Jannie Kranendonk-Gijssen gaat haar werk als voorlichter van hulporganisatie Bijzondere Noden missen
In 2007 maakte Jannie Kranendonk-Gijssen haar eerste reis op uitnodiging van Bijzondere Noden. Thuisgekomen uit Malawi gaf ze een presentatie voor haar vrouwenvereniging. Het was het begin van achttien jaar waarin ze de nood van verre naasten bij het hart van mensen hier bracht.

De organisatie waarvoor ze werkte, Bijzondere Noden, gaat uit van de Gereformeerde Gemeenten. Wereldwijd biedt Bijzondere Noden noodhulp en structurele hulp, vaak via lokale kerken en in samenwerking met andere organisaties.
Kranendonk-Gijssen legt na achttien jaar en honderden presentaties haar vrijwilligerswerk neer. Ze deed het met toewijding en vreugde. „Het was voor mij een Bijbelse opdracht om op deze manier dienstbaar te zijn. Ik denk daarbij aan de tekst uit Mattheüs 25:40: „Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.””
De voorlichtster woont met haar man, oud-RD-hoofdredacteur Wim Kranendonk, in een ruim appartement aan de rand van Amersfoort. In hun woonkamer staan geen djembés of andere exotische voorwerpen die herinneren aan haar reizen. Wel staat er een digitaal fotolijstje met foto’s van de kleinkinderen. Een aantal van hen woont in Amerika, waar Kranendonks zoon en schoondochter pas naartoe emigreerden. „We willen hen een paar keer per jaar gaan bezoeken. Dat zijn lange reizen. Ik vond het een heel moeilijke beslissing om afscheid te nemen van Bijzondere Noden. Maar het zou lastig worden om afspraken voor presentaties te maken.”

Wat hield uw functie in?
„Op vrouwenverenigingen, scholen en gemeenteavonden vertelde ik over de nood van mensen ver weg. Om die verhalen te kunnen vertellen, ging ik regelmatig op reis om met eigen ogen projecten te zien in Afrikaanse landen, Papoea, Peru en Oekraïne.
Toen ik mijn eerste reis naar Malawi maakte, ontmoette ik vrouwen met aids. Ik ging mee met een Malawische verpleegkundige, Stella, een sterke en verstandige vrouw. Zij bezocht aidspatiënten drie keer per week om hun medicijnen te geven. Ieder bezoek sloot ze af met het lezen van de Bijbel en een gebed. Toen ik dat zag, dacht ik: durf ik dat nu ook, als ik bij iemand op bezoek ga, zo over de Heere te spreken? Wij hebben hier zo veel, maar wie is er rijker?”
Vond u het moeilijk dat hulp geven eigenlijk nooit toereikend is?
„Ja, vaak kwam ik na een reis met pijn en verdriet thuis. Er is zo ontzaglijk veel nood. Maar ik zag ook wat de geboden hulp veranderde in het leven van net die ene mens.
Bijzondere Noden heeft als slogan ”Handen van de kerk”. Dat was wat ik kon geven. Ik ben een mensenmens en ik heb geprobeerd met dat talent te woekeren. Vaak bad ik voor ik op reis ging: „Mag ik door mijn houding en uitstraling liefde doorgeven?” Soms sprak ik de taal van de mensen die ik ontmoette niet. Maar een arm om iemand heen, gevouwen handen – dat verstaat iedereen. Ik heb zo veel kinderen en ouderen geknuffeld. Dat mensen zich gezien en gehoord voelen, is ook belangrijk.”

Hoe bracht u al die verhalen weer over tijdens presentaties?
„Aan de hand van dia’s vertelde ik persoonlijke verhalen van mensen die ik heb ontmoet. Ik vond de interactie met zo’n zaal vol mensen boeiend. De contacten met kinderen op school waren ook heerlijk. Ik deed net of ik tegen m’n kleinkinderen praatte.
In sommige kerken ben ik wel vijf of zes keer geweest. Er is echt een band gegroeid. En dat betaalde zich letterlijk terug in giften die mensen gaven voor de projecten van Bijzondere Noden.”
Een keer vertelde ik op een school over sloppenwijken in Peru. Ik zag aan een jongetje dat hij nog met vragen zat. Wil jij me helpen om mijn tassen naar de auto te dragen, vroeg ik hem. Op het schoolplein vertelde hij dat hij op school geplaagd werd omdat hij met zijn familie in een klein, oud huisje woont. „Maar nu vind ik ons huisje nog mooi”, zei hij. We kregen spontaan een gesprekje over wanneer je nu echt een rijk mens bent. Ik reed met een brok in m’n keel en een gebed in mijn hart naar huis.”
Was er een reis die er voor u uit sprong?
„Ja. Ik ben in het najaar van 2023 in Oekraïne geweest toen de oorlog daar net begonnen was. Dat maakte diepe indruk op me. We waren in Zaporizja en hoorden in de verte de kanonnen bulderen. Mijn collega en ik sliepen later in een kerk in Zjitomir. Als het luchtalarm ging, moesten we schuilen in de badkamer, zodat we veilig waren voor rondvliegende scherven.
Bij een maaltijdproject ontmoette ik een vrouw van 84. Ze kon bijna niet meer praten doordat ze vijf tia’s had gehad. Haar zoon was verhuisd naar Israël, haar dochter vocht aan het front. Ik vroeg haar: Weet u dat er Iemand voor u zorgt in deze situatie? Toen wees ze met haar bevende vinger omhoog.”
U schreef verschillende kinderboeken. Deed u dat als voorlichter?
„Nee, dat stond er los van. Ik ben jaren werkzaam geweest voor uitgeverij Den Hertog en werk nu nog voor De Banier. Dat ik dit schrijf- en voorlichtingswerk kon doen, was een vervulling van het verlangen dat ik als kind al had. Ik wilde graag zendingszuster worden. De weg van de Heere was anders. Door mijn werk in de boeken heb ik door genade toch het Woord van de Heere kunnen verspreiden. Dat ik met mijn vroege belangstelling voor zending de achterliggende jaren heb gewerkt voor Bijzondere Noden, daarvan zeg ik: „Heere, U hebt mijn leven zo wonderlijk geleid.” Alle puzzelstukjes passen in elkaar.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Bijzondere Noden







