BinnenlandReportage

Veters los en hakken uit op Keningsdei: Willem-Alexander en Máxima schaatsen in Dokkum

Op de allereerste Koningsdag in Friesland is er één absoluut hoogtepunt: koning Willem-Alexander en koningin Máxima schaatsen een rondje op het ijs in Dokkum.

Prinses Ariane met witte trui en broek, koningin Máxima met gele jurk en hoed en koning Willem-Alexander met blauwe broek en wit-rode trui schaatsen over kunstijs. Op de achtergrond zijn andere schaatsers, publiek en huizen te zien.
Prinses Ariane, koningin Máxima en koning Willem-Alexander op de schaats tijdens de viering van Koningsdag in Dokkum. beeld ANP, Sem van der Wal

De Friezen hoopten erop. En ze hebben er deze ”Keningsdei” alles voor uit de kast getrokken. Schaatsen en sokken liggen klaar. Het kunstijs staat koud, dankzij koelvloeistof die door een buizennetwerk in het water stroomt. Hier, op het beroemde keerpunt van de Elfstedentocht, haalde Willem-Alexander veertig jaar geleden een stempel, om zich vervolgens om te draaien richting Leeuwarden.

En ja, op de 59e verjaardag van de koning gaan de veters los en de hakken uit. Willem-Alexander verwisselt zijn blauwe colbertjasje voor een rood-wit jack. Zo eentje als hij ook droeg in 1986, alleen dit keer niet van sigarettenmerk Marlboro. Op de achterkant prijkt nu de iconisch geworden schuilnaam W.A. van Buren, waaronder hij destijds langs de elf Friese steden schaatste. Als de koning het ijs op stapt, stijgt er een luid gejuich op vanuit het publiek. De rest van de route zijn mensen vooral ingetogen – passend bij de Friese aard. Nu gaan ze los.

Ook koningin Máxima bindt de ijzers onder. In haar lange jurk zwiert ze soepel rond. Af en toe grijpt ze naar haar hoed. Met de andere hand zwaait ze naar het publiek. Van de jongste generatie durft alleen Ariane de uitdaging aan. Even wiebelt de prinses wat aan de hand van haar moeder, dan vinden haar ijzers grip.

Stempelpost

Intussen moeten de schaatsers wel hun doel halen: een stempel bemachtigen aan de andere kant van de ijsbaan. Langs de route in Dokkum staan elf van zulke stempelposten, waar ze met hun kaart langsgaan. Willem-Alexander gebaart naar zijn oudste dochter, die aan de kant staat. Zij haalt de stempelkaart uit de binnenzak van zijn colbert.

Als de koning even later zijn veters strikt, trekt een adjudant snel even de kraag van zijn colbert recht. Op naar de volgende stempelpost, waar Hendrik van der Valk staat. De bijna 100-jarige Fries draagt trots het Elfstedenkruisje dat hij in 1956 haalde. De koning heeft de onderscheiding vandaag thuisgelaten, maar draagt hem geregeld op zijn borst bij bijvoorbeeld staatsbanketten.

Het programma in Dokkum is doorspekt met typisch Friese onderdelen. Dat begint al bij de aankomst: de bus met de koninklijke familie wordt naar het startpunt begeleid door acht Friese paarden. De dieren dragen een oranje ‘sjaal’ om de nek. Na een welkomstwoord van burgemeester Johannes Kramer klinkt het ”Frysk bloed, tsjoch op”. De koning heeft het volkslied niet ingestudeerd; van het gezelschap zingen alleen de burgemeester en de commissaris van de Koning mee.

Ver springen met zo’n polsstok tussen je benen is nog best een kunst, ontdekken de prinsen Constantijn en Maurits

In de gracht is een podium gebouwd waar de Oranjes kennismaken met Friese sporten. Prinses Alexia en prins Constantijn doen een poging tot kaatsen. De broer van de koning waagt het ook op fierljeppen, samen met neef Maurits. Ver springen met zo’n polsstok tussen je benen blijkt nog best een kunst. Van ver komt het dan ook niet; Constantijn tuimelt vrijwel meteen in het zand en Maurits valt pardoes op z’n knieën. Applaus krijgen de prinsen wel.

Even verderop speelt de koninklijke familie een quiz op het dek van een Fries zeilschip. Hoeveel procent van de Friezen dagelijks Fries spreekt op het werk? Amalia gokt 45 procent. De koning denkt 12, maar hij zit veel te laag. Het is ruim de helft. Ook de uitspraak van een zin in het Fries gaat de kroonprinses het beste af en dus gaat zij er met een insectenpaleis vandoor. Of dat een plekje krijgt in Amsterdam? „Wie weet.”

Klein en krap

In Dokkum is het soms klein en krap. Nog nooit werd Koningsdag gevierd in zo’n kleine plaats. Tot 2023 ging de koning altijd naar een stad met meer dan 100.000 inwoners. De laatste jaren koos hij voor kleinere steden: Emmen (59.000 inwoners), Doetinchem (47.000 inwoners) en nu Dokkum (13.000 inwoners).

Langs de route hangen mensen uit hoge ramen of kijken vanaf het dakterras. Ook het publiek achter de dranghekken kan geregeld z’n hart ophalen.

Dat geldt niet voor de vaandeldragers op het Klein Diep die aan de andere kant van de oranje loper staan. Het zijn 52 mensen die hun dorp presenteren: Aalsum, Blije, Eanjum, Ferwert, Holwerd en zo verder. Enigszins beteuterd zien ze toe hoe mensen aan de overkant de ene na de andere hand schudden en selfie na selfie maken.

„Veertig jaar geleden wist ik niet hoe snel ik weer weg moest uit Dokkum”

Koning Willem-Alexander

Intussen raken twee bolderkarren die achter de stoet getrokken worden steeds verder gevuld. Tekeningen, bloemen en Friese lekkernijen als drop en dúmkes die de koninklijke familie cadeau krijgt, verdwijnen in de bakken. Er zijn zelfs pantoffels met opdruk van de Friese vlag. Populair geschenk is een blik Wilhelminapepermunt, van het Dokkumse bedrijf Fortuin. Beveiligers draaien wel eerst even de deksel open om te kijken of er echt snoepgoed in zit.

„Veertig jaar geleden wist ik niet hoe snel ik weer weg moest uit Dokkum”, blikt de koning terug op het eindpodium. ,,Maar deze keer zou ik niets liever willen dan nog eens terugkomen om hier weer te schaatsen. Het is zo mooi in deze prachtige stad.” Als kers op de taart sluit hij zijn toespraak af met een paar Friese ingestudeerde zinnetjes. „Fryslân boppe", ofwel: Friesland bovenaan.