Gevlucht naar gastvrij België

Roel en Willemijn van den Berg emigreerden naar België om hun kinderen thuisonderwijs te kunnen geven. beeld Bert jansen

De emigratie naar België was voor Willemijn van den Berg geen vrijwillige keuze. Ze voelde zich gedwongen door de Nederlandse overheid. In het Vlaamse Pelt kwam haar gezin weer tot rust.

Het Belgische Pelt, net over de grens bij Valkenswaard, oogt opvallend welvarend en proper. Langs de doorgaande weg staan voornamelijk vrijstaande woningen met goed verzorgde tuinen en strakke bestrating. Meer Nederlands dan Vlaams. Vreemd is dat niet. Al decennialang strijken gegoede Nederlanders hier neer vanwege het gunstige fiscale klimaat in België en de aantrekkelijke prijzen van onroerend goed in het land van de zuiderburen.

Willemijn van den Berg (38) en haar man emigreerden om heel andere redenen. Niet uit vrije wil, maar noodgedwongen, voor de toekomst van hun kinderen Willem (8) en Helena (7).

Na de geboorte van hun eerste kind vestigden ze zich in het Brabantse Son en Breugel, hemelsbreed amper 40 kilometer bij Pelt vandaan. In zijn peuterjaren werd duidelijk dat er iets met Willem was. „Een oplettende pedagogisch medewerker van het kinderdagverblijf attendeerde ons erop dat er mogelijk sprake was van hoogbegaafdheid, wellicht in combinatie met hooggevoeligheid en licht autisme. Zo is het balletje gaan rollen.”

Haar man, ingenieur van professie, had zich nooit in deze thematiek verdiept. Willemijn, gediplomeerd musicus en dirigent, evenmin. Uiteindelijk kwamen ze terecht bij Kikidio, een particuliere montessorischool in Heeze met een plusklas voor hoogbegaafde kinderen. „Samen met Helena ging Willem er een dagdeel per week naartoe. Hij was daar helemaal op zijn plek, maar het onderwijs werd niet vergoed. Volledige plaatsing op die school konden we niet betalen.”

Een basisschool met openheid voor de problematiek van Willem was bereid de jongen op te nemen terwijl hij een dagdeel naar Heeze bleef gaan. „Heel sympathiek, maar het reguliere onderwijs bleek niet geschikt voor onze zoon.” Tot overmaat van ramp moest Kikidio vanwege financiële en organisatorische problemen de deuren sluiten.

„Daarna ging het snel bergafwaarts met Willem. Eind 2017 kwam hij thuis te zitten. Het ging echt niet meer.” Intussen was het echtpaar langs een leger hulpverleners geweest. „Psychologen, sensomotorische therapeuten, een gezinscoach... De GGD keek mee, het maatschappelijk werk, de huisarts, de school, maar het mocht allemaal niet baten. Het maatschappelijk werk vond dat het thuis prima ging, maar ik zag elke dag een zielsongelukkig kind. Geregeld zei hij: „Ik wil dood.” Dat sneed door mijn ziel.”

Etiketten

Om de zes weken overlegden de ouders met de psycholoog en de schoolleiding over de situatie van Willem. Teruggaan naar school was volgens de psycholoog niet wenselijk. „Die mening deelden we. De school zat in een lastig parket. Die kan een kind tijdelijk ziek melden, maar heeft wel een zorgplicht.”

Aanvankelijk was er ook thuis weinig met Willem te beginnen. „Hij had niet de energie om te leren of te spelen. Het enige wat hij deed, was huilen. Met natuurgerichte therapie en hulp van de psycholoog is hij langzaam opgekrabbeld uit zijn depressie.” In samenwerking met de welwillende individueel begeleider van de basisschool ging Willemijn haar zoon zelf lesgeven. „Dat lukte; er zat een stijgende lijn in. Op verzoek van de directeur ging hij op een gegeven moment zelfs weer naar school, maar daar viel hij meteen terug.”

Voortzetting van het thuisonderwijs was voor de school geen optie. Ook de leerplichtambtenaar stond er niet achter. „Van alle kanten werd aan ons getrokken door mensen die meenden de oplossing te hebben. De GGD-arts wilde Willem laten testen op autisme, na al het onderzoek dat al was verricht. Wij voelden er weinig voor om etiketten op ons kind te laten plakken. Volgens de leerplichtambtenaar moest hij naar een school in Helmond. Dat zagen we al helemaal niet zitten.”

Overtreding

In de zomer van 2018 ontstond bij Willemijn het idee om te emigreren naar een land dat royaal ruimte biedt voor thuisonderwijs. Engeland, Ierland, Amerika, Finland en België passeerden de revue. Haar man had enige tijd nodig om aan het idee te wennen. „Voor zijn gevoel moest er ook in Nederland een oplossing zijn. Ik was al tegen zo veel deuren aangelopen dat ik daar niet meer in geloofde.”

Als het aan Willemijn had gelegen, waren ze naar Ierland geëmigreerd. „Dat vind ik een geweldig mooi land, maar mijn man had dan van werk moeten veranderen. Hiervandaan rijdt hij er in drie kwartier naartoe. Dat is goed te doen.”

De school bleek bereid Willem tot december 2018 ingeschreven te houden. „Dat hebben we bijzonder op prijs gesteld, want formeel is het een overtreding. We hebben ouders in gelijke omstandigheden gesproken die in de zomervakantie naar België zijn gevlucht. De school van hun kind wist van niets. Die werd pas na de verhuizing door de ouders in kennis gesteld. Wij hadden tenminste de gelegenheid om in alle rust naar een huis te zoeken. In december zijn we verhuisd.”

Begrip

De omgeving reageerde verdeeld. „Echt begrip kwamen we weinig tegen, maar we zijn ook niet massief gewaarschuwd. „Kon het echt niet anders?” Dat kregen we het meest te horen. Terwijl de leerplichtambtenaar in Nederland nooit een vrijstelling zal afgeven voor ons kind. Er is altijd wel een plek die volgens hem geschikt is voor Willem. Als je die instelling als ouders niet ziet zitten, heb je een probleem met de staat. Het grootste onbegrip kwam van de instanties. Daar waren we gewoon bang voor.”

Bij Willem viel een last van zijn schouders toen hij hoorde dat hij niet meer naar school hoefde. Helena voelde weinig voor verhuizen, maar is intussen volledig aan de nieuwe stek gewend. Willemijn besloot beide kinderen thuis les te gaan geven. Vanwege haar nieuwe taak zette ze een punt achter haar lespraktijk als musicus. „Ik speel zo nu en dan nog wel, op projectbasis. Ook mijn koren en mijn orkest heb ik aangehouden.”

Het thuisonderwijs bevalt beide kinderen prima. „Achteraf bezien had ook Helena het heel slecht naar haar zin op school.”

Belemmeringen vanuit de overheid zijn er in België niet. „Je moet de kinderen aanmelden bij het ministerie van Onderwijs, aangeven in welk leerjaar ze zitten, welke vakken je gaat geven en hoe je de resultaten wilt toetsen. Eens in de twee jaar kan er een inspecteur langskomen. Aan het eind van de basisschoolleeftijd moeten ze een toets afleggen om te tonen dat ze op het vereiste niveau zitten. Zakken ze drie keer, dan moeten ze alsnog naar school.”

Cultuur

De komende jaren gaat ze zich vooral richten op onderwerpen die de interesse van de kinderen hebben. „Pas wilden ze meer weten over Zuid-Amerika. We hebben het over de Andes gehad, het Amazonegebied, de landen in Zuid-Amerika, de hoofdsteden, de geschiedenis… Aansluitend zijn we naar het Museum voor Volkenkunde in Leiden geweest, om de tentoonstelling over de Inca’s te bekijken.”

Voor sociaal isolement is de huismoeder niet beducht. „Helena zit op de plaatselijke turnvereniging, Willem op de zwemvereniging. Bovendien hebben we geregeld contact met andere gezinnen van thuisonderwijzers, zowel van Belgische als van Nederlandse komaf. Voor gezamenlijke lessen of een gezellige ontmoeting.”

Cultureel was het even aanpassen. „Al spreken ze hier dezelfde taal, de bevolking is echt anders. Belgen zijn gemoedelijker én gereserveerder. Stel je jezelf open op, dan verdwijnt dat gereserveerde snel. De buren hebben ons heel hartelijk ontvangen. De nabuurschap functioneert hier nog echt. Dat vind ik heel mooi.”

Het echtpaar verwacht voorlopig niet te vertrekken. „De rust in het gezin is weergekeerd. Dat is ons alles waard. In Nederland hebben we ruim zes jaar in een crisissituatie geleefd.”

Een Belgische ziet Willemijn zich niet worden. „Ik blijf gewoon mezelf. Volgens mij zou ik overal wel aarden. De overgang van mijn geboorteplaats in de Randstad naar Brabant was lastiger dan die van Brabant naar België. Ook verderop in België zou ik goed kunnen wonen. Of in Ierland. Daar is het klimaat voor thuisonderwijzers om door een ringetje te halen. Je krijgt daar zelfs hulp van de overheid. Maar ja, Ierland is voor ons geen optie.”

Ter bescherming van hun privacy zijn voor de kinderen schuilnamen gebruikt.