Duitse auto-industrie voert achterhoedegevecht
De recente beslissing van de Europese Commissie om het verbod op verbrandingsmotoren per 2035 te versoepelen lijkt een kleine overwinning voor de Duitse auto-industrie.

Door de versoepeling hoeven fabrikanten er niet voor te zorgen dat alle auto’s die ze vanaf 2035 produceren volledig emissieloos zijn, maar moet hun totale verkoop in dat jaar niet 100, maar 90 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021.
Maar waar Berlijn zich vastklampt aan de motor van gisteren, gaat de technologische ontwikkeling onverminderd door. De lobby voor het afzwakken van regels lijkt daarmee een achterhoedegevecht, want het gevaar is reëel dat Europa door verkeerde prikkels juist verder achterop raakt op de automarkt.
Decennialang was Duitsland het toonbeeld van technologische dominantie op vier wielen. Die glans is er echter af. In een jaar tijd gingen 51.000 arbeidsplaatsen in de Duitse auto-industrie verloren. Tesla en Chinese merken als BYD en NIO maakten elektrische mobiliteit niet alleen mainstream, maar ook economisch aantrekkelijk. Ondertussen bleven de oosterburen hangen in partiële oplossingen: hybride hier, synthetische brandstof daar. Het geloof dat regelgeving kon worden opgerekt om tijd te kopen, blijkt nu een dure vergissing.

Aan de ene kant is er de Chinese concurrentie, gesteund door een overheid die strategisch investeert in batterijen, grondstoffen en schaalvoordelen. Chinese merken overspoelen Europa met betaalbare elektrische auto’s, terwijl Duitse merken worstelen met hoge kosten en trage innovatie. Aan de andere kant zet Amerika in op protectionisme: forse subsidies voor binnenlandse productie en verhoging van invoertarieven.
De Duitse lobby lijkt een reflex van een industrie die de boot heeft gemist en nu probeert de golven tegen te houden met een schepje zand. Het versoepelen van regelgeving verandert immers niets aan de verschuivende markt. De Duitsers hebben weliswaar een punt dat de overgang naar elektrisch rijden langzamer gaat dan eerder gedacht en dat de laadcapaciteit in sommige landen achterblijft, maar het is een economische wetmatigheid dat innovatie uiteindelijk wint. De vraag is niet of de verbrandingsmotor verdwijnt, maar wanneer. Elke euro die nu wordt gestoken in het rekken van de deadline, is een euro die niet wordt geïnvesteerd in batterijtechnologie, software en nieuwe businessmodellen.
Het risico van de versoepeling is dat de Duitse industrie op twee paarden wedt
Het risico van de versoepeling is dat de Duitse industrie op twee paarden wedt. De vergelijking met de recente historie van Google dringt zich op. Toen het bedrijf achter bleek te lopen op het gebied van kunstmatige intelligentie, koos het niet voor halve maatregelen, maar voor een radicale koerswijziging. Het bedrijf ging helemaal voor AI en wist zo zijn positie te behouden. De Duitse auto-industrie doet het tegenovergestelde: het spreidt zijn inzet, verliest snelheid in innovatie en vergroot daarmee de kans structureel marktaandeel te verliezen.
Het uitstel van het verbod is dus geen reddingsboei, maar eerder een anker dat de Europese auto-industrie verder naar de bodem trekt.
De auteur is econoom bij De Nederlandsche Bank. Hij schrijft op persoonlijke titel.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Groot Geld
- Industrie


