Joodse gemeenschap ruziet over opperrabbijn Jacobs

De orthodox-joodse synagoge in de Gerard Doustraat in Amsterdam. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen
2

In de orthodox-joodse gemeenschap van Nederland is onenigheid ontstaan over opperrabbijn Binyomin Jacobs van het Interprovinciaal Opperrabbinaat (IPOR). Het bestuur van de orthodox-joodse gemeente Amsterdam heeft dinsdag het contact met Jacobs opgeschort, de andere regio’s, de ressorten Den Haag, Rotterdam en het IPOR, distantieerden zich woensdag van deze beslissing.

Aanleiding voor het opschorten van het contact is volgens het bestuur van de orthodox-joodse gemeente van Amsterdam het feit dat Jacobs begin dit jaar drie keer niet reageerde op even zo veel verzoeken tot een gesprek over een misbruikzaak op de orthodox-joodse school Cheider in Amsterdam.

Jacobs, vice-voorzitter van het schoolbestuur van het Cheider, zou in 2012 ouders hebben ontmoedigd aangifte te doen tegen leerkracht Ephraïm S. Justitie verdenkt hem van ontucht met of verkrachting van minstens vijf leerlingen tussen de 6 en 13 jaar op de school.

Jacobs zou ouders van de slachtoffers hebben gewaarschuwd dat er sancties staan op valse aangiftes en dat hun kinderen later niet meer zouden kunnen trouwen binnen de gemeenschap, aldus Het Parool.

De Amsterdamse gemeente, de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS), wil hierover met Jacobs in gesprek. Toen daarop volgens het NIHS na twee maanden geen reactie kwam, stuurde zij dinsdagavond de brief waarin het contact werd opgeschort. „We kunnen tot onze grote spijt niet anders constateren dan dat u geen gesprek wil aangaan met NIHS, we zien ons genoodzaakt de contacten met u te moeten opschorten tot een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden”, schreef voorzitter David Brilleslijper.

Brilleslijper meldde ook dat zijn gemeente afziet van contacten met de interrabbinale overlegorganen waarin Jacobs zit. De NIHS doet voorlopig alleen een beroep op de Amsterdamse rabbijnen.

Onder de rechter

Jacobs’ woordvoerder, journalist Hans Knoop, zei woensdag desgevraagd dat Jacobs geen gesprek wil „omdat de zaak onder de rechter is en omdat Jacobs diverse gesprekken als rabbijn heeft gevoerd.”

Volgens hem is de brief een uiting van „al langer bestaande spanningen tussen de Joodse gemeente Amsterdam en rabbijn Jacobs. Bovendien is een groot deel van de leden van de NIHS in deze kwestie niet geraadpleegd. Opperrabbijn Jacobs is in Amsterdam ongemeen populair.”

Brilleslijper stelt echter dat het NIHS-bestuur haar leden vertegenwoordigt. „We hebben over deze brief de gebruikelijke procedure gevolgd: na consultatie van ons rabbinaat. En nee, het is niet gebruikelijk hierover een referendum onder de leden te houden.” Jacobs is opperrabbijn van alle orthodox-joodse gemeenten van het Nederlands-Israëlitische Kerkgenootschap (NIK), Amsterdam, Den Haag en Rotterdam uitgezonderd. De orthodox-joodse gemeente Amsterdam NIHS telt ruim 2000 zielen en vertegenwoordigt daarmee 55 procent van de leden van het NIK. Het Cheider heeft zo’n 75 leerlingen.

Zeer ongepast

In een mail die in het bezit is van het Reformatorisch Dagblad, distantiëren de voorzitters van de Joodse ressorten Rotterdam, Den Haag en het IPOR zich woensdag van de brief van de Amsterdamse gemeente. Zij noemen het „zeer ongepast dat er op deze manier naar buiten wordt getreden.” Ook zij wijzen op onenigheid tussen de NIHS en Jacobs. „De stellingname namens de NIHS ten opzichte van de Opperrabbijn was en is ons bekend en siert jullie niet.”

De voorzitters wijzen eveneens erop dat de zaak onder de rechter is. „De Opperrabbijn kan vanuit zijn positie derhalve niet met een ieder omtrent deze zaak in gesprek. Jullie acties, nadrukkelijk gericht op de Opperrabbijn, maken de zaken onnodig ingewikkeld en plaatst niet de mogelijke dader, maar de Opperrabbijn in het verdachtenbankje.”

Volgens de voorzitters, Leo Vromen van Rotterdam, Aryeh Baumgarten van Den Haag en Ellen van Praagh van het IPOR, worden „de slachtoffertjes door de afgeleide aandacht nog meer in de kou gezet.”

Brilleslijper reageert desgevraagd kort op de mail. „De brief van de andere ressorten laat ik geheel aan hen.”

Het Nieuw-Israëlietisch Weekblad (NIW) bevroeg oud-commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, staatsraad Jan Franssen, over de kwestie. Hij is lid van de raad van advies van het Cheider en adviseerde het bestuur in de misbruikzaak. „Ook hij verklaart tegenover het NIW dat alles volgens protocol is verlopen en dat het bestuur in deze zaak correct heeft gehandeld”, aldus het NIW woensdag.

Woensdag stelde Cheider-bestuursvoorzitter Loonstein al in het Reformatorisch Dagblad dat het bestuur zich aan het protocol en de aanwijzingen van de onderwijsinspectie heeft gehouden.

Aftreden

VVD-Kamerlid Heerema drong er woensdag in Kamervragen bij minister Slob op aan dat hij het Cheider-bestuur oproept om af te treden. Woordvoerder Knoop ziet het optreden van de bewindsman met vertrouwen tegemoet. „Die zal, na grondig onderzoek, zeggen dat het bestuur juist heeft gehandeld.”

Brilleslijper zegt niet in de positie te zijn om over de kwestie van het Cheider te kunnen oordelen. „Bij dergelijke serieuze aantijgingen hoort er een onafhankelijk onderzoek te komen. Als daaruit zou blijken dat wat er over het bestuur wordt geschreven correct is, is dat zeer ernstig. Dan moeten er maatregelen worden genomen.”

De van ontucht verdachte S. vertrok na het bekend worden van de verdenking naar Israël. Dit land leverde hem in maart 2016 uit aan Nederland. Woensdag moest hij in een proforma-zitting voor de rechter verschijnen.