier jaar was. We woonden in Hapert, in Brabant, in een buurt met heel veel kinderen. Toen Dirk was geboren, ging ik naar buiten om het aan iedereen te vertellen. Kleine Aap, dat ben ik. Daarom ligt het boek heel dicht bij me. Graag iets willen vertellen, dat is ook echt iets wat bij mij past.”

U bent veel op pad voor workshops en voorleessessies. Vertelt u het liefst over uw nieuwste boek?

„Ik vind dat wel leuk, dan kan ik zien hoe het valt. Mijn drie kinderen zijn allang het huis uit en ik heb nog geen kleinkinderen. Door ervaring weet ik wat kinderen leuk vinden, maar je ziet dat natuurlijk het beste als je het boek aan hen voorleest. Ergens is het juist ook fijn dat ik pas achteraf de mening van kinderen hoor. Dan kan ik dicht bij mezelf blijven, bij mijn intuïtie. Dat blijkt altijd goed uit te pakken. Ik ben inmiddels met een tweede deel bezig, dat gaat er zeker komen en gaat over het broertje.”

Tekening van een drukbevolkte apenboom. Er hangen gekleurde slingers in en hangmatten met aapjes. Luiers hangen te drogen en kleine apen klimmen in de hoge takken.
Illustratie uit ”Kleine Aap”. beeld Mies van Hout

Soms inspireert een schoolbezoek u zelfs tot een nieuw boek…

„Omdat ik de lerarenopleiding tekenen heb gedaan, geef ik graag tekenworkshops. Jaren terug liet ik kinderen vissen met een emotie tekenen, vissen met gevoel. Ik ben zelf altijd erg bezig met gezichtsuitdrukkingen, mijn personages zijn mijn acteurs. Weet je wat, dacht ik, ik laat de kinderen een keer met krijt op zwart papier tekenen. Mijn redacteur was er die dag bij. Ik tekende zelf ook wat vissen en zij zei: Joh, dat is leuk, daar moet je een boek van maken.

„Als ik meer tijd aan een plaat besteed, kun je er langer naar kijken”

Mies van Hout, kinderboekenillustrator

Dat leek me heerlijk, ik tekende die vissen op een heel directe manier, zoals ik eerder deed tijdens mijn opleiding. Inmiddels was ik gewend dat aan een prentenboek een heel proces voorafgaat: een storyboard maken, nadenken hoe de hoofdpersoon eruitziet – je probeert een beetje controle te krijgen op het verhaal. Ik dacht dat ik de illustraties voor het boek –”Vrolijk” werd dat– in twee weken zou tekenen. Nou, ik deed er vijf maanden over. Zo’n tekening op zich maak ik in twintig minuten, maar je weet niet precies waar je naar op zoek bent, dus het is veel proberen. Illustraties hebben de tijd nodig om te rijpen. ”Kleine Aap” kostte me ook een jaar. Als ik meer tijd aan een plaat besteed, kun je er langer naar kijken.”

Iconisch in het boek over de aap is de laatste illustratie, van een drukbevolkte apenboom. Er hangen luiers aan de takken, apen slapen in hangmatjes. Een foto van de in 2024 overleden primatoloog Frans de Waal, met bavianen rond een pasgeboren aapje, leverde inspiratie. „Aah, zo aandoenlijk! Ik wist meteen: hier wil ik iets mee. Ik tekende drie apen op een tak, rond het babybroertje, net zoals op de foto.”

U gebruikt diverse technieken. De krijttekeningen in ”Vrolijk” en ”Vriendjes” geven een heel andere sfeer dan het zwierige aapje.

„Ik werkte dit keer met acrylinkt, dat vloeit mooi uit. Ik schilderde eerst de achtergronden. Waar de dieren moeten komen –zoals de luipaard– gebruikte ik markeervloeistof, want anders zou je de onderste laag erdoorheen zien. Het stepje en bijvoorbeeld de papegaaien verfde ik met plakkaatverf, dat zijn de accenten. Als ik alle dieren met plakkaatverf schilder, vind ik het te zwaar worden.

Ik weet nooit helemaal zeker wanneer een illustratie af is, ik ben ook wel een controlfreak, een pietje-precies. Maar op een gegeven moment voelt het goed. Ik werk digitaal nog wat bij, wat correcties in uitdrukking en kleur. Zo min mogelijk, het moet niet te gladjes worden.”

U staat natuurlijk bekend als illustrator, maar schrijver bent u evengoed.

„Ik vind mezelf meer tekenaar dan schrijver. Ik hou wel erg van vertellen, dat heb ik van mijn vader. Bij dit boek zat ik net zo lang te puzzelen tot het goed voorleest en tot het klopt. Olifant is het eerste dier dat wél naar Kleine Aap luistert. Maar als Aap hardop zou vertellen wat er aan de hand is, dan heb ik de clou al weggegeven. Hoe kan Kleine Aap het zeggen, zonder dat wij het weten, denk ik dan. Fluisterend, natuurlijk. Maar durft ze dat? Doordat ze met haar step tegen Olifant botst, kan Olifant vriendelijk zeggen: Fluister het maar! Met die Olifant ben ik weken bezig geweest, ook omdat hij sympathiek moest overkomen.”

Populaire artikelen