„Praat met docent over identiteit”

beeld ANP

Schoolbestuurders moeten met hun personeel in gesprek blijven over de doorwerking van de identiteit in de praktijk.

Mr. A. Weggeman, voorzitter van de identiteitscommissie van scholenorganisatie VBSO, zei dat maandagmorgen in Utrecht. „Stel in de jaarlijkse gesprekken met werknemers de loyaliteit aan de grondslag aan de orde.”

Weggeman reageerde tijdens een symposium op het promotieonderzoek van mr. Niels Rijke naar de verhouding tussen het benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen en de rechten van onderwijspersoneel. Rijke signaleert dat de rechten van werknemers sinds de jaren 80 in de wetgeving meer gewicht krijgen.

Ds. W. A. Zondag, lid van de identiteitscommissie van de VGS, vroeg zich af of er niet meer „mediationachtige” instituten nodig zijn die bij conflicten tussen scholen en docenten het onderlinge begrip proberen te vergroten.

Voormalig LVGS-voorzitter Jan Westert constateerde dat bij gereformeerd-vrijgemaakte scholen de nadruk is verschoven van institutionele naar meer inhoudelijke identiteit. Volgens VBSO-jurist mr. L. Vogelaar zijn beide belangrijk: je identiteit duidelijk onder woorden brengen én ernaar streven dat deze in de praktijk gestalte krijgt.

Volgens mr. Jan Krol, oud-voorzitter van de commissie van beroep van het LVGS, heeft het gereformeerd-vrijgemaakt onderwijs zijn tijd gehad. „Laat het opgaan in de protestants-christelijke scholen. Dat sluit aan bij de huidige kerkelijke ontwikkelingen. Laat de kerklidmaatschapseis vallen; christenen moeten elkaar als broeders en zusters zien.” Krol noemde het door de overheid gesubsidieerde bijzonder onderwijs „een rijk bezit dat gekoesterd moet worden.”

De scholen zijn redelijk op de hoogte van de ontwikkelingen in de wetgeving, concludeerde VGS-jurist Macdaniel uit het proefschrift. Als ander opvallend punt noemde hij dat scholen met een open toelatingsbeleid in de praktijk breder in opvattingen zijn dan scholen met een gesloten beleid. Op een vraag of het benoemingsbeleid door het lerarentekort niet onder druk komt te staan, antwoordde hij: „Daar hoor ik nog niet veel van. Het wordt opgelost door meer vrouwen te benoemen. In eerdere perioden met een tekort zag je wel dat er tijdelijk wat ruimere criteria werden gehanteerd en dat dit werd teruggedraaid toen er geen tekort meer was.”

Arjan van Essen gaf aan hoe zijn medewerking aan een theaterproductie leidde tot zijn ontslag als docent aan het Driestar College. Op een vraag van mr. Vogelaar of hij er begrip voor heeft dat een instelling erbij gebaat is de identiteit te handhaven, ook met het oog op de leerlingen, antwoordde hij: „Nee, ik zie dat niet. Ik snap dat niet, als een standpunt niet op Bijbelse, maar op traditionele gronden gebaseerd is.”

Het Wageningse CU-raadslid Heger schetste hoe haar lesbische relatie discussies in haar partij veroorzaakte. „Van het label onruststoker kom je nooit meer af. Toon empathie. Geef elkaar de ruimte.”