OpinieMilieu en technologie

Wat mogen welvaart en digitale soevereiniteit ons kosten?

Onlangs verscheen het rapport van Peter Wennink. Een onafhankelijk strategisch adviesrapport dat moet helpen om de toekomstige economische welvaart en de maatschappelijke positie van Nederland veilig te stellen. De discussie erover ga ik hier niet overdoen.

Waar ik wél bij wil stilstaan, is de spiegel die dit rapport ons voorhoudt. Nederland dreigt zijn concurrentiepositie te verliezen. Zonder gerichte en stevige investeringen raken we achterop als het gaat om toekomstige belangrijke technologieën en leggen we het af tegen andere digitale grootmachten. Grote investeringen zijn nodig willen we onze welvaart behouden (lees: op peil houden). Denk aan pensioen, zorg, sociale zekerheid en defensie. Zaken die we vaak vanzelfsprekend vinden, maar het niet zijn.

Datacenters slurpen stroom en water en dragen beperkt bij aan de werkgelegenheid

Volgens Wennink moet Nederland veel meer investeren. Hij adviseert om te focussen op vier strategische domeinen: digitalisering en AI, life sciences (levenswetenschappen) en biotechnologie, veiligheid en weerbaarheid en energie en klimaat. Daarnaast moeten de randvoorwaarden beter worden. Om er enkele te noemen: vergunningen laten te lang op zich wachten, energie is duur, het stroomnet zit vol en talent is schaars.

Ik blijf hangen bij de thema’s digitale infrastructuur en digitale soevereiniteit en dan vooral de discussie rond datacenters. Dat zijn geen populaire buren. Ze beslaan veel ruimte, vreten stroom, dragen beperkt bij aan de werkgelegenheid en kunnen door een overbelast stroomnet leiden tot hogere stroomprijzen. Ook slurpen ze veel water, soms meer dan zesduizend huishoudens. Dat zijn terechte zorgen en uitdagingen.

We hebben het vaak over ”big tech”, een verzamelnaam voor technologiebedrijven met zeer veel macht en middelen. Ter vergelijking: Het Nederlandse bbp lag in 2025 rond de 1,1 biljoen euro. Amazon alleen al zit daar ruim boven. Apple en Microsoft zijn vergelijkbaar met de economie van Frankrijk. Vrijwel alle grote socialemediaplatforms komen uit de VS of China.

Serieuze Europese alternatieven zijn schaars. Hetzelfde geldt voor clouddiensten en andere digitale infrastructuur. Gelukkig is daar nu wel de nodige beweging, soms uit onverwachte hoek. Denk aan het moederconcern van Lidl, dat een eigen clouddienst heeft.

Digitale soevereiniteit is steeds belangrijker geworden. Die gaat over de mate waarin een land zelf kan bepalen hoe data, infrastructuur en digitale diensten worden beheerd en beschermd. Zonder afhankelijk te zijn van buitenlandse bedrijven of wetten.

De realiteit is dat zowel overheden en bedrijven als huishoudens in hoge mate afhankelijk zijn van buitenlandse diensten. Daarmee leveren we controle in en dat maakt kwetsbaar. Bijvoorbeeld voor politieke druk van buitenaf of economische afhankelijkheid. In een wereld waarin geopolitieke verhoudingen snel kunnen verschuiven, is dat geen comfortabele positie. Willen we dat veranderen, dan vraagt dat om forse investeringen. Ja, soms ook ten koste van andere zaken die ons dierbaar zijn.

Die investeringen moeten wel gericht zijn. Als we in datacentra investeren, doen we dat dan voor Nederlandse behoeften of voor buitenlandse partijen? En moeten we echt de toepassingen van AI blijven opschalen, gezien het energieverbruik en de impact op ruimte en natuur? De vertaling van technologie naar rentmeesterschap en christelijke ethiek is soms snel gemaakt.

Daarmee kom ik terug bij de kern. Wat betekent het plan-Wennink voor het digitale domein? Uiteindelijk is digitale soevereiniteit een keuze. Als we niets doen, blijven we onze data en autonomie steeds verder richting het buitenland schuiven. Doen we wel iets, dan kost dat geld. En nee, ook ik zit niet te wachten op hogere belastingen.

Naast geld zijn er die andere, soms meer indirecte kosten. Ruimte die niet gebruikt kan worden voor woningen. Energie die niet beschikbaar is voor andere bedrijven. Druk op natuur en leefomgeving.

De vraag is dus op welke plek op onze lijst digitale soevereiniteit staat. Net zo hoog als defensie en veiligheid? Met energiezekerheid? Met voedselzekerheid? Voor al die onderwerpen geldt hetzelfde: je hoopt de maatregelen van vandaag nooit nodig te hebben. Maar als het misgaat, wil je niet met lege handen staan. Wat mag digitale soevereiniteit ons kosten?

De auteur is medeoprichter van Techthics, een platform dat nadenkt over de impact van nieuwe technologie op ethiek en christendom.