OpinieColumn

Hoe proper is het ophouden van de schone schijn?

Behoedzaam haal ik een vinger over de lak van mijn auto. „Niet doen!” hoor ik in gedachten autoliefhebbers roepen, maar ik kan het niet laten. Een blauwe streep komt tevoorschijn vanonder het groezelige Saharazand.

„Zo kan het niet”, mompel ik. Mijn bolide heeft een wasbeurt nodig. Zeker met het oog op de eerste schooldag van de kleuter – de school is niet op loopafstand. Van die gedachte krullen mijn mondhoeken zich geamuseerd omhoog. Een sterk staaltje schone schijn, denk ik vol zelfspot. Letterlijk en figuurlijk.

Niet alleen een eerste schooldag roept om properheid. Voordat er bezoek komt, draaf ik met de stofzuiger, hanteer ik de allesreiniger kwistig en boen ik de vette vingertjes van de ramen. Ons onderkomen nadien smetteloos noemen, durf ik niet. Je weet maar nooit of er nog een kruimel op de bank of een haar op de grond ligt. Onfris is het er in ieder geval niet.

Er komt geen enkele klacht over zijn lippen

Als ik na het rondhollen met een poetsdoek hijgend op de bank zit, overdenk ik mijn hang naar die letterlijke schone schijn. Met een fris onderkomen doe ik niemand kwaad. Dat mijn echtgenoot er iets anders over denkt sluit ik overigens niet uit. Toch komt er geen enkele klacht over zijn lippen. Dat is echte liefde.

Voor het verkrijgen en het behouden van zo’n glimmende buitenkant heb je de medewerking nodig van de mensen die het dichtst bij je staan. Ik herinner me een kinderverhaal over een oom die kwam logeren. Toen hij zich, vermoeid na een lange reis, op het logeerbed liet zakken, stak de mast van een haastig onder het bed gemoffeld zeilschip hem in zijn achterste. Wat opruimen voor de een is, is dat klaarblijkelijk niet voor een ander.

Toch kan het ophouden van schone schijn neigen naar hypocrisie. Hebben we niet allemaal iets weg van een Farizeeër? Gelukkig is er Een Die door dat alles heen prikt: „Want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan” – ook als de buitenkant mooier lijkt dan de binnenkant is.

Wat mijn auto betreft: de eerste schooldag is inmiddels geweest, maar het voertuig is nog steeds verre van proper. Mijn wasstraat is tijdelijk gesloten. Ik heb het voornemen – met moeite – losgelaten. Mijn Opel rijdt, en daar gaat het om.