De overgang, een kwestie van hormonen
Vroeg of laat krijgt iedere vrouw ermee te maken: de overgang. De aandacht voor en de kennis over deze levensfase groeien. Maar erover praten blijkt nog altijd lastig.

Een artikel over de overgang: wie wil dat nu lezen? Terwijl ik bezig ben met het schrijven van dit verhaal is dat een vraag die me geregeld bekruipt. De kans lijkt me groot dat sowieso de meeste mannen na een vluchtige blik snel doorbladeren. Uiteenzettingen over slapeloosheid, stemmingswisselingen, raadselachtige gewichtstoename en een hoofd vol watten: daar kunnen ze meestal niet zo veel mee. Hetzelfde geldt wellicht voor vrouwen die nog niet in deze levensfase zitten of die de menopauze al voorbij zijn. Dan blijven dus mogelijk alleen de lezeressen over die midden in deze verwarrende periode van hormoonschommelingen en allerlei daardoor veroorzaakte verschijnselen verkeren. Maar dat zijn er –gelukkig?– heel veel.
Naar schatting tussen de 1,6 en 1,8 miljoen Nederlandse vrouwen zitten op dit moment in de overgang. Dat is dus zo’n 10 procent van de bevolking. Een indrukwekkend aantal, als je het even op je in laat werken. Stel je een gevulde kerkzaal of andere bijeenkomst met 500 aanwezigen voor. Stel dat deze groep qua leeftijd en geslacht een doorsnee is van de bevolking. Dan zitten daar dus rond de vijftig vrouwen tussen die in meerdere of mindere mate hinder ondervinden van de hormonale veranderingen die ze doormaken. Bijvoorbeeld in de vorm van opvliegers: een vervelend overgangsverschijnsel dat zich op elk willekeurig moment kan voordoen.
Wat je het liefst wilt, is laagjes kleding uittrekken en jezelf frisse lucht toewuiven
Wat je het liefst wilt als je door zo’n golf van hitte en zweet wordt bevangen, is laagjes kleding uittrekken, jezelf frisse lucht toewuiven, naar een koelere ruimte lopen of een ventilator aanzetten. Alles wat maar helpt om die warmte zo snel mogelijk weer kwijt te raken. Maar tijdens een kerkdienst, of bijvoorbeeld een vergadering, doen de meeste vrouwen niets van dat alles. Ze wapperen zichzelf hoogstens besmuikt wat koelte toe met een psalmboek of een A4’tje.
Minder productief
De realiteit lijkt te zijn dat veel vrouwen die te kampen hebben met hormonale klachten de neiging hebben daar in het maatschappelijke verkeer liefst zo weinig mogelijk van te laten merken. Ze doen hun best om bijvoorbeeld op hun werk zo min mogelijk de aandacht te vestigen op het lichamelijke en mentale ongemak dat ze ervaren. Dat geldt zowel voor klachten die aan menstruatie of zwangerschap als aan de overgang gekoppeld zijn, zo blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek van het CBS. Een op de drie vrouwen geeft aan regelmatig dergelijke klachten te ervaren. Bij een op de twee is dat soms het geval.

Bijna zeven op de tien vrouwen zeggen gewoon naar hun werk te gaan, ook al voelen ze zich ziek door hormoongerelateerde verschijnselen. De helft van hen voelt zich in het uitvoeren van het werk beperkt, bijvoorbeeld doordat ze minder productief zijn. Bij algemene gezondheidsklachten gaat minder dan de helft (46 procent) van de mannen en vrouwen toch aan het werk.
In het onderzoek werd ook gevraagd waarom vrouwen met hormoongerelateerde klachten terughoudend zijn met openheid over dit onderwerp. Drie op de vier respondenten zeggen dat dat het geen taboe is om over het fysieke en mentale ongemak rondom menstruatie, overgang en zwangerschap te praten. Maar er worden wel eens flauwe grappen over gemaakt, meldt een op de vijf personen die aan het onderzoek deelnamen.
Vrouwen praten met leidinggevenden maar zelden over klachten die gerelateerd zijn aan hormonen
Redenen om toch niet open te zijn: sommige vrouwen zijn bang dat collega’s op hen neerkijken, een deel vindt het riskant om dergelijke klachten te bespreken, anderen zijn bang dat ze een promotie mislopen als ze dit zouden doen. Als ze op het werk al over klachten die gerelateerd zijn aan hormonen praten, gebeurt dat het vaakst met directe collega’s (43 procent). Met leidinggevenden gaat het er maar zelden over (12 procent), met de bedrijfsarts nog minder (2 procent). Zeven op de tien vrouwen die geen ruchtbaarheid geven aan de klachten die ze ervaren, zeggen hier ook geen behoefte aan te hebben.
Tantes en buurvrouwen
Is de overgang een taboeonderwerp? In ieder geval niet meer zoals in eerdere generaties. Ik kan me niet herinneren dat tantes, buurvrouwen of oudere collega’s het er ooit over hadden. Mijn moeder maakte –toen ik naar haar ervaringen vroeg omdat er in de verschijnselen mogelijk een erfelijke component zit– ook weinig woorden aan het onderwerp vuil.
Taboe of niet: een populair of gemakkelijk gespreksonderwerp is de overgang niet. Niet op het werk, maar ook niet in de privésfeer. Als het woord, bijvoorbeeld in een gezelschap van vriendinnen, al eens valt, gaat het al snel weer ergens anders over. Dat komt wellicht doordat het zo’n veelomvattende parapluterm is: van slapeloosheid tot gewichtstoename en van hartkloppingen tot pijnlijke gewrichten – allemaal verschijnselen die mogelijk door hormonale veranderingen kunnen worden verklaard. Dáárover uitweiden in een kring van meelevende lotgenoten kan een feest van herkenning zijn. Maar het wordt meestal niet expliciet gekoppeld aan het thema overgang. Wie er nog middenin zit en voor wie de menopauze voorbij is: daar gaat het ook maar zelden over.
Grillig
Met de term overgang wordt verwezen naar de periode die voorafgaat aan de menopauze: het moment waarop de eierstokken stoppen met het produceren van het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen. Het is een fase die jaren kan duren en die –technisch gezien– gekenmerkt wordt door grillige schommelingen en veranderingen op hormonaal niveau. Die hebben hun weerslag op het functioneren van lichaam en geest.
Overgangsklachten kunnen tussen de vijf en tien jaar aanhouden, soms zelfs nog langer
De menopauze is officieel voorbij een jaar na de laatste menstruatie. Gemiddeld genomen zijn vrouwen op dat moment 51 jaar, maar de variatie is groot. Overgangsklachten kunnen tussen de vijf en tien jaar en soms zelfs nog langer aanhouden.

Bij de een gaat de overgang gepaard met heftige klachten, een ander ondervindt er nauwelijks hinder van. Het is een natuurlijk proces dat bij iedere vrouw weer anders verloopt. Net zoals dat geldt voor menstruatiecycli en de daarbij horende hormoonschommelingen.
De overgang begint met een tekort aan het hormoon progesteron. In de fase daarna daalt ook het oestrogeengehalte in het bloed. Opvliegers zijn het bekendste overgangssymptoom, maar in een boek over de overgang las ik er in totaal wel zeventig. Heftige menstruaties, slaapproblemen, stemmingswisselingen, hoofdpijn, gewichtstoename en neerslachtigheid of depressies: dat is nog maar het topje van de ijsberg.
Niet iedere vrouw ondervindt hiervan in dezelfde mate de gevolgen. In een patiëntenfolder van ziekenhuis Isala staat dat naar schatting een kwart van de vrouwen in deze periode klachten heeft die het leven flink kunnen verstoren.
Een zekere leeftijd
Dat vrouwen van een zekere leeftijd in de overgang belanden is iets van alle tijden. Wat er in die periode in hun lichaam gebeurt: daar was lange tijd niet veel aandacht en interesse voor.
De term menopauze bestaat trouwens nog niet zo lang. Hij werd in 1821 bedacht door de Franse arts Charles-Paul-Louis de Gardanne. Het is een samenstelling van twee Griekse woorden, ”men” betekent maand, ”pausis” betekent ophouden. Menopauze staat dus voor: het ophouden van de maandelijkse bloeding.
Na de menopauze is botontkalking een belangrijk medisch probleem voor vrouwen
Het is wellicht aardig om te bedenken dat de menopauze in het verleden in zekere zin minder effect op het leven zal hebben gehad dan nu. De levensverwachting van vrouwen die rond 1900 geboren werden, was rond de 52 jaar. Tegenwoordig is dat ruim 83 jaar. Na de menopauze is osteoporose (botontkalking) een belangrijk medisch probleem voor vrouwen. Beenderen worden hierdoor brozer, wat het risico op een breuk vergroot. Een op de drie vrouwen boven de vijftig overkomt dat ooit.
Vuurvrouw
De laatste jaren is er best veel aandacht voor de overgang, in ieder geval opvallend veel meer dan een jaar of tien geleden, toen ik zelf min of meer actief op zoek was naar informatie. En er ís ook steeds meer bekend over wat de implicaties van de overgang zijn.
Het genoemde ziekenhuis Isala heeft bijvoorbeeld een menopauzekliniek – en daarvan zijn er meer. Wie wil kan met klachten ook terecht bij een gespecialiseerde menopauzeconsulent. De Dutch Menopause Society, een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, is opgericht ten behoeve van kennis en informatie over de overgang. Er bestaat zelfs een speciale belangenvereniging voor vrouwen in de overgang: stichting Vuurvrouw. Er is een aantal podcasts waarin op allerlei ins en outs van de overgang wordt ingegaan. Er worden zelfs informatieve theatervoorstellingen aan dit onderwerp gewijd.

Dit jaar verschenen er bovendien zeker zes boeken over dit onderwerp – een indicatie dat er qua openheid over en interesse voor de overgang zeker wat aan het veranderen is. Wat opvalt aan deze uitgaven is dat de meeste auteurs (allen zijn ze vrouw) een behoorlijk medische focus hebben. Ze beschrijven gedetailleerd wat de overgang op hormoonniveau inhoudt, wat er in die periode in een vrouwenlichaam verandert en welke middelen er beschikbaar zijn om nare verschijnselen te onderdrukken of tegen te gaan.
Voor vele generaties vrouwen was de overgang een kwestie van doorbijten
Wat dat laatste betreft: voor vele generaties vrouwen was de overgang een kwestie van doorbijten. Middelen om lichamelijke en mentale klachten te onderdrukken waren er niet of nauwelijks. Ook dat is veranderd. Huisartsen schrijven steeds vaker hormoonmedicatie voor als vrouwen zich in hun praktijk melden met overgangsklachten. In 2024 gebruikten 130.000 vrouwen tussen de veertig en zestig jaar dergelijke medicatie. Dat was 40 procent meer dan een jaar eerder, toen het gebruik ook flink steeg. Deze toename heeft te maken met een aanpassing in de huisartsenrichtlijn. Eerder werd gedacht dat deze medicatie het risico op borstkanker zou vergroten, maar die vrees bleek onterecht.
Negeren
Misschien is de overgang toch nog wel een soort taboe, dacht ik, toen ik me wat nader verdiepte in het overgangsboek dat me het meest aansprak: ”De kracht van de overgang”. Dit omdat vrouwen die nog niet in die levensfase beland zijn het onderwerp zo veel mogelijk negeren, tot hun hormonen beginnen te schommelen en er geen ontkennen meer aan is. De auteur van dit boek, Suzann Kirschner-Brouns (arts en medisch journalist), omschrijft die houding kort en bondig. Ze wilde „net zo weinig van het onderwerp weten als de meeste vrouwen van halverwege de veertig”. Het wordt pas relevant als je er zelf mee te maken hebt. En dus wordt menigeen erdoor overvallen.
Kirschner meende bijvoorbeeld, toen de eerste overgangsverschijnselen de kop opstaken, dat ze daar nog te jong voor was. Zover kan het nog niet zijn, dacht ze. Ze had talloze klachten, maar het duurde vier jaar voor ze de diagnose ”overgang” kreeg. Haar ervaring was dat artsen, zeker tien jaar geleden, geen of weinig oog hebben voor de symptomen die bij deze fase horen. En dat er veel onwetendheid is over dit onderwerp, ook in de medische wereld. Haar missie is sindsdien om de kennis over de overgang te vergroten en vooroordelen te ontkrachten. Volgens Kirschner wordt bijvoorbeeld vaak gedacht dat een vrouw die nog menstrueert niet in de overgang is. Fout. De hormonen beginnen vaak al vijf tot zes jaar voor de laatste menstruatie flink te schommelen, met alle bijbehorende verschijnselen.
Vage grenzen
Ik kijk op de overgang terug als een verwarrende levensfase met vage grenzen. Pas als je er middenin zit, realiseer je je dat bepaalde verschijnselen waar je misschien helemaal niet zo’n erg in had of die je toeschreef aan andere oorzaken het begin waren van de hormonale veranderingen.
Mijn eerste opvlieger –in een tentje op de Italiaanse Povlakte– zag ik aan voor een heftige lichamelijke reactie op een drukkend hete dag. Pas toen die warmtegolven een patroon werden, realiseerde ik me dat er iets anders aan de hand was.
Misschien is het meest ingrijpend dat je lichaam verandert zonder dat je daar invloed op hebt

Schrikken was dat wel: een golf van hitte die ineens in je opkomt en over je heen spoelt, waarbij je even het gevoel hebt dat je de controle kwijt bent. Misschien is dat wel het meest ingrijpend aan de overgang: dat je lichaam verandert zonder dat je daar invloed op hebt, dat je jezelf niet meer herkent. Ook mentaal niet. ’s Nachts wakker liggen met een hoofd vol tollende gedachten, een gevoel van onzekerheid, om niets uit het lood geslagen zijn, niet helder kunnen denken.
Ook het einde is vaag. Formeel is de overgang voorbij als een vrouw een jaar geen menstruatie meer heeft gehad. Maar ook daarna kunnen bepaalde verschijnselen aanhouden. De fase van de opvliegers heb ik volgens mij nog niet afgesloten, al komen ze minder vaak en zijn ze minder heftig. Maar de slapeloze nachten zijn verdwenen. En de wankelende emoties ook.
Dat is een algemeen kenmerk van vrouwen die de menopauze voorbij zijn, lees ik bij Kirschner. Ze staan stabieler in het leven, weten beter wat ze willen, beginnen soms aan iets heel nieuws. Ik vond het wel wat ontnuchterend dat de verklaring daarvoor ook al hormonaal is. Dat komt allemaal door het mannelijke hormoon testosteron, dat ook verantwoordelijk is voor veranderingen in beharing en een dunnere huid.
Zweetdruppels
Waar doe je goed aan als je het gezicht van een vrouw naast je, bijvoorbeeld tijdens een vergadering, rood ziet worden terwijl er zweetdruppels op haar voorhoofd verschijnen? De voorzitter voorstellen om even een pauze te nemen? Een knipoogje geven? Zelf had ik geloof ik toch het liefst dat iedereen maar net deed alsof er niets aan de hand was. Je voelt je al zo ongemakkelijk. Onder die omstandigheden ook nog in het middelpunt van de belangstelling staan: vreselijk.
In het eerdergenoemde CBS-onderzoek gaven vier op de tien vrouwen aan dat werkgevers meer aandacht zouden moeten besteden aan hormoongerelateerde gezondheidsklachten op de werkvloer. Bijvoorbeeld heel praktisch door te investeren in betere temperatuurregulatie en ventilatie op de werkplek. Een stapje verder denkend: wie weet helpt het als organisaties verplaatsbare ventilatoren aanschaffen die door vrouwen die met opvliegers te kampen hebben kunnen worden gebruikt. Ook tijdens vergaderingen.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine
- Beste van RD







