Kerk & religieInterview

Joods erfgoed veiliggesteld in Paramaribo

De Nederlandse historica dr. Rosa de Jong heeft in Suriname meer dan honderdduizend archiefstukken van de Joodse gemeenschap gedigitaliseerd. Daarmee is belangrijk erfgoed geconserveerd.

Wit gebouw met vier pilaren voor de ingang. Op de voorgrond grafstenen.
De Hoogduitse synagoge Neve Shalom in Paramaribo. In het lage, witte gebouw links is het archief gehuisvest. Op de achtergrond de moskee van de Lahore Ahmadiyyabeweging. beeld fam. De Jong

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vluchtten honderden Joden naar de overzeese gebiedsdelen: Suriname en de Nederlandse Antillen. Bij haar onderzoek naar deze groepen kwam De Jong in de synagoge van de Surinaamse hoofdstad Paramaribo. Daar trof ze een archief aan onder weinig ideale omstandigheden: de ruimte was niet altijd gekoeld en de tropische hitte deed het oude papier geen goed.

„Toen mijn proefschrift klaar was, was mijn contract nog niet afgelopen”, zegt de 33-jarige historica. „Ik kreeg salaris, maar had geen grote taak meer. Daarom wilde ik proberen het archief in Suriname te gaan digitaliseren. Ik zocht contact met de beheerder van de Neve Shalom Archief, Lilly Duijm. Met haar heb ik het project opgezet.”

Brand verwoestte deel van houten binnenstad

De Jong regelde de financiering voor camera’s, harde schijven en reiskosten, zodat ze hoogwaardige scans kon maken van de honderden folio’s in de synagoge. Terwijl de promotiecommissie zich over haar dissertatie boog, stapte de promovenda op het vliegtuig. Haar man en haar ouders gingen mee om te assisteren en op haar jonge dochter te passen.

Vrouw in donkere jurk en met bruine bril.
Dr. Rosa de Jong. beeld fam. De Jong

In zes weken tijd scande De Jong met hulp van de Joodse gemeente honderden mappen met geboorte- en huwelijksakten, landverkoopdocumenten en brieven.

Stadsbrand

In de Neve Shalomsynagoge aan de Keizerstraat in Paramaribo worden nog steeds diensten gehouden. Er zijn nog honderd leden, maar de gemeenschap vergrijst.

Door het digitaliseren is de inhoud van hun archief veiliggesteld. De actie kwam op een cruciaal moment: in april dit jaar verwoestte een brand een aantal historische gebouwen in het centrum van Paramaribo, dat in 2002 door UNESCO is uitgeroepen tot werelderfgoed. De vuurzee bleef enkele straten bij de synagoge vandaan, maar maakte wel duidelijk hoe kwetsbaar de houten gebouwen in de binnenstad zijn. Ook het archief bevindt zich in zo’n houten gebouwtje.

De Joodse gemeenschap in het Zuid-Amerikaanse land heeft zelf geen geld en kennis om de archiefstukken professioneel te bewaren. De documenten zijn fragiel, de teksten soms nauwelijks leesbaar.

In totaal is nu ruim 600 gigabyte aan data opgeslagen. Een kopie daarvan blijft in het beheer van de Joodse gemeente. De synagoge overlegt ook met het Nationaal Archief van Suriname over hoe het papieren archief onder betere omstandigheden bewaard kan worden en toegankelijker kan worden gemaakt.

Vrouw drukt op knop scanapparaat, naast man met keppeltje en rode korte broek.
Dr. Rosa de Jong en een vrijwilliger tijdens het inscannen van archiefstukken in Paramaribo. beeld fam. De Jong

De Jong hoopt dat de scans worden ingezet voor onderwijs en verder onderzoek. „Het is geschiedenis die nog leeft, die ons iets zegt over solidariteit, uitsluiting en migratie. En het is aan ons om die verhalen door te geven.”

Raakvlakken

Op 4 november kenden de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) De Jong een prijs toe. Ze ontving de Amsterdam Young Academy Recognition & Reward Award voor haar inspanningen om het archief in Paramaribo te behouden. Drie dagen later promoveerde ze aan de UvA op haar onderzoek naar de Joden die vanwege de komst van de Duitsers de wijk namen naar de Caraïben. De resultaten had ze inmiddels tijdens lezingen in Suriname en op Curaçao gepresenteerd.

Er gingen destijds ook vluchtelingen naar Cuba. Dat land heeft De Jong door de coronabeperkingen niet kunnen bezoeken.

In februari gaat de jonge doctor weer naar Curaçao, waar ze meewerkt aan een tentoonstelling in het Joods Museum over de Tweede Wereldoorlog. Intussen werkt ze aan een project over een van de vluchtelingen op Curaçao: kunstenares Suzanne Perlman, een Hongaarse die met een Nederlander was getrouwd.

De Jong werkt inmiddels aan de Universiteit Utrecht. Daar houdt een internationale onderzoeksgroep zich bezig met dekolonisering van het universitaire erfgoed, waarbij De Jong zich richt op de botanische tuin in Utrecht. „Een heel ander onderwerp, maar het gaat wel weer over de koloniën die Nederland vroeger had.”

Raakvlakken zijn er ook tussen haar promotieonderzoek en haar familiegeschiedenis. De Amsterdamse historica begint de Engelstalige dissertatie –een Nederlandse versie zal worden gepubliceerd bij Querido– met het noemen van haar grootmoeder, Willy de Jong-Polak (1917-2014). De Joodse vrouw overleefde de verschrikkingen van het nazibewind in meerdere concentratiekampen. Haar ouders en haar broer waren Nederland in mei 1940 op tijd ontvlucht. Ze ontkwamen naar Engeland en verbleven tijdens de oorlogsjaren in de Verenigde Staten.