Parodontitis kan duiden op diabetes

Bij parodontitis en diabetes spelen dezelfde leefstijlfactoren een rol, zegt parodontoloog dr. Wijnand Teeuw. „Veel patiënten roken, veel hebben een lagere sociaal-economische klasse en eten minder gezond. Het zijn dit soort patiënten die de wachtkamers bevolken van cardiologen, internisten en ook van ons als parodontologen.” beeld Eran Oppenheimer
3

Ernstige tandvleesontsteking –parodontitis– kan wijzen op diabetes. Bij een op de vijf patiënten met deze gebitsaandoening wijst een vingerprik uit dat ze diabetes hebben. Tandartsen als ontdekkers van suikerziekte.

Parodontitis is het eindstadium van een proces. Een proces dat begint met ontsteking van het tandvlees, vertelt parodontoloog dr. Wijnand Teeuw, hoofd van de kliniek voor parodontologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Als tandvlees gaat bloeden bij het poetsen, flossen of tandenragen, is dat geen goed teken. „Het tandvlees is dan ontstoken. We noemen dat gingivitis. Het is met de juiste mondhygiëne, het verwijderen van tandplak en tandsteen, door de tandarts of mondhygiënist goed te behandelen.”

Gebeurt dat niet en krijgt de ontsteking een blijvend karakter, dan kan ook het kaakbot aangetast raken: parodontitis. Het verraderlijke aan deze mondziekte is volgens Teeuw dat pijn zelden of nooit een rol speelt, ondanks soms grove ontstekingsprocessen aan tandvlees, steunweefsel of kaakbot.

„Je hebt als patiënt dus geen last van kiespijn, wel van bloedend tandvlees tijdens het poetsen, flossen of het gebruik van een tandenstoker of -rager. Dat wijst op een ontsteking. De oorzaak is gingivitis of parodontitis. Wat er precies aan de hand is, kan een patiënt zelf niet bepalen, maar een tandarts wel. Daarom is jaarlijkse controle op tandbederf en tandvleesontsteking zo belangrijk. De tandarts kan de ruimte tussen het tandvlees en de gebitselementen, de zogeheten pocket, meten met een pocketsonde. Die ruimte hoort heel ondiep te zijn. Als de pocket dieper wordt en het tandvlees gemakkelijk bloedt, duidt dit op een ontstekingsproces.”

Weerstand

Maar waarom krijgt iemand gingivitis en vervolgens parodontitis? Heeft dat alleen te maken met foute bacteriën, een niet optimale mondhygiëne of wellicht ook met een verminderde immuniteit in het algemeen en van de weerstand in de mond in het bijzonder? En waardoor komt dat dan?

Teeuw zocht in de literatuur naar antwoorden en deed onderzoek bij patiënten met een ernstige vorm van parodontitis. Vorige maand promoveerde hij daarop aan de Universiteit van Amsterdam.

Bij zowel gingivitis en in een later stadium parodontitis is er sprake van een verminderde afweer in de mond waardoor slechte bacteriën hun slag kunnen slaan. De immuniteit kan verlaagd zijn door stress. Stress heeft een enorme invloed op de lichaamsafweer. Ingrijpende gebeurtenissen in het leven kunnen hierbij een rol spelen, zoals een sterfgeval of het verlies van een baan, weet Teeuw. Ook ongezonde voeding en een ongezonde leefstijl, met name roken, zorgen voor een verminderde weerstand. „Het gaat om risicofactoren die ook bij het ontstaan van veel welvaartsziekten een rol spelen. Daarnaast kan de afweer zijn verminderd door erfelijke factoren of een onderliggende aandoening.”

Zijn de milde en matige vorm van parodontitis door de tandarts vaak nog goed te behandelen, bij de ernstige vorm is dat een stuk lastiger, zelfs voor parodontologen. De ontsteking zorgt voor botafbraak. En waar bot is verdwenen, komt het niet meer terug. Door verlies van steun- en botweefsel gaan tanden en kiezen losstaan. Soms is extractie, oftewel het trekken van het gebitselement, nog de enige optie.

„We vroegen ons als parodontologen in het ACTA af waarom de ontsteking soms zo moeilijk te stoppen is. Is er wellicht nog een verborgen aandoening die meespeelt? Een van de ziektebeelden die de afweer verlagen, is diabetes. Suikerpatiënten kunnen te maken krijgen met complicaties zoals parodontitis. Dat was al bekend. Maar is parodontitis mogelijk een van de eerste signalen van deze aandoening?”

Vingerprik

Teeuw ging aan de slag met een nieuwe bloedtest annex vingerprik, ontwikkeld door het Slotervaart Ziekenhuis in samenwerking met het ACTA, waarvan de betrouwbaarheid inmiddels was vastgesteld. „We bepaalden het HbA1C. Dat is versuikerd hemoglobine, een bloedeiwit. Hemoglobine circuleert zo’n drie maanden in het bloed voordat het vernieuwd wordt. Daarmee biedt het goed zicht op het bloedsuikerwaarden over de laatste anderhalf tot drie maanden. Dat is een veel stabielere marker dan het gewone glucosegehalte, dat slechts een momentopname is.”

Bij 313 patiënten werd bloed afgenomen. Van hen hadden er 126 een milde tot matige vorm van parodontitis, 78 hadden ernstige parodontitis en 109 patiënten hadden een gezond gebit. De uitkomst van het bloedonderzoek was verrassend. Teeuw: „Bij een op de vijf mensen met ernstige parodontitis vond ik verhoogde HbA1c-waarden. Ze hadden dus diabetes en dat wisten ze zelf niet.”

Een aftakelende mondgezondheid kan volgens de Amsterdamse parodontoloog dan ook een vroeg signaal zijn van diabetes. „Internisten schatten dat patiënten soms al vijf, mogelijk zelfs tien jaar rondlopen met diabetes, zonder dat ze het weten. Als de ziekte ontdekt wordt, is er vaak al veel schade opgetreden. Een eenvoudig bloedonderzoek waarbij je de aandoening vroegtijdig ontdekt, heeft dus een grote diagnostische waarde.”

Moet iedere tandarts of mondhygiënist nu bij patiënten met een ernstige vorm van parodontitis bloed gaan prikken?

„Nee, daarvoor is het nog te vroeg. We zijn bezig met de opzet van een grotere studie in heel Nederland. Je moet namelijk uitsluiten dat we bij het ACTA te maken hebben met een geselecteerde groep die niet representatief is voor de samenleving als geheel.

Tegelijk zeg ik: mocht iemand met ernstige parodontitis de praktijk binnenkomen en heeft hij of zij nog andere symptomen, zoals overgewicht of een klacht zoals veel drinken en plassen, of als er suikerziekte in de familie voorkomt, dan doet een tandarts er goed aan om de patiënt te adviseren naar de huisarts te gaan voor nader onderzoek op diabetes. De mondgezondheid is een spiegel van de algehele gezondheid. Ook als de behandeling van parodontitis slecht aanslaat, kan dat een reden zijn om een patiënt door te sturen.”

Zijn tandartsen voldoende alert op parodontitis?

„Ja, maar wat meer aandacht zou geen kwaad kunnen. Omdat tandartsen hun patiënten regelmatig en al vaak van jongs af aan zien, kunnen ze een belangrijke rol spelen in de preventie en signalering van andere ziekten. De jonge generatie tandartsen wordt inmiddels geleerd scherp op parodontitis te letten. Tegenwoordig werken tandartsen samen met mondhygiënisten. Ik zeg weleens tegen hen: de patiënt neemt naar de praktijk een heel lichaam mee dat in nauw contact staat met de mond. Je weet de leeftijd, je ziet het postuur, je stelt een paar vragen en je weet eigenlijk al heel veel. Bekijk dus niet alleen de mond, maar de hele patiënt.”

Kun je zelf parodontitis voorkomen of vertragen?

„Door gezonde voeding en leefstijl en de juiste mondhygiëne kun je gingivitis en in het verlengde daarvan parodontitis voorkomen. Het algemene advies is: poets twee maal per dag en houd de ruimte tussen tanden en kiezen goed schoon met een tandenragertje of -stoker. Bij mensen met een hoge gevoeligheid voor ontsteking is vaak een persoonlijke aanpak nodig. Patiënten kunnen aan hun tandarts en/of mondhygiënist vragen of de mondhygiëne voldoende is.

Een goede vitaminevoorziening is ook belangrijk. De vroegere aandoening scheurbuik, waarbij tanden en kiezen uitvielen door gebrek aan vitamine C, was waarschijnlijk een heel ernstige vorm van parodontitis. Vitamine D is eveneens van belang, bijvoorbeeld voor de calciumopname en de botopbouw, ook als het gaat om het gebit.

Als een onderliggende ziekte de oorzaak is van parodontitis, dan wordt preventie een stuk lastiger. Je ziet de laatste tien à twintig jaar dat dankzij een betere mondzorg en door preventie gingivitis minder voorkomt, en in het verlengde daarvan ook de lichte en matige vormen van parodontitis. Maar de ernstige vorm die zich voordoet bij 10 tot 15 procent van de bevolking is niet verminderd. Het is blijkbaar lastig om die ernstige vorm van parodontitis, waarbij aanleg en ziekten een rol spelen, te voorkomen of te behandelen.”

Zijn parodontitis en diabetes niet twee aandoeningen met mogelijk dezelfde oorzaak?

„Je ziet inderdaad dat dezelfde leefstijlfactoren een rol spelen. Veel patiënten roken, veel hebben een lagere sociaaleconomische klasse en eten minder gezond. Het zijn dit soort patiënten die de wachtkamers bevolken van cardiologen, internisten en ook van ons als parodontologen. Bepaalde genen die in verband gebracht worden met hart- en vaatziekten, suikerziekte en kanker, lijken ook sterk geassocieerd te zijn met het hebben van parodontitis.”

Speelt een verslechterde microcirculatie door vaatvernauwing een rol, zowel in het slijmvlies van de mond en het tandvlees als in de rest van het lichaam?

„Vasculaire schade speelt zeker een rol. De belangrijkste complicatie van diabetes is vaatschade, zowel in het hart als in de overige organen. Als de microcirculatie niet goed is, kunnen afweercellen de weefsels niet goed bereiken. Het onderhoud van de weefsels verloopt minder goed. En bij diabetes zijn door de versuikering de afweercellen zelf ook minder functioneel.

Suikerziekte draagt daardoor bij aan parodontitis. Het omgekeerde geldt ook, maar waarschijnlijk in iets mindere mate. Door lokale problemen, bijvoorbeeld een mondinfectie of een ontsteking in de voet door diabetes, stijgt het gehalte aan ontstekingseiwitten in het bloed. Die ontstekingseiwitten bevorderen op hun beurt weer insulineresistentie, waardoor suiker minder goed wordt opgenomen in de lichaamscellen. Dat leidt uiteindelijk tot verergering van diabetes. Het is een wisselwerking.”

Speekseltest

Tandarts-implantoloog Peter van der Schoor uit Garderen heeft in Nederland een van origine Scandinavische speekseltest –PerioSafe– geïntroduceerd om het risico op parodontitis vast te stellen.

De test duurt twee minuten, waarbij in het speeksel het enzym aMMP-8 wordt gemeten. Als dit verhoogd is, wijst dit op een actief weefselafbraakproces in de mond.

Parodontoloog Teeuw vindt het idee achter de test heel goed, maar plaatst wel twee kanttekeningen. „Uit studies tot dusver blijkt dat de aMMP8-test niet betrouwbaar genoeg is. In de praktijk zie je dat de test te vaak aangeeft dat er sprake is van parodontitis terwijl dit dan niet het geval is.”

In de tweede plaats heeft de test in de tandheelkundige praktijk volgens Teeuw geen meerwaarde. „We kunnen heel eenvoudig met ons instrumentarium zien of er sprake is van parodontitis of niet.”

Voor huisartsen en internisten kan een betrouwbare speekseltest wel handig zijn, denkt Teeuw. „Bijvoorbeeld als mensen met diabetes moeilijk instelbaar zijn. Ze kunnen dan kijken of er wellicht iets aan de hand is met de mondgezondheid.”

De betrouwbaarheid van de test zou eigenlijk in een goed onderzoek nog eens tegen het licht moeten worden gehouden, vindt Teeuw. „En we zouden naar meer speekselmarkers moeten zoeken: groepen eiwitten die reageren op parodontitis, zodat je kunt zien of daar sprake van is.”

>>periosafe-nederland.nl