Raad van State oordeelt negatief over SGP-voorstel om versterkte gebedsoproep te verbieden
De Raad van State oordeelt negatief over een wetsvoorstel van onder meer de SGP om de versterkte gebedsoproepen van moskeeën te verbieden.

Het wetsvoorstel werd in april van dit jaar ingediend door SGP-Kamerlid André Flach en Joost Eerdmans van JA21. „De meeste Nederlanders zitten er bepaald niet op de wachten dat de islam onze steden en straten steeds meer domineert. Met het ”Allahu Akbar” voel je je een vreemde in eigen land”, gaf Flach destijds als toelichting.
Volgens de indieners kunnen gebedsoproepen zorgen voor „gevoelens van onbehagen, vervreemding of onveiligheid bij buurtbewoners en voorbijgangers”. Daarom wilden zij vastleggen dat bij dergelijke oproepen geen gebruik meer gemaakt mag worden van geluidsversterking.
In het Nederlands Dagblad zei Flach destijds dat het wetsvoorstel volgens hem niet in strijd is met de vrijheid van godsdienst. „Die blijft overeind. De uitzonderingsbepaling wordt nu gebruikt door één bepaalde godsdienst. Dat is een ongewenst dominante positie van de islam, die we proberen recht te trekken. We hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de vraag of dit voorstel de vrijheid van godsdienst aantast.”
De Raad van State wijst er in haar advies op dat de godsdienstvrijheid beschermd wordt door de Grondwet. Tegelijkertijd erkent het adviesorgaan dat er wel mogelijkheden zijn „om grenzen te stellen aan de uitingen van godsdienst en levensovertuiging in de openbare ruimte”. Maar volgens de RvS hebben gemeentes al de mogelijkheid om via de Wet openbare manifestaties lokaal grenzen te stellen aan versterkte gebedsoproepen „in duur, frequentie, geluidsniveau en tijdstippen”.
Voor een algeheel verbod op de versterkte gebedsoproep voelt de raad dan ook niets. „De godsdienstvrijheid en de daarmee verbonden rechten worden hiermee te zeer beperkt. Een beperking van de godsdienstvrijheid kan wettig zijn, maar het helemaal uitsluiten van versterkte gebedsoproepen is niet proportioneel omdat zij verder gaat dan nodig is. Bovendien is het feitelijke effect ervan dat overwegend één geloofsovertuiging –namelijk de islam– wordt geraakt, zodat de maatregel discriminerend uitpakt.”
De Raad van State adviseert de Tweede Kamer dan ook het voorstel niet in behandeling te nemen. SGP-Kamerlid Flach laat aan het RD weten „met belangstelling kennisgenomen te hebben van het advies”. „De komende tijd zullen we zorgvuldig overwegen wat dit betekent voor het gezamenlijke wetsvoorstel.”




