GeschiedenisInterview

Michiel de Ruyter: Gelovig, gehard en geliefd

Op 29 april 1676 blies admiraal Michiel de Ruyter zijn laatste adem uit aan boord van het vlaggenschip ”De Eendracht”. Hij was een week eerder in de Slag bij Agosta in de Middellandse Zee getroffen door een kanonskogel, die zijn been verbrijzelde. Twee historici over beeldvorming rond de zeeheld.

Stadsgezicht met huizen en kerktoren. Op de voorgrond staat een bronzen standbeeld van een man in zeventiende-eeuwse kleding.
Het standbeeld van Michiel Adriaanszoon de Ruyter op de boulevard in Vlissingen. beeld RD, Henk Visscher

Ronald Prud’homme van Reine

Man met bril zit op een stoel in een kamer met boekenkasten. Hij is omringd met portretten van zeehelden.
Maritiem historicus Ronald Prud'homme van Reine. beeld Fred Libochant Fotografie

Ronald Prud’homme van Reine (1960) is maritiem historicus en publiceerde in 1996 een biografie van Michiel de Ruyter, die als toonaangevend wordt beschouwd. In 2021 verscheen een herziene versie. Prud’homme publiceerde ook biografieën over andere admiraals. In 2025 verscheen van zijn hand ”Het zeeheldenboek. Geroemde en verguisde admiraals”.

Naast het schrijven van een biografie over Michiel de Ruyter was u ook actief voor Stichting Michiel de Ruyter. Hoe raakte u hierbij betrokken?

„Ik was betrokken bij de oprichting. Tijdens het onderzoek voor mijn biografie van De Ruyter bleek namelijk dat er bij de nazaten nog een koffer met oude documenten van Michiel de Ruyter zelf was. Deze koffer was bij de overdracht van stukken aan het Nationaal Archief in 1896 per abuis achtergebleven bij de familie. Mijn doel met de stichting was ervoor te zorgen dat ook deze documenten in het archief terecht zouden komen. De vorige voorzitter, een nazaat van Michiel de Ruyter, heeft ze nog een tijdlang in zijn flat onder zijn bed bewaard. Uiteindelijk zijn ze door de huidige voorzitter, De Ruyter de Wildt, overgedragen. Ik ben na de overdracht van de documenten teruggetreden. Andere leden gingen verder met de stichting, om de nagedachtenis van De Ruyter te promoten.”

Kort na De Ruyters overlijden kwam al de grote biografie van de hand van Gerard Brandt uit, en in 1928 een lijvige biografie door P.J. Blok. Was er nog wel een nieuwe biografie nodig?

„De laatste biografie was alweer een hele tijd geleden verschenen. Brandt schreef een soort heldenepos en Blok was geen maritiem historicus; hoewel hij een heel lijvig boek schreef, kwam De Ruyter als zeetacticus nauwelijks ter sprake. Ik heb daarom vooral gekeken naar Michiel de Ruyter als vlootvoogd. Mijn aanpak was ook anders. Blok schreef nog duidelijk over een ”held”, ik hield meer afstand, waardoor de biografie feitelijker, objectiever werd.”

Schilderij van een man met lang donker haar in deftige donkere kleding, met een witte jabot. Op de achtergrond zijn schepen te zien.
Michiel de Ruyter, schilderij van Ferdinand Bol (1667). beeld  National Maritime Museum, Londen

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

„De Ruyter wordt altijd gekoppeld aan de beroemde tocht naar Chatham, waarbij het Engelse vlaggenschip ”Royal Charles” buit werd gemaakt. De Ruyter lag echter de eerste dag van de strijd bij Chatham ziek in zijn kajuit en was amper betrokken bij de besluitvorming over de tocht. Dat heb ik gewoon opgeschreven. Blok liet dat allemaal weg, omdat hij dit als aantasting van De Ruyters status zag. Ik heb steeds geprobeerd een mens van vlees en bloed van hem te maken, al zijn er weinig persoonlijke documenten van hem bewaard gebleven, dus dat viel niet mee. De belangrijkste bronnen waren zijn scheepsjournalen en zijn ambtelijke brieven.”

Wat valt daarin op?

„De Ruyter was een heel godsdienstig man. Als hedendaags historicus vind je dat al snel, omdat religie tegenwoordig een veel kleinere rol speelt, maar bij hem overheerst het ook in vergelijking met zijn collega’s en tijdgenoten heel sterk. Een scheepsjournaal kan ook zomaar een stuk preek bevatten; dat vind je bij collega’s niet terug. En hij schrijft ook regelmatig over de zondagse dienst aan boord iets op als: „genooten van een schoone predicatie”.”

Hoe zou u De Ruyter omschrijven in een paar zinnen?

„Typerend voor De Ruyter is zijn verbondenheid met de zee, met God en met zijn familie”

Ronald Prud'homme van Reine, maritiem historicus

„Typerend voor hem is zijn verbondenheid met de zee. In de laatste 25 jaar was hij zelfs meer op zee dan aan land. Daarnaast zijn opvallende verbondenheid met God en met zijn familie. Dat kenmerkt hem, dat valt op, ook in zijn tijd.”

Stichting Michiel de Ruyter noemt als kernwoorden om hem te typeren: gelijkwaardigheid, respect en verbondenheid.

„Dat zal een reactie zijn op hoe De Ruyter tegenwoordig wordt gezien. In 2015 kwam er een speelfilm uit over De Ruyter en sindsdien is er kritiek op zijn rol bij slavernij. Om aan te sluiten bij het huidige publiek zal men daarom eigenschappen van hem die nu goed liggen willen benadrukken. Maar gelijkwaardigheid en de zeventiende eeuw passen niet echt bij elkaar, dat is vanuit het heden bedacht.”

Krijgt zo iedere tijd dan niet zijn eigen Michiel?

„Misschien is dat wel zo, maar dat vind ik niet per se problematisch. Je kunt in een speelfilm geen echte zeventiende-eeuwer neerzetten; je zou hem dan alleen al niet kunnen verstaan; en de mate van godsdienstigheid kun je ook zo niet meer neerzetten, dat begrijpt men niet meer.”

Schoolplaat met tekening van een man op een bed in een lage ruimte op een schip. Hij wordt omringd door een groep mannen in donkere kleding.
Dood van Michiel de Ruijter. beeld Nationaal Onderwijsmuseum

Uit het verslag van het sterfbed van Michiel de Ruyter klinkt een heel gelovig mens. Hij zou als laatste psalm 63 hebben geciteerd. Volgens jeugdboekenschrijver K. Norel zou hij ook van zijn bemanning afscheid hebben genomen. Is dat allemaal waar of is er in de loop der tijd een té vroom beeld van Michiel de Ruyter ontstaan?

„We weten heel veel van zijn sterfbed. Er was een vlootpredikant aanwezig die veel heeft opgeschreven. Zijn eerste biograaf was ook predikant en had veel belangstelling voor het overlijden van De Ruyter. Hij heeft kort na diens dood nog veel feiten van aanwezigen gehoord, dus er is geen reden om aan de details te twijfelen. De aanwezigheid van de bemanning komt niet in de verslagen voor, dat zal erbij verzonnen zijn om het beeld van ”Bestevaer” groter te maken. Maar aan zijn laatste woorden, aan zijn geloof hoeft zeker niet getwijfeld te worden.”

Graddy Boven

Portretfoto van een oudere man met grijs haar en blauw jack.
Graddy Boven. beeld Graddy Boven

Graddy Boven (1963) is al 31 jaar als historicus werkzaam in het Maritiem Museum Den Helder. Hij publiceerde verschillende boeken over zeehelden. Vanwege het 350e sterfjaar kwam er dit jaar van zijn hand een rijk geïllustreerd publieksboek over De Ruyters laatste levensjaar, ”1676. Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter”. Hij is bestuurslid van Stichting Michiel de Ruyter.

Hoe bent u betrokken geraakt bij Stichting Michiel de Ruyter?

„Ik ben gevraagd als historisch adviseur door de huidige voorzitter, De Ruyter de Wildt. Ik ben door mijn werk al jaren bezig met zeehelden uit de zeventiende eeuw. Ik vind het mooi om ook op deze manier betrokken te zijn en te zien hoe Michiel de Ruyter nog leeft, ook bij zijn nazaten.”

Welk beeld van Michiel de Ruyter wil de stichting bewaren?

„Een heel genuanceerd beeld. We willen geen hagiografie leveren, dat past niet in onze tijd. Maar we willen zijn leven ook niet helemaal afkraken. Je ziet tegenwoordig dat er veel kritische noten gekraakt worden over de zeventiende eeuw. Dat mag ook, maar er moet wel een balans zijn, het handelen van historische personen moet in hun tijd worden geplaatst.”

Welke kritische noten zijn er te kraken richting Michiel de Ruyter?

„Recent is het slavernijverleden door de Verenigde Naties als een ernstige misdaad tegen de menselijkheid bestempeld, en terecht. Veel mensen vragen zich af wat De Ruyters rol hierin geweest is. Hij was ongetwijfeld een deel van het systeem, kreeg opdracht om forten te heroveren die later werden gebruikt voor de slavernij. Hij was echter ook militair, moest opdrachten gewoon uitvoeren. Als je dat niet deed, werd je door het krijgsrecht veroordeeld. Hij was tegelijk een meester in het laveren tussen opdracht en uitvoering en zo zijn eigen inbreng te hebben. Hij was niet roekeloos en ging niet tegen zijn geweten in. Hij was ook nooit rechtstreeks betrokken bij slavenhandel. Sterker nog, tijdens zijn laatste missie hielp hij met het bevrijden van slaven. Ik vind het belangrijk om te laten zien dat De Ruyter in een bepaald krachtenveld opereerde. Als je met je tegenwoordige bril naar het verleden kijkt, kun je alles uit zijn verband trekken.”

„De Ruyter begreep belang van teamgeest en zorgde dat zijn mensen goed gevoed en betaald werden”

Graddy Boven, historicus

De drie kernwoorden die Stichting Michiel de Ruyter noemt om Michiel te typeren zijn: gelijkwaardigheid, respect en verbondenheid. Zou Michiel de Ruyter zich hierin herkennen?

„Michiel de Ruyter kreeg de bijnaam Bestevaer van zijn bemanning. Niet als eerste, Maarten Tromp had deze ook al gekregen. Het betekende ”grootvadertje” en werd gegeven aan gerespecteerde oude mannen. Die benaming past bij hem. Hij was begaan met het lot van zijn bemanning. De kans om op zo’n oorlogsschip te overleven was niet groot, en dat wist men. Dus trok de oorlogsvloot de minder kansrijken aan, die afkomstig waren uit allerlei landen. De Ruyter begreep het belang van teamgeest. Daarom moesten zijn mensen goed gevoed, betaald en verzorgd worden.”

Dat is toch nog iets anders dan gelijkwaardigheid? Kwam deze houding niet ook uit zijn christelijke mensvisie voort?

„De Ruyter zag heel goed dat je aan boord van elkaar afhankelijk bent, dus dat motiveerde hem enorm. Hij was zelf van kajuitsjongen opgeklommen tot admiraal, dus hij kende het leven aan boord door en door. Hij was tegelijk ook gehard, kon moeilijke beslissingen nemen. Dat paste ook in zijn tijd. Maar door zijn bemanning te zien en uitleg te geven motiveerde hij hen. Zo deed hij zijn best gelijkwaardig te zijn met zijn bemanning. Natuurlijk speelde ook zijn geloof bij dit alles een rol, maar hij gebruikte het ook als een instrument.”

Hoe dan?

„Hij wilde gewoon een zeeslag winnen, het geloof was een instrument dat hij creatief gebruikte om een hecht team te smeden. Hij was een van de eersten die predikanten aan boord meenamen. Hij zag dat geestelijke verzorging steun gaf, de teamgeest sterkte. Al kan ik me voorstellen dat niet iedereen even geconcentreerd was bij de preek – veel matrozen spraken immers ook een andere taal –, het gaf wel een gevoel van geborgenheid.”

Was zijn geloof dan alleen maar een instrument of was hij ook écht gelovig?

„De Ruyters leven was doordrenkt van geloof, hij leefde naar Gods Woord. Hij ging meerdere keren per week ter kerke, las thuis aan tafel uit de Bijbel, leerde zijn kinderen psalmen zingen. Zijn geloof gaf hem kracht, gaf zin aan zijn leven, vormde zijn gedrag, dat merk je aan alles.”

Op de website van de stichting staat: hij „wekt de indruk van een extreem religieus mens”.

„Staat dat er? Dat zou wel wat genuanceerder mogen, dit klinkt wel erg fanatiek. De Ruyter drong het geloof niet op; het was als met eten en drinken: geloven was voor hem onmisbaar. Op die manier moet je het zien, maar het is niet als oordeel bedoeld. Die zin moeten we maar eens aanpassen.”

Ben u niet beducht dat iedere tijd zijn eigen Michiel krijgt?

„Dat denk ik niet. In de achttiende en dde negentiende eeuw is hij te groot gemaakt en enorm geromantiseerd. Dat zie je ook in jeugdboeken nog wel terug. Nu zijn we genuanceerder. De Ruyter was een intelligent strateeg, was heel goed in oorlogvoeren op zee zonder onnodige risico’s te nemen, was goed in zorg en nazorg, was een echt mensenmens. Tegelijk was hij ook een mens van vlees en bloed; hij kon onvriendelijk zijn, daar zijn ook voorbeelden van. We kunnen nu al die kanten laten zien.”