ConsumentLangeafstandswandeling Schotland

Wandelen door het Wilde Westen van Schotland: zo trotseer je de West Highland Way

Ruim 150 kilometer wandelen door Schotland langs drassige heidevlaktes, donkerblauwe meren en torenhoge bergen. Hoe pak je zo’n tocht aan? Een ervaringsverhaal.

Groene grasvlakte in het zonlicht met bergen op de achtergrond. Rechts staat een paal met een wit teken en een gele pijl.
De avondzon op Glen Coe, een van de valleien die de West Highland Way passeert. De paal toont een witte markering in de vorm van een distel, de nationale bloem van Schotland. beeld Getty Images

De top van de ruim 1300 meter hoge Ben Nevis is gehuld in witte nevel. Een kronkelig pad baant zich een weg langs de beboste kustlijn van het meer Loch Lomond. Een oude militaire weg, bezaaid met kiezels, voert langs de reusachtige kegelvormige berg Beinn Dorain. Dit natuurschoon is het decor van de West Highland Way, een van de bekendste langeafstandswandelingen van het Britse eiland.

Aan de rand van Glasgow, in het dorpje Milngavie, start de 154 kilometer lange wandelroute. De tocht slingert noordwaarts naar Fort William. Dat is een tamelijk toeristisch stadje aan de voet van de Ben Nevis, aan de westelijke punt van de Great Glen, een lang, recht meer dat zich tot aan de stad Inverness uitstrekt.

Routekaart in groene kleur waarbij een oranje lijntje de weg aangeeft van Milngavie naar Fort William.
De routekaart van de West Highland Way. Onderweg passeert de wandelaar verschillende dorpjes en meren. beeld RD

Twee dagen terug begonnen mijn wandelmaatje en ik daar ook, in Milngavie. Rugtas op, stevige wandelschoenen aan en de routemarkeringen volgen. Nu heb ik mijn gifgroene tentje aan de oever van Loch Lomond opgezet. Het tentzeil klappert. Een loeiharde wind blaast over het meer terwijl we een pannetje met blikvoer in de luwte van een boomstam proberen op te warmen. Met een felle gasbrander, die ook in de rugtas zit.

Wildkamperen, dat kan in Schotland. Op een klein veldje aan de oever, zo’n 5 vierkante meter groot, klotst het water tegen de rotsen. Een boomstam dient als bankje en zwarte resten van kooltjes liggen op een klein vuurplaatsje. Stromend water voor de afwas of om tanden te poetsen, ontbreekt.

Troef

Een smal stroompje naast de tent mondt uit in het meer. Een natuurbeheerder van het nationale park Loch Lomond and the Trossachs in Balmaha adviseerde eerder deze dag voorzichtig te zijn met het drinken van water dat niet gereinigd is. Ook stromend water kan vervuild zijn: door uitwerpselen van dieren, door mensen die afval achterlaten of door kadavers.

Voor de zelfredzame hiker is er wel een troef om natuurwater drinkbaar te maken. Het waterfilter komt uit de backpack. Dat is een plastic zak die we vullen met natuurwater. Aan het einde zit een tuitje, met een membraanfilter. Als het water door het filter heen sijpelt, verwijdert dit minuscule deeltjes vuil, bacteriën en protozoa, in de bodem levende micro-organismen. Na het filteren koken we het water in een pannetje en laten we dit vijf minuten bubbelen. Dat doodt ook eventuele virussen.

Met het water, toch al warm door het reinigingsproject, zetten we een kop schone thee. Rond acht uur in de avond is het zo donker dat de beschutting van de tent lonkt. Na een wandeling van om en nabij 20 kilometer met de nodige hoogtemeters ligt mijn luchtbedje als een koningsmatras.

Bemodderde schoenen

Tijdens onze tocht over de West Highland Way maken we dankbaar gebruik van een ”Trailblazer”, een Engelstalige reisgids vol landkaartjes en tips, geschreven door de Britse auteurs Charlie Loram en Joel Newton. Het boekje geeft suggesties voor onder meer wildkampeerplekken en campings. Voor hikers wordt doorgaans een kampeerveldje vrijgehouden, zodat er altijd een plek is voor een tent.

Met hotels en bed and breakfasts in vrijwel elk dorpje zijn onderkomens te boeken. Dat boeken maakt het tegelijk voor de reiziger die op de bonnefooi wil wandelen lastig; in het zomerseizoen is reserveren noodzaak. Ook ”bunkhouses” zijn een optie: voor zo’n dertig pond per persoon kun je in bijvoorbeeld Kingshouse en Tyndrum in een hostelachtige slaapzaal overnachten.

Jaarlijks kan in het noordwesten van Schotland zo’n 3,5 meter regen vallen

In Tyndrum, een dorpje in de onherbergzame Hooglanden, met tankstation en supermarkt, lopen we een kampeerterrein met de dubbelzinnige naam ”By The Way” op. De vierde wandeldag is achter de rug. Het miezert al een uur. Half doorweekt informeren we in het receptiehokje van de camping naar een overnachtingsplek. Regenwater drupt van mijn regenjas op de ansichtkaartjes in het gebouwtje.

Verrast door deze regenbui, vraag ik naar een betrouwbare weersvoorspelling in Schotland. „Die heb ik niet”, zegt de campingeigenaar opgewekt. „Ik kijk op dezelfde website als jullie, BBC Weather.” De westelijke Hooglanden van Schotland zijn een van de natste gebieden van Europa. Het weerkundig instituut van het Verenigd Koninkrijk, Met Office, meldt dat daar jaarlijks zo’n 3,5 meter regen kan vallen. Dat is vier keer de gemiddelde jaarlijkse neerslag die in Nederland valt.

Heidevlakte

De nattigheid doet de Schotse campingbaas niet veel. Optimistisch geeft hij tips over het vervolg van de route: „Hierna wordt de West Highland Way alleen maar mooier. Morgen loop je langs een van mijn favoriete wildkampeerplekjes.” In de routegids wijst hij Rannoch Moor en Ba Cottage aan, de overblijfselen van een huis op een heidevlakte.

Rannoch Moor is een van de onherbergzaamste stukjes Schotland

Een moor is het kenmerkende veengebied van Schotland; heide zo ver het oog reikt en zompige, sponsachtige grond. Hooggelegen heide gaat langzaam over in steenachtige bergtoppen. Rannoch Moor ligt op zo’n 300 meter hoogte en is een van de onherbergzaamste stukjes Schotland.

Die wildkampeerplek, naast de ruïne van Ba Cottage, blijkt geen verzinsel. Het tentje staat die nacht tegen een bergrug. Wanneer ik ’s ochtends het opvouwbare onderkomen inpak, glinsteren de tientallen meertjes van Loch Ba in het ochtendzonlicht.

Als we de Trailblazer mogen geloven, kunnen de vele wandelaars nadat ze Rannoch Moor zijn overgestoken, binnen twee dagen het eindpunt bereiken. Op de zevende wandeldag ligt echter het letterlijke toppunt van de route nog te wachten.

Bergkam

Een oud soldatenpad zigzagt omhoog vanuit het gehuchtje Kingshouse. Groene, gele en rode stipjes bevinden zich op de helling; die wandelaars met hun gekleurde jasjes zijn al halverwege de klim. Het brede pad ligt bezaaid met grote kiezels. Na een dik uur staan we op de bergrug. Aan de ene kant ligt de groene vallei Glen Coe, vol munro’s, de Schotse benaming voor bergtoppen hoger dan 914 meter. Aan de andere zijde van de bergkam is in de verte het topje van de Ben Nevis te zien, de hoogste munro van Schotland.

Langs het riviertje Leven dalen we slalommend 500 meter af naar het dorpje Kinlochleven. Via de inham in het vasteland, die Loch Leven heet, mengt zout water uit de oceaan zich met zoet. Het plaatsje is geliefd bij vissers wanneer zalmen in het paaiseizoen stroomopwaarts zwemmen om eitjes te leggen.

Nadat de Way Ben Nevis is gepasseerd –de gigantische grijze bergrug verdwijnt halverwege in de wolken– is het eindpunt van de route in zicht. Fort William ligt in een baai aan de westkust van Schotland. Bij aankomst zoeken we een bushalte in het centrum van het stadje om per openbaar vervoer naar Glasgow terug te reizen.

„Bij welke halte stap je over voor Milngavie?” vraag ik de buschauffeur. Hij constateert meteen dat ik een van de vele toeristische bezoekers van de West Highland Way ben. „Milngavie, dat spreek je uit als ”mulgeey””, grinnikt de man met een stevig Schots accent. Ik bedank hem schaapachtig, leg mijn backpack in het bagageruim en plof op een passagiersstoel.