Veel ouderen met dementie komen zelden of nooit buiten
„Die oude volkswijsheden zijn zo gek nog niet”, was het eerste dat in me opkwam toen ik het bericht las over het advies van de Gezondheidsraad om in te zetten op het voorkomen van dementie door preventie en een gezonde leefstijl. Dit omdat die vooralsnog meer winst opleveren dan vroegdiagnostiek om zo tijdig mogelijk met een behandeling te kunnen starten. Voorkomen is beter dan genezen. Wisten we dat niet allang?
En aan de andere kant: gedragen we ons ook daadwerkelijk naar die oude wijsheid? Of houdt dit advies ons als persoon en als samenleving een spiegel voor: dat gezondheid voor een groot deel wordt gevormd in het leven van alledag, in keuzes die we in alle kleine dagelijkse activiteiten maken. En dat we dit niet zo goed kunnen als we, als autonome zelfverantwoordelijke individuen, graag voor waar willen houden.
Alles in het dagelijks leven verleidt ons tot het tegenovergestelde van een gezonde leefstijl
Op dezelfde dag las ik dat 30 procent van de ouderen met dementie die in een woonzorgvoorziening wonen zelden of nooit buiten komt. De helft van hen zou graag vaker naar buiten willen. Naar buiten gaan. Iets wat we voor gezonde, zelfstandige mensen een heel normale behoefte en een vanzelfsprekende mogelijkheid vinden. En gek genoeg vonden we het lange tijd ook heel gewoon dat dit geen vanzelfsprekend onderdeel is van het leven van mensen in een verpleeghuis. En zeker niet voor mensen met dementie. Juist dat simpele naar buiten gaan heeft een aantoonbaar positief effect op gezondheid en welbevinden. Het gaat dan niet alleen om de beweging, maar ook om het ervaren van licht, lucht, leven – het ervaren dat er meer is dan de kamer waarin je woont.
In zekere zin raken deze twee afzonderlijke berichten eenzelfde punt: gezondheid vraagt om activiteit, om het prikkelen van het lichaam en de geest tot activiteit. Als we gezond zijn, gaan we ervan uit dat we daar als autonoom individu zelf verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. Matig en gezond eten, overvloedig fysiek actief zijn, een balans vinden in ontspanning en inspanning... Het zijn op het oog geen spectaculaire zaken. Maar wat zijn ze moeilijk vol te houden in het dagelijkse leven, waarin alles ons verleidt om het tegenovergestelde te doen: overvloedig en eenzijdig eten, niet te veel en niet te zwaar fysiek actief zijn. Over autonomie gesproken. Niet voor niets doet het rapport van de Gezondheidsraad hiervoor een beroep op de overheid en de bredere maatschappij om de burgers daarbij te helpen.
En als verantwoordelijkheid nemen voor een gezonde leefstijl zo moeilijk is dat gezonde burgers al hulp nodig hebben van de overheid en de maatschappij om dat te kunnen realiseren, wat betekent dat dan als er sprake is van dementie? Mensen die met dementie te maken krijgen, zien gaandeweg hun vermogen om zelf keuzes te maken veranderen. Zij hebben hun naasten en zorgverleners om zich heen nodig om de juiste keuzes te helpen maken, om actief te kunnen blijven, naar buiten te kunnen gaan.
Zo bezien bevinden de gezonde burger en de zorgafhankelijke oudere zich in een vergelijkbaar spanningsveld om een gezonde leefstijl daadwerkelijk vorm te geven in het dagelijks leven. Voor beiden geldt dat gezondheid vraagt om beweging – mentaal, fysiek en sociaal. En voor beiden geldt dat die beweging niet vanzelf ontstaat en dat de aanmoediging van anderen nodig is om actief te zijn.
Eigen verantwoordelijkheid en autonomie van het individu vormen misschien wel veel meer een gezamenlijke opdracht dan vaak verondersteld wordt. Of dat nu om een oudere met dementie of om een gezonde burger gaat. Een opdracht van burger en overheid, van zorgafhankelijke oudere en zorgverlener, van mens tot mens. Een opdracht om samen vorm te geven aan een leefstijl die voor ieders gezondheid en welzijn goed is, ook als dat moeilijk is. Want ongeacht wie je bent, een gezonde burger of een zorgafhankelijke oudere, weten wat goed is voor je en daarnaar te leven valt niet mee. Zonder de aanmoediging van anderen lukt dat niet.
Dat kan simpel beginnen: met een open deur en iemand die zegt: „Het is lekker buiten. Ga je mee?”
De auteur is hoogleraar Verplegingswetenschap.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Column Gezondheid en Psychologie






