Rik Zwalua: Jongere is op zoek naar houvast en richting
„Bekeringen buiten de kerk zijn inmiddels geen uitzonderingen meer. De belangrijkste vraag die het bij mij oproept is: welke bekering hebben wij, kerken en voorgangers, nodig? Verandert dit ook onszelf?”

Dat zei ds. B.J. (Bas) van der Graaf, hoofd IZB-Toerusting, dinsdagmorgen tijdens een netwerkbijeenkomst in Amersfoort, georganiseerd door de IZB (vereniging voor zending in Nederland).
De bijeenkomst heeft als thema ”Bekeringen”. Wat valt op aan recente berichten over „bekeringen” in de media? Is er een patroon te ontdekken?
Ds. T. (Teun) de Ridder, theoloog-trainer bij Areopagus (een centrum voor contextuele en missionaire prediking, onderdeel van de IZB) geeft aan dat er een nauwe relatie is tussen bekeringen en gebed. „De schrijver Willem Jan Otten sprak onlangs op Radio 1 over zijn bekering. Hij zei dat het een bekering was tot het gebed. Hij bevond zich als een biddend mens. Een theoloog schreef onlangs dat dit de kern is van ons vak als voorgangers in een seculiere maatschappij: mensen leren bidden en zelf een biddend leven leiden. Het is ook de vraag van de discipelen aan Jezus: „Leer ons bidden.” Ze hunkeren naar contact met God.”

Drie elementen
Ds. Van der Graaf vraagt zich af of we te midden van alle verhalen over hernieuwde interesse in religie en geloof iets kunnen zeggen over de manier waarop de Heilige Geest werkt en wat voor bekering dat vraagt van ons. „Ik heb me hier wat in verdiept en volgens mij zijn er altijd drie elementen aanwezig. In de eerste plaats gebeurt er iets in de omstandigheden van een mensenleven , een ontmoeting of een ziekte, dat een appel doet om je leven te veranderen. In de tweede plaats is er sprake van een innerlijke stem die klinkt, een existentiële ervaring, of misschien zelfs een Godsontmoeting. In de derde plaats gaat er altijd iets open in de Bijbel. Niet zomaar een losse tekst, maar een lange Bijbelse lijn die gaat spreken. Als dit allemaal bij elkaar komt, komen we iets op het spoor van de Geest van Christus.”
Geloven gaat volgens het hoofd Toerusting altijd over geloven, gedrag en behoren tot een gemeenschap (believing, behaving, belonging). Op het punt van ”belonging” (erbij horen) liggen voor ds. Van der Graaf de meeste vragen. „Zijn wij als kerken echt een plek van geestelijke vorming?”
Zelf maakt hij ook een bekeringsproces door rond de vraag wat het betekent om dienaar van het Woord te zijn, zegt ds. Van der Graaf. „Ik ben gewend om het Woord uit te leggen en de Geest past dat dan verder toe. Wat ik nu zie, is het omgekeerde: de Geest is al aan het werk en de vraag is om uit te leggen wat daar gebeurt. Mensen komen met geestelijke ervaringen en vragen aan mij: „Wat betekent dit?” Ik had iemand in een Bijbelstudiegroep die zei: „Wat bijzonder, ik lees hier mijn eigen ervaringen terug in de Bijbel.” Ik vond dit eerst een beetje vreemd, maar toen ik weer in Handelingen ging lezen, zag ik dat patroon ook terug. De apostelen zien de Geest aan het werk, en het is hun taak om dat uit te leggen. Ik zie tekenen dat wij weer in deze situatie zijn beland.”
Uitdaging
Rik Zwalua, missionair werker in LUX in Den Haag, voorheen een pioniersplek en inmiddels een missionaire wijkgemeente binnen de Protestantse Kerk in Nederland, herkent dat er een uitdaging ligt om zoekers een plek te bieden in een al bestaande gemeenschap. „Iedere zondag komen er nieuwe mensen binnen, maar het eerlijke verhaal is dat ze vaak ook weer snel verdwijnen.”

Ondertussen ziet hij wel een aantal patronen in de verhalen van zoekers die zijn kerk bezoeken. „Wat opvalt, is het belang van christenen die anderen persoonlijk uitnodigen om eens mee te gaan naar de kerk. Ten tweede zijn jongeren op zoek naar houvast en richting. Ze zijn moe om architect te moeten zijn van hun eigen leven en levensgeluk. In de derde plaats hebben zoekers ruimte en tijd nodig om te wennen aan het feit dat ze op zoek zijn naar God en misschien wel gelovig zijn geworden. Tot slot geven nieuwe jonge gelovigen op een vrijmoedige manier getuigenis van het geloof; ze vertellen over de kracht van een gemeenschap en de sterke realiteit dat ze niet meer om God heen willen.”











