GezondheidColumn

Luister altijd naar de moeder

Tijdens een zaterdagdienst zit ik thuis te werken als een chirurg in opleiding mij belt.

Op verzoek van de kinderarts op de spoedeisende hulp ziet hij een jongen van 13 jaar met een plankharde buik. De jongen heeft acuut een operatie nodig, meent de chirurg.

Ik kom eraan.

De jongen is, als ik de operatiekamer binnenloop, net van bed op de operatietafel gemanoeuvreerd. Ik spreek de bezorgde moeder van deze andersbegaafde jongen kort.

De buik van de jongen is zeer bol en gespannen. Zijn benen zijn paars verkleurd. We openen de buik met een snede van boven naar beneden. Er ontsnapt lucht. Het is foute boel. De darmen zien er bleek uit en boven in de buik zien we een groot gat in de maag. We verwijderen de maaginhoud uit de buik en maken ons klaar om het gat in de maag te sluiten. Kort daarna zegt de anesthesioloog dat er hartritmestoornissen zijn. We gaan verder met opereren.

Opeens klinkt het: Nu reanimeren!

Subtiele lichaamstaal kan door ouders vaak gelezen worden en ons op het juiste spoor brengen

We stoppen de darmen terug in de buik en starten de reanimatie. We gaan een halfuur door zonder dat de patiënt een goed hartritme krijgt. De anesthesioloog ziet het somber in. We besluiten dat moeder en vader gebeld moeten worden om naar de operatiekamer te komen. Dat is het beleid bij reanimatie bij kinderen. Ondertussen gaat de reanimatie door. Even later arriveren vader en moeder. We lichten de ouders in en besluiten na nog een kwartier te stoppen met reanimeren. Wat verschrikkelijk!

Afbraakstoffen

Er was bij deze jongen sprake van een zogenaamd abdominaal compartimentssyndroom. In de buik was een hoge druk ontstaan doordat er lucht vanuit de maag de buik inliep. Door de hoge druk kregen de darmen onvoldoende bloed. Bij het openen van de buik nam de druk af en ging er weer bloed stromen door de darmen. Het bloed nam afbraakstoffen uit de darmen mee, zoals kalium, wat de hartritmestoornis veroorzaakte.

Als we een uur later alles doornemen, blijkt dat moeder eerder die dag al een paar maal op de spoedeisende hulp was geweest. Ze had het gevoel dat er iets niet klopte. Zelf kon de jongen het niet goed aangeven vanwege zijn geestelijke toestand. De jongen was nagekeken en weer naar huis gestuurd. Omdat de klachten toenamen, was moeder weer teruggegaan naar de eerste hulp. Daar werd de chirurg in opleiding gevraagd de jongen te bekijken.

De juiste diagnose stellen is niet altijd eenvoudig als het gaat om jonge kinderen of kinderen met een verstandelijke beperking. Zij kunnen meestal niet onder woorden brengen wat ze voelen. Subtiele lichaamstaal kan door ouders vaak gelezen worden en ons op het juiste spoor brengen.

Wat zou er gebeurd zijn als de jongen wel was opgenomen en geobserveerd in het ziekenhuis na het eerste bezoek? We zullen het niet weten.

Een van de lessen die ik in mijn chirurgenbestaan heb geleerd: luister altijd naar de moeder …

De auteur is kinderchirurg bij Amsterdam UMC.