Kerk & religieKerkelijke verdeeldheid

„Calvinist, leg geen struikelblokken op de weg van blinden”

De achttiende-eeuwse Engelse predikant John Newton maakte zich zorgen over godsdienstige ruzies. Daarom waarschuwde hij een vriend die zich in een theologische discussie wilde mengen. „Juist calvinisten moeten in theologische twisten zachtmoedig en gematigd zijn.”

Portrettekening van een achttiende-eeuwse man
John Newton: „Boze woorden, scheldwoorden en minachting brengen alleen maar schade toe aan de waarheid.” beeld Daan van Oostenbrugge

Beste heer,

Je gaat je waarschijnlijk mengen in een theologisch geschil, en je liefde tot de waarheid gaat gepaard met een vurig karakter. Om die reden maak ik me als vriend zorgen om je. Jij staat aan de sterkste kant. Want de waarheid is sterk en moet overwinnen. Zó sterk zelfs, dat iemand met minder gaven dan jij, het slagveld mag betreden en zeker mag zijn van de overwinning.

Ik maak me dus geen zorgen dat je de discussie zult verliezen. Maar ik zou willen dat je meer dan overwinnaar zult zijn; niet alleen van je tegenstander, maar ook van jezelf. Je kunt namelijk een wond oplopen, zelfs al kun je de discussie niet verliezen.

Ik wil je de verwondingen besparen die ertoe kunnen leiden dat je spijt krijgt van je overwinning. Daarom geef ik je wat gedachten mee ter overweging. Als je hiernaar zult luisteren, geloof ik dat ze zullen dienen als maliënkolder. Jij hoeft niet te klagen dat deze wapenrusting je zal hinderen, zoals toen Sauls wapenrusting David werd aangeboden, maar je zult snel inzien dat dit wapentuig, genomen uit het arsenaal van Gods Woord en bestemd voor de christelijke soldaat, jou van nut zal zijn.

„Draag je tegenstander in een vurig gebed op”

John Newton, achttiende-eeuws predikant

Vurig gebed

Ik ga ervan uit dat ik me niet hoef te excuseren voor deze manier van schrijven, want je zult het wel met me eens zijn. Dat ga ik dus ook niet doen. Voor de duidelijkheid beperk ik mijn advies tot drie gedachten: over je tegenstander, over je lezers en ten derde over jezelf.

Wat je tegenstander betreft, zou ik wensen dat je hem met een vurig gebed opdraagt aan de Heere opdat Hij hem onderwijst en zegent. Zelfs voordat je ook maar iets tegen hem op papier zet en ook de gehele tijd die je aan je weerlegging besteedt. Deze praktijk zal je hart neigen om hem lief te hebben en medelijden met hem te hebben. Deze gezindheid zal een gunstige invloed hebben op elke bladzijde die je schrijft.

Is hij een gelovige?

Als je hem beschouwt als een gelovige, dan zijn de woorden die David tegen Joab sprak over Absalom heel toepasselijk: „Handelt mij zachtkens met den jongeling.” Zelfs al zou het standpunt dat hij tijdens de discussie inneemt totaal verkeerd zijn. De Heere heeft hem lief en verdraagt hem. Daarom mag je hem niet verachten of hardvochtig behandelen.

De Heere verdraagt jou net zo goed. Hij verwacht dat je vriendelijkheid bewijst aan anderen, vanuit het besef dat jij zelf ook veel vergeving nodig hebt. Over een klein poosje zul je hem in de hemel ontmoeten. Dan zal hij je liever zijn dan de beste vriend die je nu op aarde hebt. Zie in gedachten uit naar die tijd. Hoewel je het nodig acht om zijn dwalingen te bestrijden, moet je hem op persoonlijk vlak beschouwen als een verwante ziel, met wie je in Christus tot in eeuwigheid gelukkig zult zijn.

Is hij Gods vijand?

Als je echter denkt dat hij onbekeerd is en je hem beschouwt als zijnde in een staat van vijandschap tegen God en Zijn genade (een veronderstelling die je niet mag maken zonder overtuigend bewijs), dan is hij eerder het voorwerp van jouw medelijden dan van je boosheid. Ach, „hij weet niet wat hij doet”. Je weet “wie u onderscheidt”. Als God het naar Zijn soeverein welbehagen zo had beschikt, dan zou jij net zo’n standpunt gehad kunnen hebben als hij. En dan zou hij, in plaats van jou, in de positie zijn geweest om het Evangelie te verdedigen. Van nature waren jullie allebei even blind. Als je hierover nadenkt, zul je hem niets verwijten of hem haten, want het is de Heere Die jouw ogen wilde openen in plaats van de zijne.

Van alle mensen die zich mengen in een geschil zijn wij, die ‘calvinist’ genoemd worden, zeer uitdrukkelijk gebonden aan onze eigen principes om zachtmoedig en gematigd te zijn. Als hij die met ons van mening verschilt [Newton verwijst hier naar arminianen die geloven in de vrije wil, red.] zichzelf zou kunnen veranderen, zijn eigen ogen zou kunnen openen en zijn eigen hart zou kunnen vermurwen, zouden we meer reden hebben om beledigd te zijn vanwege zijn koppigheid. Maar omdat we het tegenovergestelde geloven, is het niet onze taak om te strijden, maar „in zachtmoedigheid te onderwijzen degenen die tegenstaan”, in de hoop dat „God hun te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid”.

„Ook mensen die zich weinig bezighouden met de godsdienst weten dat zachtmoedigheid, nederigheid en liefde de karaktertrekken zijn van een christen”

John Newton, achttiende-eeuws predikant

Als je schrijft met het verlangen om een middel te zijn tot verbetering van dwalingen, dan zul je er natuurlijk op bedacht zijn om geen struikelblokken op de weg van blinden te leggen of uitdrukkingen te gebruiken die hun driften kunnen aanwakkeren en hen kunnen bevestigen in hun standpunten. Want dan zou het menselijkerwijs gesproken veel moeilijker zijn om hen te overtuigen.

Denk aan je lezerspubliek

Door je geschriften te drukken, zullen je opvattingen waarschijnlijk ook door anderen gelezen worden. Degenen die je stuk lezen, kunnen onderverdeeld worden in drie soorten mensen: ten eerste degenen die het niet met jou eens zijn, net als de persoon aan wie je schrijft. Wat deze mensen betreft, verwijs ik je naar datgene wat ik hierboven al heb gezegd. Ook al richt je je hoofdzakelijk op één persoon, toch zijn er velen die er hetzelfde over denken als hij. Dat wat voor één persoon geldt, geldt ook voor een miljoen anderen.

Er zijn ook velen die zich te weinig bezighouden met de godsdienst om zelf een vastomlijnd theologisch systeem te hebben. Toch hebben ze bepaalde vooronderstellingen. Zij staan die opvattingen voor, die het minst in strijd zijn met de goede gedachten die mensen van nature van zichzelf hebben. Zij zijn zeer onbekwame beoordelaars van leerstellingen, maar ze kunnen wel een redelijk oordeel vellen over de geest van een schrijver. Ze weten dat zachtmoedigheid, nederigheid en liefde de karaktertrekken zijn van een christen.

Ze doen alsof de leer van vrije genade maar meningen en speculaties zijn die, als ze die zouden aanvaarden, geen heilzame uitwerking zullen hebben op hun gedrag. Toch verwachten ze van ons, die deze leer belijden, altijd een levenswandel die overeenkomt met de voorschriften van het Evangelie. Ze kunnen goed opmerken wanneer we van die evangelische geest afwijken en maken daar gebruik van om hun minachting voor onze argumenten te rechtvaardigen.

Oude, handgeschreven brieven.
Brieven van John Newton. beeld RD

„Als we anderen ervan kunnen overtuigen dat wij uit de juiste motieven handelen, hebben we ons doel al voor de helft bereikt”

John Newton, achttiende-eeuws predikant

Verbitterde, boze woorden

Dagelijks zien we deze Bijbelse spreuk bevestigd: „De toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet”. Als onze ijver wordt verbitterd door boze woorden, scheldwoorden of minachting, denken we misschien dat we de zaak van de waarheid dienen. In werkelijkheid brengen we alleen maar schade toe aan de waarheid.

„De wapenen van onze krijg”, die alleen bij machte zijn om het bastion van dwaling af te breken, „zijn niet vleselijk”, maar geestelijk. Het zijn argumenten die we eerlijk aan de Schrift en de ondervinding ontlenen, en we brengen die op zo’n milde toon dat onze lezers overtuigd worden dat wij hun zielen het beste toewensen en dat wij slechts strijden voor de waarheid.

Als we hen ervan kunnen overtuigen dat wij uit deze motieven handelen, hebben we ons doel al voor de helft bereikt. Zij zullen meer geneigd zijn om in alle rust onze punten te overwegen. Als zij het dan nog steeds niet met onze opvattingen eens zijn, zullen ze in ieder geval onze bedoelingen moeten goedkeuren.

We zijn zelfzuchtig

Er is ook nog een derde categorie lezers die het eens zijn met jouw standpunt. Zij zullen datgene wat je naar voren brengt zonder meer goedkeuren. Mogelijk zullen ze meer en meer gesterkt en bevestigd worden in hun opvattingen over de leer van de Schrift, als je onderwerp helder en bekwaam wordt uitgelegd.

Als je je pen zowel door vriendelijkheid als door waarheid zou laten begeleiden, kun je een belangrijke rol spelen in hun ontwikkeling, maar anders zul je hen mogelijk schade berokkenen. Er is een zelfzuchtig beginsel in ons dat ons aanzet om diegenen die met ons van mening verschillen, te verachten. En we worden vaak door dat beginsel beïnvloed, terwijl we denken dat we slechts een gepaste ijver tonen voor Gods zaak.

Ik geloof graag dat de belangrijkste punten van het arminianisme voortkomen uit, en gevoed worden door, de hoogmoed van het menselijk hart. Toch zou ik blij zijn als het omgekeerde altijd waar was: dat het aanvaarden van calvinistische leerstukken een onfeilbaar teken was van een nederig hart. Ik heb arminianen gekend –ik bedoel mensen die vanwege gebrek aan helderder licht bang waren om de leer van vrije genade te aanvaarden– die er toch blijk van gaven dat hun harten in zekere mate verootmoedigd waren voor de Heere.

En ik ben bang dat er calvinisten zijn die –om hun nederigheid te bewijzen– met hun mond het schepsel willen vernederen en alle eer van ons behoud de Heere willen toebrengen, maar toch niet weten van hoedanige geest ze zijn. Wat de reden ook is waarom we van onszelf denken dat we, vergeleken met anderen, wijs of goed zijn en waardoor we degenen die onze leer niet onderschrijven of onze partij niet volgen minachtend behandelen - het is een vrucht en bewijs van een eigengerechtigde geest.

„Je kunt het hart van een farizeeër hebben, terwijl je hoofd gevuld is met behoudende opvattingen over de onwaardigheid van het schepsel en de rijkdommen van vrije genade”

John Newton, achttiende-eeuws predikant

Eigengerechtigheid

Eigengerechtigheid kan zich voeden met zowel leerstukken als werkheiligheid. Je kunt het hart van een farizeeër hebben, terwijl je hoofd gevuld is met behoudende opvattingen over de onwaardigheid van het schepsel en de rijkdommen van vrije genade.

Ik wil eraan toevoegen dat zelfs de beste mensen niet geheel vrij zijn van deze zuurdesem. Daarom zijn we al te snel geneigd om ons te vermaken met voorstellingen die onze tegenstanders belachelijk maken en daarmee onze eigen superieure denkbeelden vleien.

Godsdienstige geschillen worden meestal zó behandeld dat ze deze verkeerde geneigdheid eerder aanmoedigen dan onderdrukken. Daarom leveren ze over het algemeen weinig goeds op. Ze tarten degenen die ze zouden moeten overtuigen, en maken degenen die dieper onderwezen zouden moeten worden, hoogmoedig. Ik hoop dat jouw optreden een geest van ware nederigheid zal uitstralen en een middel zal zijn om die bij anderen te bevorderen.

Kijk eens naar jezelf

Als laatste wil ik iets zeggen over je eigen betrokkenheid bij je huidige onderneming. Het lijkt me prijzenswaardig om het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd te verdedigen. Ons is bevolen om er vurig voor te strijden en tegenstanders te overtuigen. Als zulke verdedigingen ooit gepast en nuttig waren, dan lijkt dat zeker het geval te zijn in onze tijd. Overal steken dwalingen de kop op. Elke waarheid van het evangelie wordt domweg ontkend of uiterst verkeerd voorgesteld.

Toch weten we maar van heel weinig schrijvers die zich mengden in geschillen die er niet zelf door zijn beschadigd. Of ze werden opgeblazen door het besef van hun eigen belangrijkheid, óf ze dronken een toornige, twistzieke geest in. Of anders verloren ze ongemerkt hun aandacht voor die dingen die het geloofsleven voeden en ondersteunen. Ze besteden hun tijd en krachten aan zaken die op zijn best maar van ondergeschikt belang zijn.

Dit laat zien dat deze dienst misschien wel eervol, maar tegelijkertijd ook gevaarlijk is. Wat zal het een mens baten als hij de discussie wint en zijn tegenstander het zwijgen oplegt, terwijl hij tegelijkertijd die nederige, tedere zielsgesteldheid verliest waar de Heere behagen in heeft, en waaraan de belofte van Zijn tegenwoordigheid is verbonden?

„Ook al maak je je gereed om Gods zaak te verdedigen – als je de Heere niet voortdurend bidt om bescherming, zal het mogelijk je éígen zaak worden”

John Newton, achttiende-eeuws predikant

Wees op je hoede

Ik twijfel er niet aan dat je bedoelingen goed zijn. Je moet echter waken en bidden, want je zult erachter komen dat satan aan je rechterhand staat om je te weerstaan. Hij zal proberen om je opvattingen te kleineren. Als je de Heere niet voortdurend bidt om bescherming, zal het mogelijk je éígen zaak worden. Die zal in jouw geest hartstochten opwekken die niet overeenkomen met de ware vrede van het gemoed, en die de gemeenschap met God zeker zullen belemmeren. Ook al maak je je gereed om Gods zaak te verdedigen.

Wees op je hoede om niets persoonlijks te laten meespelen in het debat. Als je denkt dat je slecht bent behandeld, krijg je de gelegenheid om te laten zien dat je een discipel bent van Jezus, „Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde”.

Dit is ons voorbeeld. Zo moeten wij voor God spreken en schrijven. Niet vergelden met „schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende dat gij daartoe geroepen zijt.” De wijsheid van boven is niet alleen zuiver, maar ook vreedzaam en bescheiden. Het gebrek aan deze eigenschappen is als een dode vlieg in de apothekerszalf en zal de geur en werkzaamheid van onze arbeid bederven.

Makkelijke klus?

Als we handelen vanuit een verkeerde geest, brengen we God weinig eer toe, zullen we onze medemensen weinig goed doen en onszelf eer noch troost verschaffen. Als je tevreden kunt zijn door anderen te laten zien hoe humoristisch je bent en door mensen aan het lachen te krijgen, dan heb je een makkelijke klus.

Maar ik hoop dat je een nobeler doel voor ogen hebt. Dat je je bewust bent van het ernstige belang van de evangeliewaarheden en het medelijden voelt dat de zielen van mensen toekomt. Dan zou je liever het middel willen zijn om vooroordelen bij één persoon weg te nemen, dan de ijdele loftuitingen van duizenden te ontvangen.

Ga daarom voort in de Naam en kracht van de Heere der heirscharen, en spreek de waarheid in liefde. Moge Hij jou in veler harten getuigenis geven dat je van God geleerd bent en begunstigd bent met de zalving van Zijn Heilige Geest.