Thuis zijn in de onderwereld is goed voor je tuin
Of je nu tuiniert voor de sier of om zelf groenten en fruit te kunnen oogsten, het begint allemaal met goede grond en voedzame aarde. Een beetje kennis van de ‘onderwereld’ hebben, is dus handig.

Nu wil ik nog wel eens terugschrikken voor al te technische beschrijvingen van chemische processen in de grond. Mineralen, zouten, stikstof? Laat maar. Niet voor niets liet ik het vak scheikunde vallen zo snel als dat op de middelbare school maar mogelijk was.
Toch is het goed om bezig te zijn met de bodem. De belangrijkste reden is simpel. Elke plant heeft voorkeur voor een bepaalde standplaats. Zonnig of schaduwrijk, vochtig of droog, kalkrijk of zuur. En alles daartussenin. Op een kalkrijke bodem kun je beter geen zuurminnende soorten planten, zoals vingerhoedskruid (Digitalis purpurea), struikheide (Calluna vulgaris) of sint-janskruid (Hypericum perfoliatum). Ze zouden waarschijnlijk wegkwijnen en vatbaar zijn voor plagen. Plant er liever Zeeuws knoopje (Astrantia major), lavendel (Lavandula angustifolia) of een clematissoort. In mijn eigen tuin zie ik zelfs verschil tussen de voortuin en de achtertuin. In de voortuin is de grond zuurder, vermoedelijk door de lading eikenblad die er elke herfst op neerdaalt. De clematis armandii ”apple blossom” die we er plantten, overleefde het niet.
Kies je voor planten die niet (helemaal) goed matchen met de uitgangssituatie, dan betekent dat blijvend investeren in bodemverbetering en -aanpassing, wat energie en geld kost. Zure grond heeft dan bijvoorbeeld kalk nodig, zware klei verluchting, te natte grond drainage en te droge grond water. Als je in de plantkeuze aansluit bij de bestaande situatie –de natuurlijke omgeving waarin je tuiniert– zijn er minder kunstgrepen nodig.
Dat heeft nog een groot voordeel. Wie zich aanpast aan de omgeving, komt vanzelf uit bij inheemse soorten, soorten die van nature in Nederland voorkomen. Insecten en vogels zijn voor hun voedsel en voortbestaan afhankelijk van deze begroeiing. Denk bijvoorbeeld aan meidoorn (Crataegus), dagkoekoeksbloem (Silene dioica), beemdkroon (Knautia arvensis) en lievevrouwebedstro (Galium odoratum).
Hoe kom je er nu achter welk type bodem je hebt? Van het boek ”Ontwerp je eigen ecologische siertuin” leerde ik dat je een heel eind komt met je eigen observaties. Dat geldt zowel voor de samenstelling (gehalte klei, leem of zand?) als voor de vochtigheid (hoe nat is het perceel in winter en zomer?) en de hoeveelheid zon dan wel schaduw.
Na een tijdje betrapte ik mezelf op gemompel als: „Nu snap ik waarom jullie hier helemaal niet willen groeien”
De zuurtegraad is gemakkelijk te meten met een pH-meter. Er bestaan ook meters die zowel zuurtegraad als vochtgehalte meten. Op de eerste zonnige dag van het vroege voorjaar blies ik het stof van dit handige apparaatje en stak de metalen pin vervolgens her en der diep in de grond. Na een tijdje kreeg ik er lol in, noteerde getallen en betrapte mezelf op gemompel als: „Nu snap ik waarom jullie hier helemaal niet willen groeien. De aarde is veel te nat.” En: „Logisch dat mos zich hier zo thuis voelt, met die zure grond.” De zuurgraad bleek te variëren van 6 (zuur) tot bijna 7 (neutraal). Duidelijk was dat wij over het algemeen het verst gaan komen met zuurminnende planten die van droge voeten houden.
Op internet is vrij gemakkelijk te vinden in welke omstandigheden afzonderlijke planten het beste gedijen. Voor de liefhebber zijn er de zogenoemde Ellenbergwaarden, cijfers die aangeven welke groeiomstandigheden (zoals licht, vocht, zuurgraad en voedingsstoffen) voor een plant ideaal zijn. Er bestaat een database (Belgische website, data toepasbaar op Nederland) waarin je per plant de Ellenbergwaarden kunt opzoeken: https://flora.inbo.be/taxa. Voer de naam van de plant in, klik op de naam, vervolgens op het tabblad ”kenmerken” en dan op het schermbalkje ”milieu”.

”Ontwerp je eigen ecologische siertuin”
Herman Dirickx
uitg. Sterck & De Vreese
381 blz.
€ 39,90
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine











