Meditatie: Macht
„Want zonder Mij kunt gij niets doen.”
Johannes 15:5c
Alles is omgekeerd bij de mensen: wat ze moeten beminnen, haten ze en wat ze moeten haten, beminnen ze. God, het hoogste Goed en de Enige Die hen tot gelukzaligheid brengt, haten ze. Wat hen hier op aarde reeds ongelukkig maakt en hen ten slotte in het eeuwig verderf stort, beminnen ze. De mens neigt naar, verheugt en vergenoegt zich in de lusten en ijdelheden van deze wereld, die spoedig vergaan en alleen maar treurigheid en ellende achterlaten. Hun droefheid is alleen naar deze wereld wanneer ze van deze of gene tijdelijke goederen beroofd worden; wanneer ze in hun vleselijke rust of gemakzucht gestoord worden; wanneer ze een of ander doel dat ze zich in de wereld voorstelden niet kunnen bereiken. Maar over hun zonde treuren ze in het geheel niet, ofschoon die hen stort in het verschrikkelijke verderf, hen waarlijk ongelukkig maakt en hen van God scheidt (Jesaja 59:2).
Het lichaam is een werktuig dat de boze begeerten van de ziel uitvoert. De ogen en oren zijn poorten waardoor de zonden in de ziel dringen. De andere leden zijn terstond gehoorzaam om gewillige dienaren van de zonden te zijn en haar lusten uit te voeren (Romeinen 6:12-13; 2 Petrus 2:14; Romeinen 3:13-15). „Hoe?” zou men kunnen vragen. „Heeft God dan de mens slecht geschapen?” Hierop is het antwoord: „Nee, maar God heeft de mens goed en naar Zijn evenbeeld geschapen.”
Christiaan Salomon Duijtsch,
predikant te Mijdrecht
(”Gedenkzuil opgericht te Mijdrecht”, 1788)__
- Meer over
- Meditatie




