
Een ”dwinger” van de Koning
Dat een straatnaam mij nog eens veel te zeggen zou hebben, had ik nooit kunnen denken. We zijn in Emmen neergestreken in een straat die de naam ”de Dwinger” heeft gekregen. Wat mij betreft een nog betere omschrijving van mijn werkzaamheden dan de naam van evangelist.
Daar gaan ze, de knechten. Op pad om de mensen te roepen tot het grote avondmaal. De heer van het avondmaal heeft hen eropuit gestuurd om de mensen te gaan roepen. De mensen waren al op de hoogte dat het eraan zat te komen, maar nu is het echt zover. „Komt, want alle dingen zijn nu gereed.” Laat alles uit je handen vallen, want je komst kan geen uitstel lijden.
Maar helaas, de mensen hadden er geen boodschap aan. Het bezit kreeg voorrang. Dan kan de uitnodiging nog zo gul zijn, het komen vroeg te veel offers. De poort is te nauw. De heer moet het met een keurige verontschuldiging doen. Wat een ontnuchtering voor die knechten. Die weten hoeveel zorg en tijd de heer aan dat avondmaal heeft besteed. De dienstknechten weten als geen ander hoeveel plek er aan tafel is.
Zo’n grote en deftige heer en daar zou ik dan naar toe moeten met m’n mankementen?
Blijft de tafel dan leeg? Nee, dan kent u de heer des huizes nog niet. „Ga uit in de wegen en heggen en dwing ze!” Dat is nu de roeping van een dienstknecht van de grote Koning. De mensen dwingen om in te komen. Wie het maar horen wil: roep ze, ja, dwing ze om in te komen. Zo algemeen is de uitnodiging van de Koning.
Niet dat het komen tot de Koning onder dwang gebeurt, maar dwingen in de zin van: noodzakelijk maken. Ervoor zorgen dat de mensen ervan overtuigd raken dat ze moeten komen. De heer is welmenend en er is zoveel te krijgen. Het is onvoorwaardelijk, want alle dingen zijn al gereed!
Opvallend, dat juist de kreupelen en verminkten gedwongen moeten worden. Degenen die in de heggen en steggen zijn. Bij hen zijn de bezwaren het grootst. Zo’n grote en deftige heer en daar zou ik dan naartoe moeten met m’n mankementen? Zo kan ik de Koning toch niet onder ogen komen?
De ‘bezittende man’ had van deze bezwaren geen last. Die snapt wel dat hij genodigd wordt. Die is zelfs geërgerd als hij niet wordt genodigd. Maar de aan lagerwal geraakte kan het maar moeilijk geloven. Die heeft niets om mee te brengen. Je kunt toch niet met lege, bevuilde handen aankomen? Zomaar, in je vuile kloffie?
Daarom moet juist die groep gedwongen worden. Overtuigd worden van het feit dat de Koning voor alles had gezorgd. Dat komen met lege handen juist de bedoeling is. Dat het ”iets mee willen nemen” juist de komst naar de maaltijd alleen maar belemmert.
Ik heb er in deze uithoek al meerdere ontmoet: mensen met een kras op hun ziel door het verleden
Ik heb er in deze uithoek al meerdere ontmoet: mensen met een kras op hun ziel door het verleden, met diepe kerkpijn, geestelijk mank en kreupel. Alhoewel geestelijk aan lagerwal raken nog wat anders is dan rondstruinen met je huisraad in een rugtas, toch valt het mij op dat het verband groter is dan ik vaak dacht.
Nooit goed genoeg geweest en ze zullen nooit goed genoeg worden. Tenminste, dat is de overtuiging die zich tussen vele oren heeft genesteld. Een ”dwinger” van de Koning mag uitgaan en juist deze ”outcasts” duidelijk maken dat de Koning een verlangen naar hen heeft. Dat Hij er een lust in heeft dat ze zich bekeren en leven (Ezechiël 33:11). Dat het Hem behaagt dat ze tot Hem komen (Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3/4, artikel 8).
Daar word ik iedere keer dus aan herinnerd als ik de straat weer in rijd. Alsof het mijn werk van die dag langs een meetlat legt. Alsof er een vraagteken achter het straatnaambordje staat dat mij aanstaart en om een antwoord vraagt.
En dan nog dit: mochten er mensen zijn die zich afvragen of de naam ”evangelist” Bijbels verantwoord is in deze tijd – het was in de apostolische tijd tenslotte een buitengewoon ambt: bij deze een alternatief.
Reinier van Klinken is namens de Gereformeerde Gemeenten evangelist in Emmen.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Columns
- Dagelijkse column
- Evangelisatie






