Mens & samenlevingInterview

Durvina Slingerland uit Stellendam: De broer van mijn man is zijn oom

„„Stop maar, stop maar”, zeggen de meeste mensen als ik probeer uit te leggen hoe onze familie in elkaar zit”, zegt Durvina Slingerland-van Oostenbrugge (49) uit Stellendam. „Terwijl het eigenlijk heel simpel is.”

Durvina Slingerland met familiefoto’ s. Ze heeft haar trouwalbum vast.
Durvina Slingerland met familiefoto’s en in haar handen haar trouwalbum. beeld Dirk Hol

Het begon ooit ook heel eenvoudig. De toen vijftienjarige Durvina had een niet veel oudere tante, een zus van haar moeder, met wie ze veel omging. Durvina’s tante had inmiddels een vriend en vond het niet leuk dat Durvina nog alleen was. Ze besloot er dan ook wat aan te doen en schakelde haar vriend –nu haar man– in. Hij kon goed overweg met zijn neef, Frans”, vertelt Slingerland. „Mijn tante bedacht toen dat ze ons tweeën wilde koppelen”, vertelt Slingerland. „Ik kende Frans eigenlijk nog niet, al wist ik wel van zijn bestaan af.”

Durvina had destijds eigenlijk nog geen behoefte aan een relatie. De negentienjarige Frans viel dan ook nog niet direct in haar smaak en het eerste contact liep op niets uit. „Maar ik bedacht dat ik hem niet echt een eerlijke kans had gegeven”, bekent Slingerland. „Toen heb ik hem gebeld om te zeggen dat ik het toch nog wel met hem wilde proberen. Dat is 34 jaar geleden en daarvan zijn we er nu dertig getrouwd.”

Geen bloedverwanten

„Wat het verhaal ingewikkeld maakt, is dat mijn man een broer heeft, die met een andere tante van mij is getrouwd. Mijn man moet dus oom zeggen tegen zijn broer en mijn tante is nu mijn schoonzus geworden. En die andere tante, met wie het allemaal begon, is inmiddels door haar huwelijk mijn mans aangetrouwde nicht”, legt Slingerland uit. „Een grappige bijkomstigheid was dat de ouders van mijn man goed bevriend waren met mijn opa en oma. Hij noemde hen altijd al oom en tante, en toen werden ze opeens zijn opa en oma. Dat was even wennen.”

Heel vreemd zijn de ingewikkelde familierelaties niet, vindt Slingerland. „Vroeger had je meer grote gezinnen dan nu. Mijn vader kwam uit een gezin met twaalf kinderen en bij mijn man thuis waren er zelfs vijftien broers en zussen. Dan heb je meer kans dat twee broers met twee zussen trouwen, of met andere mensen uit dezelfde familie. Tegenwoordig zijn we niet meer zo gewend aan die onderlinge relaties. Toen we het een keer hadden over de banden tussen de families, vroeg mijn dochter: „Mag dat wel allemaal?” Maar al zijn we familie van familie, we zijn geen van allen bloedverwanten.”

Dit is het tweede deel van een serie over bijzondere familieverbanden.