Kerk & religieInterview

Ds. Verboom: God kan moslim in één keer verlossen van antisemitisme

Contact met een Arabische christelijke voorganger uit Nazareth leerde ds. J.W. Verboom om intenser te bidden om bekering onder moslims in Nederland. „God kan in één nacht wonderen doen.”

Mannen en jongens in zwarte jassen en met zwarte hoeden op tappen water bij een kraantje. Ook een militair doet dat. Op de achtergrond een oude, brokkelige, witte muur. 
Orthodoxe Joden en een Israëlische militair bij de Klaagmuur. beeld Sjaak Verboom

Vol van indrukken keerde ds. Verboom, als predikant verbonden aan de hervormde gemeente in Apeldoorn, recent terug van een oriëntatiereis naar Israël, waar hij op uitnodiging van de Israëlische ambassade samen met 22 andere Nederlandse voorgangers, jeugdleiders en anderen ruim een week verbleef. „Onze reis door dit land, van zuid naar noord, was zeer leerzaam. We wilden proeven en ervaren hoe Israël er twee jaar na de verschrikkelijke gebeurtenissen van 7 oktober 2023 voor staat. Dat heeft mij veel inzichten opgeleverd.”

„Op de plaats waar al die jongen mensen zijn vermoord, liepen de tranen echt wel over mijn wangen”

Ds. J.W. Verboom, predikant hervormde gemeente in Apeldoorn

Wat was uw algemene indruk?

Man, glad geschoren, haar in een kuif gekamd, in donkerblauw pak met blauwe das, tegen de achtergrond van een bakstenen muur. 
Ds. J.W. Verboom. beeld fam. Verboom

„We verbleven er op een uniek moment, namelijk direct na het sluiten van het bestand. Wat ons opviel, was de euforie die er in Israël heerste. De Gazaoorlog heeft lang geduurd en mensen zijn enorm blij dat er nu eindelijk een wapenstilstand is. Overal vlaggen, Israëlische, maar ook wel Amerikaanse. Opmerkelijk vond ik de overal aanwezige dankbare gevoelens richting Trump, omdat hij druk heeft uitgeoefend op Netanyahu en op Hamas om tot dit bestand te komen. Je las en hoorde, natuurlijk met een verwijzing naar Jesaja 45, kreten als ”Cyrus the Great is alive”. In alles merkten we een heel positieve beoordeling van het handelen van Amerika.”

Wat raakte u op deze reis het meest?

„Er waren véél dingen die mij raakten. Een ervan was ons bezoek aan het Nova-terrein, waar we de gedenktekens zagen, opgericht ter gedachtenis aan al die jonge mensen die daar bruut vermoord zijn. Daar liepen de tranen echt wel over mijn wangen. Een tekst als die uit Psalm 44: „Wij worden geacht als slachtschapen”, komt dan, ervoer ik, met extra kracht binnen.

We spraken daar ook met een jongeman, Yaïr geheten, die op 7 oktober ternauwernood het vege lijf had kunnen redden. Heel indrukwekkend om te horen hoe hij op die dag leiding van Hogerhand had ervaren.

Verder bezochten we op onze reis de kibboets Nahal Oz, die zo’n 700 meter van de Gazastrook ligt en waar op 7 oktober zestig Israëlische soldaten en vijftien burgers door Hamas werden gedood.”

Hoe vergrootte de reis uw inzicht in de maatschappelijke en politieke situatie van Israël?

„Op allerlei punten. Zo bezochten we in het noorden, op de Golanhoogte, het Druzische dorp Majdal Shams. Prachtig om van daaruit een panoramisch uitzicht te hebben, ook op de berg Hermon. Wat we daar leerden, ook uit gesprekken met Druzen, is dat er al enige tijd sprake is van een kentering in hun houding tegenover het Israëlische leger. Decennialang wilden ze niet in militaire dienst, omdat ze dan het risico liepen te moeten gaan vechten tegen hun broeders en zusters in Libanon en Zuid-Syrië.

Maar nu de nieuwe leider van Syrië, Ahmed al-Sharaa, Alevieten en Druzen vervolgt en doodt, groeit bij de Druzen in Noord-Israël de bereidheid om te gaan dienen in het Israëlische leger, omdat Israël er werk van maakt Druzen in Syrië te beschermen. We proefden bij deze mensen veel vertrouwen in de bescherming door Israël.”

Een almaar voortdurend discussiepunt is Israëls beleid inzake de Westelijke Jordaanoever.

„Ook daar was tijdens de reis aandacht voor. We zijn niet in het gebied geweest, maar hebben wel vanaf een uitzichtpunt uitgekeken over de Westoever, waar we een Israëlische nederzetting en een Palestijns dorp zagen liggen.

Het is niet aan mij hier over deze situatie een politiek oordeel te vellen. Wel begrijp ik de gids die ons zei: Als Israël zich geheel uit dit gebied terugtrekt, kan de Westoever gemakkelijk een nieuwe Gazastrook worden, vanwaaruit we straks met nog meer kracht worden bestookt.”

Sprak u tijdens uw reis ook Palestijnen?

„Nee. Wel spraken we met Saleem Shalash, een Arabische christen, predikant van Home of Jesus the King Church in Nazareth. Deze man groeide op als moslim en vertelde ons dat hij in één nacht door God is aangeraakt en toen bekeerd is van het diepe antisemitisme waarmee hij was groot geworden. Zijn haat en angst richting het Joodse volk veranderden in één keer in oog hebben voor dat volk en het juist liefhebben. Saleem en zijn gemeente proberen in Nazareth bruggen te slaan tussen Joden en Arabieren.”

Leerde u tijdens uw reis dingen waarmee u als predikant in Nederland iets kunt of wilt?

„Zeker. Deze reis stimuleerde mij om de verhouding van het Evangelie tot moslims dieper te doordenken. Na het contact met Saleem Shalash nam ik mij voor om vaker en intenser te bidden dat God harten waarin nu nog angst en haat leeft richting het Joodse volk, wil veranderen. Ook de harten van die moslims in Nederland en West-Europa. Laten we gedreven en verwachtingsvol smeken om hun bekering. God kan in één nacht wonderen doen.

„Staande bij de Klaagmuur dacht ik: wie verwekt nu eigenlijk wie tot jaloersheid?”

Ds. J.W. Verboom, predikant hervormde gemeente in Apeldoorn

Verder neem ik beslist een geestelijke les mee die ik ontving bij de Klaagmuur. Het raakte mij om daar de toewijding van Joden te zien, van tachtigplussers tot kinderen, die daar van 's morgens tot 's avonds met zo veel overgave, ernst én vreugde de Thora bestuderen en daar wijsheid in zoeken.

Paulus schrijft dat wij de Joden tot jaloersheid moeten verwekken. En dat is natuurlijk zo. Maar op dat moment, daar bij de Klaagmuur, dacht ik: wie verwekt nu eigenlijk wie tot jaloersheid? Júllie hebben toch eigenlijk ook wel iets wat óns afgunstig moet maken. Laten ook wij zó ons hele leven normeren naar Gods geopenbaarde wil?”