Mens & samenlevingHet gesprek

Voedingswetenschapper Peter de Jong blijft verwonderd over koeienmelk

beeld Cees van der Wal

Hij speelde met de gedachte om musicus te worden, maar zijn ouders vonden dat hij ‘echt’ werk moest zoeken. Dr. Peter de Jong klom op tot voedingstechnoloog met internationaal aanzien.

Aan de schoorsteen in de woonkamer van het rijtjeshuis in Montfoort hangt een geschilderd landschap. Een groepje bomen kijkt uit over groene weilanden, in de richting van een dorp. Boven de huizen steekt een kerktoren uit. In de blauwe lucht drijven wolken. Langs de bomen lijkt een pad te lopen. Aan de onderkant van het tafereel staat in gouden letters een Bijbeltekst: „en leid mij op de eeuwige weg” (Psalm 139:24b).

„Onze trouwtekst”, bevestigt Peter de Jong (60). „Verbeeld door een schilderes die zelf geen christen is, dus ik heb haar wel wat moeten uitleggen.”

Een kalende man met bril bespeelt een elektronisch orgel dat in een woonkamer staat. Op de achtergrond zie je boekenkasten.
beeld Cees van der Wal

In een hoek van de kamer staat een fors orgel. Als hij een paar maten speelt, klinkt uit boxen het Müller-orgel van de Bavokerk in Haarlem. „Hauptwerk, een samplingtechniek die in Engeland is ontwikkeld”, zegt De Jong. „Het orgel van de Bavo is pijp voor pijp opgenomen, vanuit verschillende plekken in de kerk en met verschillende aanslagen van de toetsen. Dat klinkt fantastisch.”

Weilanden –beter gezegd: de melk die koeien uit gras maken– en kerkmuziek spelen beide een grote rol in het leven van De Jong. Hij is ruim veertig jaar organist van de Grote Kerk in zijn woonplaats. Zijn brood verdient hij al even lang in de voedingstechnologie. Aanvankelijk lag zijn focus op onderzoek ten behoeve van de zuivelindustrie. De laatste vijftien jaar houdt hij zich ook bezig met plantaardige voedingsingrediënten.

In een lezing voor de SGP noemde u melk eens een fantastisch levensmiddel. Waarom vindt u dat?

„Een boer hier uit de buurt zei een keer tegen mij: „Kanaän wordt in de Bijbel het land van melk en honing genoemd, dus melk kan nooit iets verkeerds zijn.” Ik heb die uitspraak later vaak gebruikt, want daar zit zeker iets in. David nam kazen mee naar het leger van Saul, voor zijn broers. Melk is ons door God gegeven.

„Al sinds het begin van de geschreven historie leeft de mens in harmonie samen met de koe”

Peter de Jong, voedingstechnoloog en lector

Al sinds het begin van de geschreven historie leeft de mens in harmonie samen met de koe. Melk is het enige product waar een mens een jaar op kan leven. Ik zeg niet dat het supergezond zou zijn om dit te proberen, maar melk is wel een compleet levensmiddel. De meeste nutriënten die een mens nodig heeft om te kunnen leven, zitten in melk. Nieuwe ontdekkingen doen me soms verwonderd staan. We hebben heel lang te horen gekregen dat melkvet niet goed voor je is. Maar sinds een jaar of vijf weten we beter. Het is gewoon gezond. Gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt en kaas hebben zelfs een positief effect op hart- en bloedvaten.”

Er is ook kritiek. Toen u in 2024 stelde dat je beter melk kunt drinken dan haverdrank, als je duurzaamheid belangrijk vindt, kwamen er forse reacties.

„Dat heeft inderdaad heel wat losgemaakt. Een collega van Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, waar ik lector ben, was ook niet blij met mijn conclusies. Toch sta ik daar nog steeds achter. Als je rekening houdt met de voedingswaarde en dan kijkt naar de ecologische voetafdruk, is melk een duurzaam product.

Eerder had een andere collega al eens hardop de vraag gesteld of ik wel bij het team paste, want Van Hall Larenstein noemt zich de groenste hogeschool van Nederland. Tijdens een lunchdebat bleek dat hij helemaal vanuit de ecologie redeneerde. Voor hem is een weiland op zichzelf al verkeerd, ook al loopt er geen koe in. Dan gaat het niet meer over melk, maar kom je in een heel andere discussie terecht. Gevoelige discussies moeten we niet uit de weg gaan. Karl Popper, een van de belangrijkste wetenschapsfilosofen van de 20e eeuw, zei: Zonder discussie ontstaat er geen kennis.”

Staat dat principe in de wetenschap onder druk?

„Dat vind ik wel. Ik moet denken aan een verhaal dat ik hoorde van een paar wetenschappers van de Universiteit Twente, met wie ik wel samenwerk. Zij hadden voor hun studenten chemische technologie een excursie naar Shell georganiseerd. De bus kon niet wegrijden, want klimaatactivisten hielden hem tegen. Die vonden dat een bezoek aan Shell echt niet kan. Er werd alleen maar geschreeuwd, discussie was er niet. Dat zie je steeds vaker, vooral bij politiek gevoelige onderwerpen.

Een man in winterjas met sjaal en hoed staat op een landweg tussen twee sloten en weilanden.
beeld Cees van der Wal

Chemische technologie is ook mijn achtergrond. In dit vakgebied zijn we gewend om berekeningen uit te voeren. Als mensen het niet met me eens zijn, of mij ervan verdenken dat ik lobby voor de zuivelindustrie, dan kunnen ze me gewoon narekenen. En laten ze dan maar zeggen of het klopt of niet.”

In Nederland krimpt de landbouw en daarbinnen vooral de melkveehouderij. Wat vindt u daarvan?

„Ik begrijp dat er competitie is met de leefomgeving. Mensen moeten nu eenmaal ergens wonen. Maar de discussie slaat door als grasland geframed wordt als groen asfalt of wordt vergeleken met de industrie in de Botlek. Ik laat in lezingen vaak een plaatje zien van een van de polders hier in de buurt. Dan zeg ik: Dit is ook natuur. Het is dwaasheid om te denken dat we in Nederland veel minder of zelfs helemaal geen voedsel hoeven te produceren. Naarmate de klimaatverandering doorzet, neemt de kwaliteit van de landbouwgrond in het zuiden van Europa af. Dan zal er juist veel meer voedsel uit onze streken moeten komen.”

Denkt u dan aan meer melk?

„Ik denk vooral aan meer plantaardige voedingsmiddelen, en tegelijk niet aan minder melk. Dan is er nog veel te winnen. Ik geloof dat de Heere de aarde zó geschapen heeft, dat we er met 10, 12 of zelfs 14 miljard mensen van kunnen eten als we goed met ons voedsel omgaan. De makkelijkste manier om dat te bereiken is door minder te verspillen. Zeker een derde van wat we nu produceren bereikt de mond van de consument niet omdat het wordt weggegooid. Daarnaast kunnen we door technologische ontwikkeling de voedselproductie verhogen zonder dat de natuur hieronder hoeft te lijden. Ik geloof dat God ons daarvoor de kennis geeft.

Zo kijk ik ook aan tegen fossiele brandstoffen. Die zijn door de Heere gegeven. Ze zijn ontstaan tijdens of na de zondvloed en wij mogen ze benutten. Het probleem zit niet zozeer in de brandstoffen zelf, maar in de manier waarop we ermee omgaan. Alles met mate zou de regel moeten zijn. Niet gericht op zelfverrijking of verregaande exploitatie, zeker niet wanneer die ten koste gaat van mensen, met name van de armen op deze aarde.”

Dat zullen velen niet met u eens zijn, vanwege de impact op het klimaat. We zijn toch ook geroepen tot een duurzaam beheer van de schepping?

„Daar sta ik helemaal achter. Mensen denken vaak dat we de aandacht voor duurzaamheid aan de Verenigde Naties hebben te danken. Maar Johannes Calvijn zei er meer dan 400 jaar geleden al iets over, en dat ging verder dan de definitie van de VN. Volgens de VN moeten we de aarde net zo achterlaten voor onze kinderen als wij hem zelf hebben ontvangen. Calvijn zegt in zijn commentaar op Genesis 2:15 dat we de aarde op zijn minst even goed en als het kan béter moeten nalaten aan onze nakomelingen. Voor mij houdt dat in dat we de aarde bebouwen, niet uitbuiten maar verantwoord ontwikkelen.

Wat de klimaatverandering betreft, de ideeën daarover zijn aan het veranderen. Eerst was het: we moeten die verandering tegenhouden. Nu gaan er steeds vaker stemmen op om ons aan te passen. We kunnen wel bijven denken dat we de stijging van de temperatuur op aarde kunnen beheersen, maar als dat niet lukt is het beter om de dijken te verhogen.”

Kunt u iets vertellen over uw jeugd?

„Sinds mijn tiende woonden we in Montfoort, waar ik later ook mijn vrouw Anja heb leren kennen. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur en was veel van huis. Ik ben vooral door mijn moeder opgevoed. Zij had best een moeilijke jeugd gehad. Toen ze pas zeven jaar was, overleed haar eigen moeder aan leukemie. Een tante nam de rol van haar moeder over. Die tante was een godvrezende vrouw, die ons gezin op een positieve manier heeft beïnvloed.

„Eigenlijk vond ik orgelspelen veel belangrijker dan een baan zoeken”

Peter de Jong, voedingstechnoloog en lector

Toen ik later naar de hts in Den Haag ging, hebben mijn ouders me bewaard voor al te grote uitspattingen. Ze wilden dat ik ’s avonds om elf uur thuis was. Ik haalde het niet in mijn hoofd om er dan niet te zijn, want dan zou ik hun verdriet doen. Na de hts kwam ik thuis. Ik dacht: laat ik eerst maar eens zomervakantie houden, dan kijken we daarna wel verder. Eigenlijk vond ik orgelspelen veel belangrijker dan een baan zoeken. Maar dat vonden ze thuis niet goed: ik moest aan de slag. Toen ben ik gaan solliciteren.

Een man bespeelt het orgel in een oud kerkgebouw. In de kerk hangen kroonluchters.
beeld Cees van der Wal

Mijn ouders waren altijd wat teruggetrokken. Dat heb ik misschien van ze meegekregen. Toen ik voor mijn werk competentietrainingen kreeg, kwam eruit dat ik een introvert persoon ben. Dat is niet per se negatief, heb ik geleerd. Het betekent dat je meestal eerst nadenkt voordat je wat zegt. Ik ben absoluut niet degene die een gesprek aan tafel gaande houdt.”

Toch praat u vrijmoedig over uw geloof. Hoe is dat zo gekomen?

„Ik was een brave jongen. Ik leefde kerkelijk mee, zat op de jeugdvereniging, had later mijn functies als organist en op de zondagsschool. Maar ik was altijd heel bang voor de dood. Als ik ergens een bultje had, dacht ik meteen het ergste. Totdat de Heere in mijn leven kwam en mij te sterk werd. Dat was in september 1997.

Eerder dat jaar was ik in een soort geloofscrisis terechtgekomen, die uitliep op onverschilligheid. Toen werd ik ziek. Ik had last van mijn prostaat en dacht dat ik kanker had. Uiteindelijk bleek het een ontsteking die min of meer vanzelf weer is overgegaan. Ik mocht er de hand van de Heere in zien.

In diezelfde tijd kwam ik in contact met ds. Van der Ziel, die toen nog studeerde en bij ons in Montfoort ging kerken. Op een zondag had Anja hem en zijn vrouw Lianne op de koffie gevraagd. In het gesprek met Henk –zo noem ik hem, we zijn hartsvrienden– kreeg ik hoop dat het ook voor mij zou zijn. Een week later hadden we een oudere predikant, die inmiddels allang is overleden. Ik had er niet veel verwachting van, want ik vond hem een matige spreker. Juist nu ik gevoelig gestemd was, kregen we die dominee. Maar precies toen gebeurde het. De predikant preekte over Johannes 6:44. „Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke.” Die hele preek door sprak God tot mij. Vanaf dat moment is mijn leven heel anders geworden. Ik ben nooit meer echt bang voor de dood geweest. Andere dingen zijn belangrijk geworden.”

Kunt u daar wat meer van vertellen?

„Maandenlang was ik gewoon heel blij. Toen kwam ook de vraag op me af of ik wat zou mogen doen in Gods Koninkrijk. Zou predikant worden niet iets voor me zijn? Ik had wel bezwaren, want wat zou ik dan allemaal niet moeten loslaten? Dan moest ik wel écht een roeping hebben. Op een gegeven moment dacht ik dat ik die kreeg. Ik las op een zondagmiddag in een prekenboekje van ds. Detmar (negentiende-eeuwse predikant uit Ede, TR) over de geschiedenis van Naäman de Syriër. De tekst die mij raakte was het slot van 2 Koningen 5:8: „zo zal hij weten dat er een profeet in Israël is”. ’s Avonds werd in de kerk hetzelfde gedeelte gelezen. Zou dit het dan zijn? Mocht ik als Elisa een profeet zijn? Ik durfde het niet aan. Pas later is me duidelijk geworden dat ik op dat slavinnetje van Naämans vrouw mag lijken. Zij leefde in een seculiere omgeving en getuigde op een heel eenvoudige wijze over Wie de God van Israël is.”

Hoe merkt u dat God u in uw seculiere omgeving gebruikt?

„Bijvoorbeeld uit het feit dat een studente zonder christelijke achtergrond tot geloof is gekomen. Na een lezing over geloof en wetenschap kwamen we in gesprek. Ik gaf haar een Bijbel, dat doe ik wel vaker in zo’n situatie. Toen we een tijd later samen naar het bedrijf reden waar zij haar afstudeeronderzoek deed, durfde ik niet te vragen of ze er al in gelezen had, bang als ik was dat ze nee zou zeggen. Maar frappant genoeg begon ze er zelf over.”

U zei dat u een lezing hield over geloof en wetenschap. Geeft de hogeschool daar ruimte voor?

„Ja. Ik had het verlangen om dat te doen en legde mijn verzoek voor aan de directeur. Zij is zelf rooms-katholiek en werd gelijk enthousiast. Ik heb twee lezingen gegeven, een voor docenten en een voor studenten. Ik wist niet wat ik ervan moest verwachten, want de meesten zijn seculier, maar er werd veel over nagepraat.

Een oudere man met bril staat in een woonkamer en bladert in een Bijbeltje.
beeld Cees van der Wal

Bij zo’n lezing laat ik bijvoorbeeld een foto zien van een willekeurige planeet, zoals Mars. Je ziet daar rotsen en zand. Dan zeg ik: Omdat er talloze van deze planeten in het heelal zijn, kan het volgens de evolutietheorie zomaar gebeuren dat je na x-miljard jaar dit te horen krijgt… en dan laat ik de aria ”Erbarme dich” uit de Matthäus Passion horen. Dat maakt indruk. Zou zoiets moois uit dode materie ontstaan? Onmogelijk.”

Loop je als wetenschapper niet het risico dat je niet meer serieus genomen wordt als je zegt dat je gelooft?

„Die ervaring heb ik niet. Ik heb verschillende keren een lezing voor het creationistische Logos Instituut gehouden. Die verspreid ik eerst onder mijn seculiere collega’s. Ik vraag hun om feedback en die geven ze ook. Het helpt mij om betere antwoorden te formuleren op vragen die kunnen komen. Nu is voedingstechnologie wel een minder harde wetenschap dan bijvoorbeeld natuurkunde of biologie. Maar ook in die vakgebieden zijn er gerespecteerde wetenschappers die voor hun geloof uitkomen. We hoeven ons niet te schamen, want we hebben steekhoudende argumenten.

Ooit sprak een christelijke wetenschapper me erop aan dat ik geloof dat de aarde in zes dagen geschapen is. Dan zou ik niet serieus genomen worden. Ik vroeg hem: Wat is een groter wonder, dat de aarde in zes dagen geschapen is of dat Christus is opgestaan uit de dood? Dat laatste is de essentie van het geloof, die kun je niet verzwijgen. Dan kan ik het eerste ook niet voor mezelf houden.”

U zei eerder dat u introvert bent. Dan roep je zulke dingen toch niet van de daken?

„Laten zien dat je christen bent, zit al in kleine dingen. Ik bid altijd voor mijn eten en vraag dan om stilte. Dat is een mooi evangelisatiemiddel, want je hoeft niks te zeggen. Als ik me ergens voorstel, zeg ik er graag bij dat we zeven kinderen hebben. Dat roept verbazing op, wat weer tot een gesprek kan leiden.

Pas moest ik bij een etentje met bestuurders van wetenschappelijke programma’s zijn. Onderweg vroeg ik de Heere of ik naast iemand mocht zitten met wie ik een zinvol gesprek kon voeren. De tafel bleek ovaal, zodat je eigenlijk iedereen aankeek. Opeens zei iemand: „Zeg Peter, vertel eens, wat is jouw grote droomwens?” Ik zei: „Dat ik God eeuwig mag grootmaken, samen met mijn kinderen.” Dat gaf een grote stilte. Mijn gebed bleek op een bijzondere manier verhoord.”

„Het valt me op hoe uitzichtloos alles is bij veel seculiere jongeren”

Peter de Jong, voedingstechnoloog en lector

U gaat intensief met seculiere jongeren om. Hoe staan zij in het leven?

Een man met hoed, op de rug gezien, loopt over een boerenweggetje waar knotwilgen naast staan.
beeld Cees van der Wal

„Het valt mij op hoe uitzichtloos alles is bij veel van die jongeren. Op een digitaal bord in de hal van de school stond een keer in grote letters de vraag: ”Studeren een feest?” En dan met kleine letters eronder het telefoonnummer 113, dat je kunt bellen als je weleens aan zelfmoord denkt. Ik vond het schokkend dat het zo dichtbij komt. Ik denk ook aan een student die in de klas vertelde dat haar zus een dag eerder suïcide had gepleegd. Kennelijk is er sprake van een patroon. Ik hoor zelden dat iemand helemaal geen problemen heeft. Veel jongeren komen uit gebroken gezinnen. Gelovige jongeren kom ik nauwelijks tegen. Van de 300 à 400 jongeren waar ik in mijn jaren in Leeuwarden in contact mee ben gekomen, kan ik me er maar 1 of 2 herinneren.”

U bent dirigent van een projectkoor met de naam Soli Deo Gloria – alleen God de eer. Dat was ook het motto van uw proefschrift. Vanwaar die keus?

„Als je van een afstand kijkt, kun je denken: die Peter de Jong heeft het goed gedaan; hij is als hts’er begonnen en moet je eens kijken wat hij nu allemaal doet. Maar als ik terugkijk naar de stappen die ik in mijn loopbaan zette, dan voelt het vaak alsof ik erin ben gerold. Een organisatie had iemand op het oog, maar die liet het afweten. Daarna dachten ze aan mij, de tweede keus zeg maar. Posities heb ik niet gezocht, ze kwamen onverwacht op mijn pad. Daar zie ik sterk Gods hand in. Het is voor mij goed om daar steeds bij stil te staan. Hoogmoed ligt altijd op de loer.”

Denkt u aan zelfdoding? Praat erover. Neem gratis en anoniem contact op met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113 of 113 (24 uur bereikbaar) of chat op 113.nl.

Populaire artikelen