EconomieScheeps-cv’s

JR Shipping zoekt weer beleggers in zijn scheeps-cv’s 

In radiospotjes en paginagrote advertenties roept JR Ship Investments particulieren op om geld te steken in zeeschepen. Wat is dat voor een bedrijf en hoe riskant is zo’n investering?

Een blauw schip geladen met zeecontainers vaart op volle zee.
De Esperance is een containerschip voor de shortsea-vaart. Rederij JR Shipping exploiteert het schip al zes jaar en wil het nu aankopen.  beeld JR Shipping Group, Flying Focus

In het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 14 maart stond zo’n advertentie. Onder de kop ”Op zoek naar een alternatief voor vermogen in Box 3?” speelt het bedrijf in op de politieke discussie over het belasten van het rendement op beleggingen (box 3-wetgeving).

De advertentie legt –met de nodige slagen om de arm– uit hoe rijke Nederlanders een aantrekkelijk rendement kunnen behalen en tegelijk minder belasting betalen door geld te steken in een containerschip. Dit gaat aangekocht worden door JR Shipping Group uit Harlingen, het moederbedrijf van JR Ship Investments. Het bedoelde alternatief is verschuiving van vermogen naar box 1 van de inkomstenbelasting. Dat kan bij een investering in de zeescheepvaart voordeel opleveren.

Rederij JR Shipping heeft dertig zeeschepen in de vaart, deels in eigendom, deels op contractbasis. De nieuwste wervingscampagne betreft de Esperance, een 168 meter lang schip dat containers vervoert tussen Europese havens (shortsea-vaart).

Dit schip is nu nog eigendom van een Britse investeringsmaatschappij. JR Shipping is al zes jaar verantwoordelijk voor de exploitatie en kan het schip naar eigen zeggen nu voor een gunstig bedrag overnemen.

Participaties

Wie instapt, kan kiezen voor aankoop van obligaties (leningen met een vaste rente) of voor participatie in een commanditair vennootschap (cv). Een combinatie van die twee is ook mogelijk.

Via de cv is de belegger mede-eigenaar van het schip. Daarmee komt het fiscale voordeel in zicht. Dit zit hem in een specifiek belastingregime voor zeevaartondernemingen, de zogeheten tonnageregeling, legt Sander Schakelaar desgevraagd uit. Hij is een van de twee directeur-eigenaars van JR Shipping.

Licht kalende man in zwart kostuum met blauwe stropdas.
Sander Schakelaar. beeld JR Shipping Group

„Het komt erop neer dat niet de werkelijke winst wordt belast, maar een forfaitaire veronderstelde winst. De hoogte daarvan is afhankelijk is van de grootte van het schip (het netto-tonnage, TR). Dat is fiscaal erg gunstig”, zegt Schakelaar.

Voor de Esperance is de veronderstelde winst 22.000 euro. „Een investeerder stapt bij ons in met een participatie van 50.000 euro, of een veelvoud daarvan. Met 50.000 euro ben je voor 0,8 procent aandeelhouder, dus rekent de fiscus jou 0,8 procent van die 22.000 euro toe. In box 1 betaal je daarvoor 80 euro winstbelasting, in box 3 zou dat 1080 euro zijn. Het scheelt dus 1000 euro.”

Om van de tonnageregeling te profiteren, moet een belegger participant zijn. Geld dat in obligaties is gestoken, telt alleen mee als er een minstens even grote investering in participaties tegenover staat.

Naast het belastingvoordeel is er uiteraard het werkelijk behaalde rendement. Bij de obligaties is dat een vaste rente van 7,5 procent per jaar. Wat de participaties betreft, adverteert JR Ship Investments met een verwacht rendement van 18 procent in een zogeheten basisscenario, dat wil zeggen bij een gemiddelde exploitatie. Als het tegenzit, pakt het rendement lager uit; zit het mee, dan kan het hoger uitvallen.

Op de vraag wat de situatie in het Midden-Oosten voor gevolgen kan hebben, zegt Schakelaar dat hij de oorlog „als mens” een drama vindt. Tegelijk verwacht hij een gunstig effect op het rendement van de shortsea-containervaart, waar JR Shipping actief in is.

„De scheepvaart kent altijd ups en downs, dat is het eerlijke verhaal”

Sander Schakelaar, directeur-eigenaar JR Shipping Group

„In de Perzische Golf en voor de Straat van Hormuz liggen veel containerschepen stil. Dat slokt scheepscapaciteit op. Straks is er nog een grote inhaalslag nodig. De tarieven voor containervervoer schieten nu al omhoog, en daarmee ook de contractvergoedingen voor schepen zoals die van ons.”

Crisis

Particuliere beleggers denken bij het zien van de advertenties misschien terug aan het vorige decennium. In de nasleep van de in 2008 begonnen financiële crisis maakte de zeescheepvaart zware jaren door. Tal van scheeps-cv’s, ook van JR Shipping, kwamen in problemen. Schepen werden met verlies verkocht en beleggers bleven met een strop zitten.

Schakelaar zegt dat tegenvallers nooit zijn uit te sluiten. „De scheepvaart kent altijd ups en downs, dat is het eerlijke verhaal. Wij hebben uit de crisis van toen wel een les getrokken. We lossen nu versneld af op de bankleningen voor aangekochte schepen. De Esperance beschikt tot eind 2027 over een vast verhuurcontract met een hoge vergoeding. Daardoor kunnen we aflossen en zijn we weerbaarder bij tegenwind.”

Een zinnetje in de advertentie meldt dat de belegging buiten toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) valt. Schakelaar legt uit dat de toezichthouder ervan uitgaat dat particulieren die dergelijke forse bedragen investeren, zelf kunnen inschatten wat de risico’s zijn. „Dit is vastgelegd in Europese regelgeving. Toch hebben we een prospectus gemaakt die aan dezelfde voorwaarden voldoet als de AFM zou stellen. Wij willen niemand misleiden.”