Kerk & religieInterview

Dick Schinkelshoek leerde van Duitse theoloog Müller: Bedenk met wie je samen in de loopgraaf zit

Omdat hij het diepe kwaad van het nazisme niet peilde, is Alfred Dedo Müller „een tragisch figuur”, vindt promovendus Dick Schinkelshoek. „Maar had ik het in zijn plaats beter gedaan? Vast niet.”

Dick Schinkelshoek, promovendus en journalist bij het Nederlands Dagblad. beeld Ruben Schipper Fotografie

Het klinkt uit zijn mond misschien gek. Aan zijn proefschrift ”Meebuigen of ombuigen? De theologische ethiek van Alfred Dedo Müller (1890-1972) in dialoog met het (nationaal)socialisme” werkte hij immers een jaar of tien, zij het met lange tussenpozen. Toch hoeft van Dick Schinkelshoek (44), die maandag aan de Protestantse Theologische Universiteit promoveert, de Duitse theoloog Müller in Nederland niet per se bekender te worden. „Müller is vooral interessant als exponent van een groep theologen die in nazi-Duitsland niet fanatiek achter Hitler aan liepen, maar hem ook niet radicaal afwezen. Hij behoorde tot het grote grijze midden. Als zodanig is het leerzaam zijn opvattingen en gedrag te bestuderen.”

Afred Dedo Müller (1890-1972). beeld Universitätsarchiv Leipzig

Dat heel wat Duitse theologen, verenigd in de zogeheten Deutsche Christen, Hitler onvoorwaardelijk volgden, is bekend. Dat een klein deel van de predikanten, zoals Bonhoeffer en Barth, hem radicaal afwees ook. „Maar de grootste groep theologen en voorgangers liet in maatschappelijk opzicht weinig van zich horen, hield zich gedeisd. Vaak heeft zo’n grote middengroep meer invloed op het verloop van gebeurtenissen dan de radicale flanken.”

Wat voor soort christen was Alfred Dedo Müller?

„Hij was een orthodoxe lutheraan. De leer van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in het verzoenende werk van Jezus Christus komt bij wijze van spreken op elke bladzijde van zijn werken terug. Daarnaast boeide hem de vraag: maar wat betekent dat nu voor het leven van alledag? En dan zie je hem keuzes maken, waarvan wij nu zeggen: Hoe kon je dat doen?

Hij is natuurlijk niet zo bekend als Dietrich Bonhoeffer, Karl Barth of Paul Tillich. Maar Müller was in zijn tijd wel degelijk invloedrijk. Met name omdat hij van de praktische theologie een zelfstandige academische discipline maakte. Als hoogleraar in Leipzig nam hij volop wetenschappelijke inzichten uit andere vakgebieden mee. Zo verwerkte hij in zijn denken over het pastoraat ideeën uit de psychologie. In zijn tijd liep hij daarin voorop.”

Wat hield nu eigenlijk die middenpositie van hem in?

„Aan de ene kant van het spectrum had je de Bekennende Kirche. Die zei: Hitler moet met zijn tengels afblijven van alles wat er in de kerk gebeurt. En ook: Als we God willen kennen, moeten we niet naar Hitler kijken en ook niet naar de gang van de geschiedenis, maar naar Zijn openbaring in Jezus Christus. Aan de andere kant had je de beweging van de Deutsche Christen. Die zei: Wat we nu in Duitsland zien gebeuren, die verbazingwekkende opkomst van Hitler, dat is een nieuwe Godsopenbaring. Daar kun je bij wijze van spreken de Bijbel voor openbreken.

„Müller zag de opkomst van Hitler als een bijzonder ingrijpen van God in de geschiedenis”

Dick Schinkelshoek, promovendus

Müller stond daar ergens tussenin. Ook voor hem openbaart God zich primair in Jezus Christus. Maar daarnaast wil God ons, zei hij, beslist wel iets zeggen door de opkomst van Hitler. Hij zag dit als een opmerkelijk ingrijpen van God in de geschiedenis.

Vergeet bij dit alles niet wat Hitler in 1928 al beloofde. Hij zei dat hij Duitsland wilde herkerstenen. Hij wilde de bedorven seksuele moraal, het uitgaansleven in Berlijn en zedeloze films aanpakken. Hij wilde de kerken weer in het midden van de samenleving zetten. Als je je dit alles realiseert, begrijp je best dat Müller en anderen dachten: wacht eens even, is dit niet waar we altijd om gebeden hebben? We zagen overal individualisme, ontkerkelijking en demoralisering. En nu deze omgekeerde beweging. Prijs God! Laten we het goede in het nazisme royaal waarderen en pogen Hitler aan zijn woord te houden.”

Waar ging het in uw ogen mis met Müller?

„In zijn drang om met de nazi’s in gesprek te blijven liep hij veel te ver met hen op. Hij wilde waarheidselementen in de nazi-ideologie een plek geven en sprak dan bijvoorbeeld over „de herontdekking van het volk” als een belangwekkend theologisch begrip. Met de Neurenberger rassenwetten van 1935 had hij daarom geen moeite. Joden waren in zijn optiek dan weliswaar geen inherent inferieur volk, maar door hun historie en religieuze keuzes bezorgden ze de volksgemeenschappen waartussen ze leefden wel grote problemen. Als niet aan „Boden” gebonden „Nomaden” wisten zij niet werkelijk wat naastenliefde is, schreef hij. Zowel zijzelf als de Duitsers moesten tegen hun verwoestende neigingen worden beschermd.

„Door deels met de nazi’s mee te buigen, hoopte Müller hun ideologie te kunnen ombuigen”

Dick Schinkelshoek, promovendus

Ook met het eugenetisch ingrijpen door de nazi’s ging hij ver mee. Verstandelijk gehandicapten en mensen met een erfelijke aandoening mocht de overheid gedwongen steriliseren, vond hij. Hij noemde dat „het uitbreiden van het gebod van de naastenliefde naar toekomstige geslachten”.

Wel was hij sterk gekant tegen het doden van gehandicapt leven. „Maar”, voegde hij daaraan toe, „gelukkig is daar niemand serieus mee bezig”. Terwijl wij achteraf weten dat dit vanaf 1939 al wél gebeurde.”

Wat is uw verklaring voor het feit dat hij zo ver met de nazi’s opliep?

„Dat is om te beginnen zijn missionaire drang. Christus is ook voor nazi’s gestorven, redeneerde hij. Ook hun moet het Evangelie verkondigd worden. En dat moet gebeuren in hun taal en belevingswereld. Hij geloofde echt in de transformerende kracht van het Evangelie. Door voor een deel met de nazi’s mee te buigen, verwachtte hij hun fouten en tekorten te kunnen ombuigen. Waar uiteindelijk dus niets, maar dan ook niets van terecht is gekomen.

Een deel van de verklaring zoek ik in zijn biografie. Müller was van eenvoudige komaf en had zich opgewerkt tot hoogleraar. Hij geloofde in bildung, in de kracht van de rede en van argumenten. Maar hij heeft zich niet gerealiseerd dat, zoals Paul Tillich het ooit zei, de nazi’s zich geen spiegel voor lieten houden. Elke spiegel braken ze kapot.

Opvallend vind ik ook dat Müller in zijn benadering van de nationaalsocialistische ideologie voortdurend selectief winkelt en hoofd- en bijzaken door elkaar haalt. Hij las ”Mein Kampf”, citeert daar soms uit, maar altijd alleen die zaken die voor de kerk positief zijn. Wat hem niet paste, zoals de verheerlijking van het eigen volk en van geweld, beschouwde hij als bijkomende en corrigeerbare elementen. Wat natuurlijk aantoonbaar onjuist is.”

Toch wilt u hem geen nazi of halve nazi noemen.

„Nee, omdat hij op het nazisme óók kritiek oefende, althans tot het jaar 1938. Juist toen de nazi’s op het toppunt van hun macht waren, in 1936, schreef Müller zijn boek over ethiek, dat wonderbaarlijk genoeg door de censuur kwam. Want Müller, die pacifist was, keerde zich daarin toch behoorlijk duidelijk tegen het verheerlijken van geweld. Bloedvergieten mag niet, stelde hij: het Evangelie leert ons dat we onze naaste moeten liefhebben. Je kunt dus niet zeggen dat Müller een bangerd was.”

Alfred Dedo Müller. beeld Universitätsarchiv Leipzig

Je zou verwachten dat naarmate de nazi’s zich steeds meer ontpoppen als bruut en moorddadig, Müller alsnog tot een ander oordeel over de nazi-ideologie komt.

„Dat heeft hij dan niet laten blijken. Na 1938 liet hij zich nauwelijks nog uit over maatschappelijke of politieke zaken. De lezingen die hij daarna hield, gingen over ongevaarlijke thema’s zoals kerkmuziek of Luthers grote en kleine catechismus. En zo rommelde hij zich door de oorlog heen.

„Het punt is dat ik die man zo goed begrijp; ook ik had een Müller kunnen zijn”

Dick Schinkelshoek, promovendus

Hoe je die omslag moet verklaren? Ik weet het niet. In zijn algemeenheid zie je wel dat bij een aantal theologen de Kristallnacht impact heeft gehad. En dat mensen na die gebeurtenis een stuk voorzichtiger werden in hun publieke uitingen.”

Kwam Müller na afloop van de oorlog nog tot enige kritische zelfreflectie?

„Nee. Zijn reactie was slechts: zie je wel, ik heb het allemaal wel goed gezien met dat nazisme. Er is geen openlijke zelfkritiek op het feit dat hij de Führerstaat jarenlang heeft gesteund. Ook veel Duitsers herinnerden zich vooral zijn kritische opmerkingen richting de nazi’s, waardoor sommigen hem zelfs als een soort profeet beschouwden. Bij dit alles speelde bovendien mee dat in Oost-Duitsland veel minder gedenazificeerd is dan in West-Duitsland. De houding in de Deut­sche De­mo­kra­ti­sche Re­pu­blik was: bij ons zit het kwaad niet. Ex-nazi’s? Die zijn allemaal naar de Bondsrepubliek gevlucht.”

Hebt u sympathie voor de man?

„Nou, het punt is vooral: ik begrijp hem zo goed. Ik had, als ik toen geleefd had, een Müller kunnen zijn. En dan misschien zelfs zonder dat ene dappere trekje van hem, namelijk dat hij zich op een enkel punt wel degelijk tegen de nazi-ideologie keerde.”

Dick Schinkelshoek, promovendus en journalist bij het Nederlands Dagblad. beeld Ruben Schipper Fotografie

U wilt uit de levensgang en opstelling van Müller ook lessen trekken voor christenen in onze tijd. Is dat niet heel lastig? Wij leven niet onder een totalitair regime.

„Dat klopt. Gelukkig leven wij in een andere tijd. Toch denk ik dat het onze plicht is om te pogen iets van zijn leven en werk te leren. Niet door er op een goedkope, makkelijke manier over te oordelen. Dat komt ons niet toe. Maar de geschiedenis leert ons altijd wel iets, vind ik.”

Wat zou dat in dit geval kunnen zijn?

„Kijk als christen kritisch naar de bondgenootschappen die je sluit. Een concreet voorbeeld? De manier waarop evangelicalen in de Verenigde Staten Trump in het zadel hebben geholpen en door dik en dun steunen. Dat vind ik zorgelijk. Soms vind ik hun houding zelfs godslasterlijk, namelijk als Gods daden zo ongeveer gelijkgesteld worden aan Trumps acties. Dat doet mij denken aan de wijze waarop christenen in Duitsland Hitler steunden: blind voor het feit dat het hier om schijnbare overeenstemmingen ging en niet om een werkelijke, wezenlijke verwantschap.

Denk er dus goed over na met wie je samen in de loopgraaf zit. Dat geldt trouwens net zo goed voor christenen die al te gemakkelijk linkse wokethema’s omhelzen. Wees een beetje zelfkritisch! Vraag jezelf steeds af of je wel op het goede spoor zit. Dat is trouwens ook heel bevindelijk gereformeerd.

Een andere les: pas op voor de naïviteit van de verstandigen. Müller was een intellectueel, met een rotsvast geloof in het redelijke gesprek. Zo van: als ik jou serieus neem, dan zul jij mij ook wel serieus nemen. Maar zo werkt het in het echte leven vaak niet. Dat moet ook ik persoonlijk in mijn oren knopen. Ook ik kan lang met iemand in gesprek blijven, omdat ik altijd nieuwsgierig ben naar wat iemand drijft. Maar misschien moet je bij sommige mensen en opvattingen een keer zeggen: Nu stop ik, ik praat niet verder met je.”