Straatevangelisatie: een driestappenplan kan je helpen
Het aantal evangelisatieposten neemt toe en dat vraagt om meer vrijwilligers. Op de post mensen ontvangen en een gesprekje aanknopen lukt nog wel. Maar straatevangelisatie: hoe doe je dat eigenlijk?

Er zijn verschillende manieren om mensen op straat aan te spreken. Het is goed om je eigen manier, vanuit bewogenheid met de ander, te ontdekken. Dus een voor jou natuurlijke manier, waarop je bij mensen mild en echt overkomt.
Ga voor aanvang van het evangeliseren op straat als vrijwilligers altijd met elkaar in gebed
Belangrijk is dat je je voortdurend afstemt op de ander. Houd wat je zegt toegankelijk voor de ander en voorkom dat je je gesprekspartner ‘kwijtraakt’. Vertoon geen haast, maar vertraag je optreden. Kijk de ander rustig en kalm in de ogen en vraag je af: wat lees ik bij hem of haar? Hoe komt hij of zij op me over?
Bedenk dat, als je iemand aanspreekt, die persoon jou razendsnel scant op ”veilig of onveilig”. Hierbij speelt jouw uitstraling (je houding en je gezichtsuitdrukking) een belangrijke rol. Stel daarom jezelf voortdurend de vraag: hoe zou ik mezelf ervaren als ik in de schoenen van mijn gesprekspartner zou staan? Check daarom voortdurend of je vriendelijk, rustig en kalmerend bent. Hiermee vergroot je de ontvankelijkheid van je medemens en voel je jezelf ook prettiger.
Besef dat je niet hoeft te óvertuigen, maar alleen met jouw vermogens hoeft te gétuigen. Het overtuigen mogen wij aan God overlaten. Je hoeft niet te prestéren. Dit zorgt voor ontspanning in het evangelisatiewerk. Blijf daarom altijd vriendelijk en blijf mensen ruimte geven om te kunnen doorlopen.
Alleen maar een loopjongen
Ga voor aanvang van het evangeliseren op straat als vrijwilligers altijd met elkaar in gebed. Daarin vragen jullie de Heere om Zijn zegen en of Hij jullie „opzien naar Hem” en „afzien van jezelf” wil geven. En ook of God jullie Zijn Geest wil geven in het spreken en zwijgen, al naargelang dit op een bepaald moment nodig is.
God gebruikt in zichzelf onbekwame mensen om door Zijn Geest Zijn kerkvergaderend werk voort te zetten
Aan het eind sluiten jullie weer af met gebed. Draag dan jullie ervaringen aan God over met de vraag of Hij het gezaaide door de werking van Zijn Geest wil zegenen, bedauwen en vruchtbaar maken. Je kunt hierbij ook de namen van de mensen noemen die je gesproken hebt.
Zo gebruikt God in zichzelf onbekwame mensen om door Zijn Geest Zijn kerkvergaderend werk voort te zetten. Daarin hoef je alleen maar een loopjongen te zijn. Vertel in de gesprekken steeds over de Heere Jezus. Dat straalt eerbied en ontzag uit voor die ene Naam die onder de hemel gegeven is tot onze zaligheid.
”Aanbellen”
Wie evangeliseert, kan gebruik maken van een driestappenmethode voor het zogenoemde ”aanbellen”.
Wat de inhoud van het gesprek positief beïnvloedt, is dat je je (voor)naam noemt en vraagt hoe de ander heet
Deze beeldspraak is ontleend aan het van deur tot deur gaan in een wijk, maar is ook toepasbaar voor straatevangelisten. Richt je op de mensen die jou van de tegengestelde richting tegemoetlopen. Ongeveer vier passen voordat je iemand ontmoet, richt je je aandacht bewust op die persoon. De desbetreffende voetganger merkt dit op zeker moment op. (Dus symbolisch loop je naar de voordeur.)
Dan volgt het zogenoemde aanbellen: „Dag, mevrouw/meneer.” Op dat moment merk je, binnen 1 tot 2 seconden, aan de manier waarop iemand je aankijkt of deze ’opendoet’. Het kan gebeuren dat men afwijzend doorloopt (de deur gesloten houdt) of dat je vragend wordt aangekeken (de deur gaat op een kier of wordt helemaal opengedaan). In dat laatste geval vraag je: „Mag ik u een Bijbel aanbieden?” Veel mensen doen dan alsnog de deur dicht en lopen door. In andere gevallen hoor je zeggen: „Ja, dankjewel.”
Nadat iemand een Bijbel van je heeft aangenomen, vraag je: „Bent u bekend met het Woord van God?” Deze zin is even nodig om de ander te laten landen en kan meewerken richting een gesprek. Dan kan het gebeuren dat je gesprekspartner zegt verder geen tijd te hebben, maar de kans dat er een gesprek(je) volgt, is wel groter. Wat de inhoud van het gesprek positief beïnvloedt, is dat je je (voor)naam noemt en vraagt hoe de ander heet.
Afscheidszinnen
Hoe je een gesprek beëindigt, is geheel afhankelijk van hoe het verliep. Een algemene zin kan zijn: „Nou, dan wens ik u Gods zegen in het lezen van Zijn Woord.” Of: „Als ik nog iets extra mag benoemen: vraag steeds als u gaat lezen om het licht van de Heilige Geest.” Of ook: „Verder wens ik u van harte toe dat u de Bijbel leest en dat de Bijbel ú gaat lezen.” Maar het kan ook zo: „Nou, dan adviseer ik u gewoon elke dag een stukje te lezen. En als u iets moeilijk vindt gewoon door te lezen, zodat u vertrouwd raakt met de taal van de Bijbel.”
De auteur is psychosociaal hulpverlener bij Praktijk Sorghvliet te Maarsbergen. Hij is toeruster en (in Utrecht en Gent) vrijwilliger in het evangelisatiewerk.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Evangelisatie






