OpinieToegespitst

Brede eensgezindheid over grote delen van publieke moraal zorgelijk

De kabinetsformatie wil nog niet vlotten. Dat was ook niet te verwachten. Maar wijst de politieke impasse ook niet op dieperliggende tegenstellingen, die steeds groter worden? Velen maken zich daar zorgen over.

Logo rubriek Toegespitst met foto dr. C.S.L. Janse
beeld RD

Nu zijn verkiezingen naar hun aard verdelend. In de verkiezingscampagne worden altijd de verschillen beklemtoond. Partijen zijn elkaars concurrenten. Pas wanneer de politieke, sociale en culturele (of godsdienstige) scheidslijnen in een land gaan samenvallen en daardoor elkaar gaan versterken, wordt de verdeeldheid een maatschappelijk probleem. Dat zag je bij de vroegere verzuiling. Hoe is dat in de huidige situatie?

Politieke, sociale en culturele scheidslijnen die samenvallen vormen een probleem

Nederland heeft een veelpartijenstelsel. Je hebt extreemrechtse (PVV, FVD, JA21), liberale (VVD en D66), confessionele (SGP, CU en met veel fantasie ook het CDA) en linkse partijen (GroenLinks-PvdA en SP). In hoeverre zijn die verschillen ook gebaseerd op sociale en culturele scheidslijnen?

Verkiezingsbord met posters van politieke partijen
„Nederland heeft een veelpartijenstelsel.” beeld ANP, Remko de Waal

Welstand

Ook in Nederland is welstand nog altijd een relevante scheidslijn. Je hebt mensen die moeilijk rond kunnen komen en mensen met een fors inkomen. De vermogensongelijkheid is nog groter. Maar er is ook een omvangrijke middengroep. Mede daardoor domineert de sociaaleconomische dimensie, in de politiek belichaamd in de tegenstelling liberalen versus socialisten, hoewel dat tegenwoordig minder is dan voorheen.

Hogeropgeleiden hebben hun eigen leefwereld en bezetten zo ongeveer alle belangrijke posities in de samenleving

Godsdienstige verschillen waren vroeger van grote betekenis. Nu veel minder. De grote meerderheid is tegenwoordig onkerkelijk of randkerkelijk. Maar er zijn nog wel kleine groepen (orthodoxe christenen en moslims) die uit de toon vallen. Daarentegen is het onderscheid tussen autochtonen en allochtonen de laatste halve eeuw veel belangrijker geworden, door de forse toestroom van over de grens.

Het opleidingsniveau is ook relevanter geworden. Vroeger hadden velen niet meer dan lagere school, maar tegenwoordig zijn steeds meer mensen hoger opgeleid. Die hebben hun eigen leefwereld en bezetten zo ongeveer alle belangrijke posities in de samenleving.

Vrijheid

Als het gaat om mens- en maatschappijbeschouwingen is er in ons land onmiskenbaar sprake van een grote verscheidenheid. Maar bij het overgrote deel van de bevolking staat de menselijke vrijheid hoog bovenaan. Ten aanzien van huwelijk en echtscheiding, seksualiteit, lhbti, de man-vrouwverhouding, abortus en euthanasie heeft men de traditionele christelijke opvattingen achter zich gelaten. Geseculariseerde mensen en moderne christenen denken daar grotendeels hetzelfde over. Er zijn nog een paar minderheden met afwijkende opvattingen, zoals moslims en orthodoxe christenen. Refo’s onderscheiden zich ook doordat zij hechten aan de zondagsrust.

De houding die men inneemt ten opzichte van allochtonen is de laatste decennia een belangrijke scheidslijn geworden. Ziet men de nieuwkomers als een verrijking of als een bedreiging van de Nederlandse samenleving? Kosmopolieten staan hier tegenover nationalisten. De laatsten voelen zich steeds minder thuis in ons land en vrezen een verdere verkleuring.

Samenhang

In hoeverre hangen de scheidslijnen op de drie onderscheiden niveaus (politiek, sociaal, levensbeschouwelijk) nu met elkaar samen? Dat verschilt nogal per partij. De SGP is duidelijk een partij waar scheidslijnen samenvallen. Als gereformeerde partij staat zij afwijzend ten opzichte van veel van de huidige ethische opvattingen, die tegenwoordig door 80 zo niet 90 procent van de bevolking onderschreven worden. Haar kritische opstelling ten opzichte van (islamitische) allochtonen wordt door meer mensen gedeeld.

Qua opleidingsniveau en sociaaleconomische samenstelling wijkt de SGP-achterban niet veel af van de hele Nederlandse bevolking. Het was altijd kenmerkend voor confessionele partijen dat ze verschillende maatschappelijke lagen achter hun vaandel wisten te verenigen.

De ChristenUnie lijkt wel op de SGP, maar heeft een minder scherp profiel. Het CDA is sociologisch een heel andere partij. De sterk fluctuerende verkiezingsresultaten wijzen daar ook op.

De socialisten konden vroeger rekenen op de onkerkelijke arbeiders: lageropgeleid en slecht betaald. Zeker bij de vooroorlogse SDAP kon je spreken van de rode zuil. Dat is nu heel anders. Veel arbeiders stemmen nu op Wilders.

Extreemrechts

De extreemrechtse partijen trekken vooral nationalistische en anti-islamkiezers aan. Waar de Republikeinen in de VS zich, als het gaat om abortus en transgenders, opstellen tegenover de moderne moraal, is dat in Nederland bij uiterst rechts niet het geval. De recente afwijzing van abortus door een aantal FVD’ers vormt hier een uitzondering. Wilders’ afkeer van moslims wordt juist ingegeven door het feit dat zij de moderne waarden en normen niet onderschrijven.

De politieke standpunten van hoger en lager geschoolden verschillen op allerlei punten van elkaar. Lageropgeleiden, tegenwoordig heten dat praktisch opgeleiden, komen vaker bij extreemrechtse partijen uit. Die hanteren ook het populistische model waarin de elite tegenover het volk wordt geplaatst.

D66, VVD en GroenLinks-PvdA zijn duidelijk de partijen van de hogeropgeleiden, een in omvang groeiende groepering. Daarnaast is de VVD vanouds ook de partij van de hoge inkomens en de bezittende klasse.

Nieuwsuuruitzending

Als je probeert het geheel te overzien, welk beeld dringt zich dan op? Dat met name de politieke scheidslijn tussen extreemrechts en de andere partijen samenhangt met sociale en culturele scheidslijnen en daardoor versterkt wordt. De tegenstelling tussen allochtonen en autochtonen, tussen kosmopolieten en nationalisten werkt hier door. En daarmee samenhangend die tussen hoger- en lageropgeleiden, volk en elite. Daardoor is die scheidslijn niet gemakkelijk te overbruggen.

Maar er is ook een brede eensgezindheid over grote delen van de publieke moraal (homoseksualiteit enzovoorts). Wie daar niet in meegaat, heeft het niet gemakkelijk en dat zal nog sterker worden. Denk aan de Nieuwsuuruitzending over reformatorische scholen.

Als het gaat over maatschappelijke scheidslijnen is er dan ook reden om ons zorgen te maken over deze eensgezindheid, die andere scheidslijnen doorbreekt. Links en rechts vinden elkaar hier. Herodes en Pilatus worden vrienden!

De auteur is oud-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.