Dr. A. Goedvree: De Messiah en Matthäus vragen om een gelovig antwoord
Hervormd predikant dr. A. (Aart) Goedvree is een groot liefhebber van de Messiah en de Matthäus Passion. Hoe kan het dat deze composities zoveel mensen aanspreken in een post-christelijke cultuur, vraagt hij zich af in zijn boekje ”Gelovig luisteren”. En luisteren christenen anders naar deze oude muziek?

”Gelovig luisteren” is een brochure van de Willem de Zwijgerstichting. Twee keer per jaar geeft deze stichting een boekje uit op het terrein van kerk, theologie en maatschappij.
„Eerst lekker een vorkje prikken en dan de Matthäus” luidt de titel van het eerste hoofdstuk in ”Gelovig luisteren”. Het schetst voor dr. Goedvree de sfeer die er hangt rondom de Naardense uitvoering van Bachs bekendste muziekstuk. Toch is hij ook blij dát de Matthäus daar gebracht wordt. „Het is een blijvende verkondiging van het Evangelie.”
Zelf zag en hoorde Goedvree als zevenjarig jongetje voor het eerst een uitvoering van de Matthäus Passion op televisie. Hij was diep onder de indruk. Nu, 48 jaar later en heel wat luisterervaringen verder, weet hij welke dirigenten écht goed zijn, hoe de tempi per uitvoering kunnen verschillen en welke uitvoeringen authentieker zijn.
In uw boekje laat u zien dat niet alleen de muzikale uitvoering ertoe doet, maar ook of uitvoerders en luisteraars de muziek gelovig beleven.
„Ja. De Matthäus Passion is een Bijbels-kerkelijk stuk. De Matthäus en de Messiah zijn geschreven om het Evangelie van Jezus Christus te laten klinken. Ik denk dat professionele musici wel degelijk een heel spirituele ervaring kunnen hebben bij het uitvoeren van deze muziek. Sommigen zeggen er troost in te vinden. Anderen vinden het een diepe uiting van menselijk lijden.
Toch merk ik een groot verschil in een concert door professionele musici, die het begonnen is om muzikaal de hoogste kwaliteit te leveren, of een uitvoering door musici die geestelijk sterk betrokken zijn op deze muziek. De sfeer is anders.
Bij een professioneel uitgevoerd concert merk ik dat de nadruk in gesprekken achteraf sterk ligt op de uitvoering, de solisten, wat er wel en niet goed ging. Bij wat ik een provinciale uitvoering noem, is een ingetogener sfeer. Het zwaartepunt van de aandacht ligt daar bij de boodschap van de muziek.”
Kunnen christenen deze muziek beter luisteren en uitvoeren dan niet-christenen?
„Dat zou ik zeker zo niet durven zeggen. Dirigenten als John Gardiner, Ton Koopman of Masaaki Suzuki nemen een bepaalde standaard met zich mee. Hun naamsbekendheid schept als vanzelf hoge muzikale verwachtingen, waar ze ook aan kunnen voldoen.
Ik was eens in een orgelwerkplaats waar een kerkorgel werd gemaakt. Ieder register dat daar uitgetrokken werd, klonk hard, schel en blikkerig. Maar toen ik hetzelfde orgel later in een kerk hoorde, streelde het het oor. Het kon juichen, zingen, fluisteren en stormen. Ik wil het uitvoeren en luisteren van de Messiah en de Matthäus door een gelovige daarmee vergelijken. Wanneer een gelovig hart deze muziek tot zich neemt, valt het in goed toebereide aarde. Deze composities van Händel en Bach hebben vooral de boodschap van Jezus Christus willen dienen en vragen om een gelovig antwoord.”

U besteedt veel aandacht aan wel of geen applaus na afloop. Wat zou u het beste slot van een uitvoering van de Matthäus of de Messiah vinden?
„Het slotakkoord van de Matthäus luidt bij het graf van de Zoon van God. Past daar een staande ovatie voor musici bij? Ik vind het mooi als in het programmaboekje staat dat de uitvoerenden vragen om niet te applaudisseren. In Bachs kerk klonk ook geen applaus.
Tegelijk verdienen de uitvoerders van deze muziek wel waardering. Ik heb aan zowel christelijke als niet-christelijke musici gevraagd wat ze van applaudisseren vinden. Beiden stellen het op prijs. Het is een ontlading en helpt om te ontspannen. Wat mij betreft blijft het wringen. Een stille aftocht vind ik het meest gepast bij deze muziek waar ik God voor dank.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Klassieke muziek







