OpinieSamenleving en politiek

Dertig jaar Verdrag van Dayton verdient aandacht in Nederlandse media

Het is deze maand dertig jaar geleden dat het Verdrag van Dayton werd gesloten. Daarmee kwam er een einde aan de Bosnische Burgeroorlog (1992-1995) en werden etnische en religieuze scheidslijnen bevroren.

Het vredesverdrag bepaalde dat Bosnië en Herzegovina één soevereine staat bleef, maar opgedeeld werd in twee delen: de Republika Srpska en de Federatie van Bosnië en Herzegovina. Deze decentralisatie moest Bosniakken, Serven en Kroaten beschermen tegen dominantie door een van de andere bevolkingsgroepen.

Veel Nederlanders zagen Dutchbatters primair als falende soldaten in plaats van als slachtoffers van een onmogelijk mandaat

Er zijn verschillende redenen waarom de voorgeschiedenis en totstandkoming van dit vredesverdrag de komende weken in de Nederlandse media besproken zouden moeten worden: door nieuw licht te werpen op de zaak in het licht van actuele ontwikkelingen in de wereld en daarnaast door herhaling van uitstekende oudere documentaires, zoals ”The Death of Yugoslavia” (BBC) en ”Srebrenica - de machteloze missie van Dutchbat” (NPO).

Allereerst is Nederland vanwege de tragische Val van Srebrenica onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis en identiteit van de Bosniakken. Dutchbat, het Nederlandse infanteriebataljon dat onderdeel was van de VN-vredesmacht, kon in juli 1995 niet voorkomen dat de Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Ratko Mladić tot genocide kwamen. Uiteindelijk werden meer dan achtduizend Bosnische mannen en jongens vermoord in Srebrenica, een van de zes plekken die door de Verenigde Naties waren aangewezen als veilige zone. Dutchbat beschikte niet over de juiste informatie, bewapening en ondersteuning. Daarnaast ontbrak adequate afstemming met New York en Den Haag, waardoor de Nederlanders hun mandaat niet goed konden uitvoeren.

Als het Daytonverdrag verder onder druk komt te staan, is dat ook slecht nieuws voor Nederland en Europa

Naast de diepe sporen die de genocide heeft achtergelaten bij Bosnische Nederlanders die een vader, zoon, echtgenoot of broer verloren, zijn er dertig jaar later nog altijd Dutchbatveteranen die getraumatiseerd zijn. Niet alleen door de gebeurtenissen daar, maar ook door de manier waarop ze bij thuiskomst werden ontvangen. In grote delen van de Nederlandse samenleving kregen ze hoon en verwijt in plaats van begrip en medeleven.

Dit paste in de tijdgeest van toen, waarin conflict steeds meer als uitzondering werd gezien, zeker op ons continent. De wereld leek onderweg om de liberale democratie te omarmen. En waar spanningen ontstonden, zou de internationale gemeenschap ze desnoods humanitair gladstrijken. Veel Nederlanders zagen Dutchbatters primair als falende soldaten in plaats van als slachtoffers van een onmogelijk mandaat en een falend internationaal systeem.

Het Daytonverdrag verbindt Nederland nog altijd aan Bosnië en Herzegovina en de toekomst van de verschillende etnische en religieuze groeperingen. Onze militairen maken momenteel samen met Hongaren, Italianen, Roemenen en Turken deel uit van de Europese troepenmacht Eufor Althea, een bataljon van ongeveer duizend militairen. Nederland levert maximaal 175 militairen voor een jaar (luchtmobiele infanteristen en ondersteunend personeel). Eerder leverde ons land een inlichtingeneenheid om de veiligheid te monitoren.

Doel van de missie is stabiliteit in de Westelijke Balkan te waarborgen. Dat is hard nodig omdat nationalistische sentimenten en wraakgevoelens opnieuw opleven, vooral in de Servische deelrepubliek. De laatste jaren worden oorlogsmisdaden weer verheerlijkt. Door Servisch nationalisme dat uit is op een harde splitsing van Bosnië, maar ook door desinformatiecampagnes uit Rusland, dat nog meer instabiliteit aan de Europese buitengrenzen zoekt.

Nederlandse militairen patrouilleren in het gebied en grijpen zo nodig in bij incidenten. Deelname aan Eufor heeft bovendien een thermometerfunctie: contact met de lokale bevolking geeft inzicht in spanningen en laat zien hoe men naar Europa en Rusland kijkt.

Op zondag 23 november zijn er presidentsverkiezingen in de Republika Srpska, nadat de veroordeelde nationalistenleider Milorad Dodik uit zijn ambt is gezet wegens schending van de Bosnische rechtsorde en het negeren van federale besluiten. Voor Bosnië als geheel is het te hopen dat de Bosnisch-Servische kiezers een relatief gematigde president kiezen. Als het Daytonverdrag verder onder druk komt te staan, is dat ook slecht nieuws voor Nederland en Europa. Meer instabiliteit aan de buitengrenzen geeft aan georganiseerde misdaad en ongecontroleerde migratie namelijk meer ruimte. En ze sterkt elders in Europa separatisten in de overtuiging dat grenzen onderhandelbaar worden zodra je maar hard genoeg duwt.

De auteur is politicoloog