
Europa is beter af met Marco Rubio dan met JD Vance
Wie wil weten hoe de toekomst en het leiderschap van de Republikeinse Partij na Trump eruitzien, hoeft eigenlijk maar naar twee figuren te kijken: de huidige vicepresident JD Vance en minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. Een gezamenlijk ”ticket” met Vance als presidentskandidaat en Rubio als ”running mate” valt ook zeker niet uit te sluiten.
Vance noemde Rubio zijn „beste vriend binnen de regering” en Rubio sprak publiekelijk uit dat Vance „een geweldige kandidaat” zou zijn, als hij zich verkiesbaar zou stellen. Deze hoffelijkheid heeft alles te maken met het feit dat de twee elkaar in deze fase simpelweg nodig hebben om hun gezamenlijke doelen te halen. Bovendien is het voor Republikeinen met ambitie voor het Witte Huis beslist nog te vroeg om hun interesse te laten doorschemeren. Toch wordt 2026 beslist het jaar waarin profielen worden opgebouwd, op basis waarvan kandidaten steun vergaren onder donoren, trouwe partijsoldaten en kiezers.
Anders dan Vance heeft Rubio wel oog voor de positie en de belangen van Europa
Het is daarom mogelijk dat sluimerende spanningen in de komende maanden zullen leiden tot scheurtjes in de relatie tussen Vance en Rubio. Trumps vredesplan voor Oekraïne of de toekomst van Venezuela kan hier aanleiding voor zijn. Vance en Rubio vertegenwoordigen immers verschillende scholen binnen het MAGA-kamp (”Make America Great Again”).
Vance staat in de traditie van het isolationisme, dat een terughoudende buitenlandse politiek voorstaat, omdat de rol van politieagent in de wereld de Amerikaanse samenleving meer zou kosten dan zou opleveren. Zoals veel Amerikanen kijkt hij vooral naar de economische, de technologische en de militaire rivaliteit met China als maatstaf voor succes van de VS in de wereld. Oekraïne is voor Vance niet veel meer dan een verzameling grondstoffen en een obstakel voor goede relaties met Rusland. Het was vicepresident Vance die aanstuurde op een publieke confrontatie tussen Trump en Zelensky in het Witte Huis eind februari, door de Oekraïense president van respectloosheid en ondankbaarheid te betichten. De oplettende toeschouwer las het ongemak bij deze schoffering af van zowel het gezicht als de lichaamstaal van Rubio, al zou hij een dag later bij CNN vol achter Trump en Vance gaan staan en Zelensky de schuld geven van het „fiasco”.
Rubio daarentegen is een vertegenwoordiger van het traditionele Republikeinse establishment. Daarmee is hij enigszins een vreemde eend in de bijt bij de regering-Trump. Hij is evengoed voorstander van een strategische heroriëntatie van de VS als het om Azië gaat, maar heeft, anders dan Vance, wel oog voor de positie en de belangen van Europa. Het is goed om hierbij in herinnering te roepen dat Rubio rond de onderhandelingen over Oekraïne tussen de VS en Rusland in Saudi-Arabië half februari aangaf dat ook Europese landen betrokken moeten worden bij „echte onderhandelingen”. Voorlopig geeft Trump hieraan nog op geen enkele manier gehoor, dus wat dat betreft trekt zijn minister van Buitenlandse Zaken aan het kortste eind.
In Latijns-Amerika krijgt de Cubaanse migrantenzoon Rubio mogelijk wel de vrije hand. Zo stelde Trump Nicolás Maduro, de Venezolaanse dictator, een ultimatum om zijn land te verlaten en verklaarde hij dat het luchtruim boven Venezuela als gesloten moest worden beschouwd. Rubio’s felle anticommunisme en harde houding tegenover autocraten zijn diep verweven met zijn familiegeschiedenis: zijn ouders ontvluchtten Cuba om aan het Castroregime te ontsnappen. Deze dictatuur werd jarenlang overeind gehouden door Maduro’s voorganger Hugo Chávez.
Europa moet hopen dat niet de favoriet JD Vance, maar de underdog Marco Rubio uiteindelijk Trumps opvolger wordt. Niet alleen omdat het NAVO-bondgenootschap bij hem in veiliger handen is, maar ook omdat Vance er over democratie en rechtsstaat radicaal andere ideeën op nahoudt dan Rubio. Voor Vance is het Amerikaanse systeem van ”checks and balances” (een systeem van wederzijdse controle en evenwicht) een log en disfunctioneel relikwie. De kring rond Vance ziet liever een koning-CEO aan het roer: een president die vrijwel uitsluitend per decreet regeert, het land bestuurt als zijn eigen bedrijf en het beleid laat sturen door technologische vooruitgang. Als niet Rubio maar Vance de interne richtingenstrijd wint, loopt Europa het risico daarmee zijn belangrijkste militaire én wezenlijke ideologische bondgenoot te verliezen.
De auteur is politicoloog en werkt als beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van de SGP.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Column Samenleving en Politiek







