Jos van der Kooy krijgt zilveren erepenning Haarlem bij afscheid als stadsorganist

Burgemeester Wienen van Haarlem (l.) en Jos van der Kooy. beeld Pieter Baak, Den Haag
3

Jos van der Kooy heeft dinsdagavond 10 oktober de zilveren erepenning van de gemeente Haarlem gekregen bij zijn afscheid als stadsorganist.

Dat gebeurde tijdens het afscheidsconcert dat Van der Kooy, die in december 65 werd, gaf in de Grote of Sint-Bavokerk. De musicus heeft 27 jaar de functie van stadsorganist vervuld.

Burgemeester Wienen van Haarlem roemde Van der Kooys bekwaamheid en kunstenaarschap en bekroonde zijn woorden met het uitreiken van de zilveren erepenning van de gemeente Haarlem. De 700 luisteraars die de Bavo vulden, beantwoordden dat met luid applaus.

Franck

Van der Kooy begon zijn afscheidsconcert met het ”Pièce héroïque”. César Franck componeerde het stuk na de Frans-Duitse oorlog. Ongetwijfeld had hij daarbij de strijd tussen de twee partijen op het oog. Je zou je kunnen afvragen wat de scheidende stadsorganist met deze keus voor ogen had. De gemeente Haarlem besloot dat hij niet zou worden opgevolgd. Is het dan toch niet een beetje zuur dat het gemeentebestuur dan zegt verheugd te zijn dat hij zijn werk in de Bavo en de Philharmonie in een andere vorm wil continueren.

Niettemin wist Van der Kooy het heldhaftige stuk van Franck bijzonder creatief te kleuren op de Müller, waarbij de registranten van onschatbare betekenis bleken.

Manneke

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Van der Kooy als stadsorganist van Haarlem schreef Daan Manneke in opdracht van hem een nieuw orgelstuk: ”Ligatura”, speciaal voor het Müllerorgel. ”Ligatuur” is van ouds een begrip dat in verschillende disciplines voorkomt, onder meer in de grafische wereld en in de muziek. Het betekent verbinding, binding.

Manneke verbindt het stemmenweefsel op vele uiteenlopende terreinen, bijvoorbeeld met verschillende tempi, toonsystemen, genres en zeer diverse, uiteenlopende timbres. Manneke schreef het in twee versies: een voor orgel en een voor panfluit en orgel. Het klonk nu in de tweede versie, waarbij Matthijs Koene meespeelde op een metalen panfluit. Dit instrument biedt een boeiend en interessant contrast ten opzichte van het pijporgel. ”Ligatura” is een modern en grillig stuk, waarin aan het eind in de linkerhand de Geneefse melodie van Psalm 8 verschijnt, gevolgd door de melodie van het motet dat Manneke schreef over Psalm 121. Voor mij vormden die twee het meest aangename deel van ”Ligatura”.

Bach en Kee

Bach was vertegenwoordigd met diens Toccata in F, BWV 540. Het stuk begint met een grote lineaire canon boven een orgelpunt op het pedaal, gevolgd door virtuoze pedaalsolo’s. Van der Kooy liet het Müllerorgel in al zijn glorie stralen. Aan het slot ronkte de Bazuin 32’ nog even door de gewelven.

”Magic Pipes” (2012) voor panfluit en orgel van Piet Kee, die eind augustus zijn 90e verjaardag vierde, diende als een vorm van eerbetoon aan Kee. Diverse klankinvallen, waarin de panfluit als een piccolo boven het plenum van het orgel uitkomt, vormen de ingrediënten van de magische pijpen. De panfluit begint ingetogen met een thema met grote intervallen, en keert vervolgens in alle mogelijke gradaties terug. Ongelooflijk hoe Koene zijn ”pipes” tot klinken bracht.

Reger

Regers grote fantasie over het koraal ”Wachet auf, ruft uns die Stimme” vormde het sluitstuk van het afscheidsconcert van Van der Kooy. Het koraal heeft in de liturgie een plek op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De fantasie begint als een zachte schildering van een slapende stad. De koraalmelodie is hierin niet aanwezig. De stad wordt gewekt door een luid signaal. Maar de stad slaapt verder. Volgens Van der Kooy doet het ook denken aan de vijf wijze en vijf dwaze maagden. Als de Bruidegom zich aandient, zwelt de orgelklank aan. In een lyrisch adagio verschijnt de koraalmelodie, die zacht afsluit, gevolgd door de fuga waarin de engelen het Gloria in de vorm van een dans zingen tot eer van God. Van der Kooy bracht het stuk in al zijn glorie tot klinken.

Stadsorganist

Hoewel Van der Kooy afscheid heeft genomen, blijft hij toch in Haarlem. Niet als stadsorganist, maar actief als concertgever in de oude Bavo en in de Philharmonie. Met Liesbeth den Boer, programmeur klassieke muziek van de Philharmonie, en Anton Pauw, met wie hij het stadsorganistschap deelde, blijft Van der Kooy betrokken bij het samenstellen van de concertseries. Omdat de musicus minder dan voorheen gaat spelen, ontstaat er ruimte voor meer gastorganisten.

Gelukkig draait Haarlem het fenomeen stadsorganist niet de nek om, zoals wel is gezegd en geschreven. Pauw is vanaf nu de enige stadsorganist van Haarlem, hoewel hij voornamelijk de kerkelijke taken als organist van de Grote of Sint-Bavokerk op zich neemt.

Van der Kooy blijft als cantor en organist verbonden aan de Westerkerk in Amsterdam. Ook continueert hij zijn werk als organist van de Raad van State in Den Haag en blijft hij doceren aan het Koninklijk Conservatorium in die stad en aan de Universiteit Leiden.