Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Beschermt de rok het Evangelie, of onze eigen invulling daarvan?

Met belangstelling las ik de reactie van Henrieke Schouten-Bouw (RD 30-5). Wij zijn het op veel punten meer eens dan oneens. Toch mist zij de kern van mijn betoog.

Conceptbeeld van een vrouw in lange roze jurk met witte blouse erboven tegen een gele achtergrond.
„Zodra een rok of een Bijbelvertaling of een zangstijl voelt als bescherming van het Evangelie, is het goed onszelf af te vragen wat we precies beschermen.” beeld Getty Images

Ook Schouten-Bouw schrijft dat een rok nooit een voorwaarde voor acceptatie bij God mag zijn. Ook waarschuwt zij ervoor om kleding te gebruiken als graadmeter voor iemands geestelijke staat. En haar waarschuwing dat we het hart uit het oog verliezen wanneer gesprekken vooral over uiterlijkheden gaan, onderschrijf ik van harte.

Juist daarom proef ik een zekere spanning in haar artikel. Zij omschrijft de rok als een waardevolle erfenis, als een zichtbaar teken van trouw en gehoorzaamheid aan Bijbelse voorschriften en als een uiting van respect voor onze voormoeders.

Als een rok geen graadmeter voor iemands geestelijke staat mag zijn, hoe voorkomen we dan dat deze toch als zodanig gaat functioneren als er zoveel gewicht aan wordt toegekend?

Eerlijke spiegel

Schouten-Bouw roept op tot herkenbaarheid en aanwezigheid, het zijn van „zoutend zout”. Ook verbindt zij de opkomst van de broek met secularisatie, emancipatie en een veranderende tijdgeest. Dat raakt een gevoelige snaar in onze reformatorische wereld. Terecht willen christenen waken voor aanpassing aan de tijdgeest. Christenen die zich volledig laten leiden door de cultuur raken uiteindelijk vaak het Evangelie kwijt. Maar bestaat het omgekeerde gevaar niet óók? Dat we onze eigen gewoonten, tradities en cultuur zo sterk met het Evangelie vereenzelvigen, dat het loslaten van één vorm voelt alsof uiteindelijk alles verloren gaat?

Voor Paulus was het Evangelie belangrijker dan zijn eigen gewoonten, voorkeuren of achtergrond

Paulus kiest in 1 Korinthe 9 een opvallend andere benadering. Voor de Joden werd hij als een Jood, voor de Grieken als een Griek. Niet omdat de boodschap veranderde, maar omdat het Evangelie belangrijker was dan zijn eigen gewoonten, voorkeuren of achtergrond. De Farizeeën waren in hun tijd eveneens zichtbaar herkenbaar. Toch waarschuwt Jezus: „Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten” (Markus 12:38). Het probleem zat niet in de kleding zelf, maar in wat die kleding was gaan vertegenwoordigen: geestelijke status en identiteit.

In een RD-interview vertelde Laurentine van Landeghem dat zij zich bij evangelische christenen onder andere thuis voelt omdat de rokkwestie daar geen rol speelt: „De angst is dan toch dat ze me zouden afkeuren als ik bijvoorbeeld een broek zou dragen.” Die opmerking zette mij aan het denken. Als iemand zich onder geloofsgenoten niet veilig voelt vanwege kleding, wat zegt dat dan over de functie die kleding in de praktijk heeft gekregen?

Zowel liberalisme als conservatisme kan een bedreiging voor het Evangelie worden

Misschien hebben wij daarom niet alleen een spiegel nodig richting de cultuur, maar ook richting onszelf. Want zowel liberalisme als conservatisme kan een bedreiging voor het Evangelie worden. Het ene past de boodschap volledig aan de cultuur aan. Het andere loopt het risico de eigen cultuur te verwarren met de boodschap. Zodra een rok of een Bijbelvertaling of een zangstijl voelt als bescherming van het Evangelie, is het goed onszelf af te vragen wat we precies beschermen. Het Evangelie, of vooral een vertrouwde manier van christen-zijn?

Vaak wordt bij dit onderwerp ook verwezen naar de scheppingsorde. Dat God man en vrouw onderscheiden geschapen heeft, staat voor mij niet ter discussie. Maar waar leert de Schrift dat dit onderscheid zichtbaar gemaakt moet worden door deze concrete vorm? Wanneer Paulus de verhouding tussen man en vrouw uitwerkt, legt hij het zwaartepunt niet bij uiterlijke herkenbaarheid, maar bij liefde, zelfopoffering, respect en verantwoordelijkheid. Als de scheppingsorde zichtbaar moet worden, waarom zou dat dan niet allereerst dáár zichtbaar moeten zijn?

Houvast

Zichtbare vormen geven houvast. Een vrouw in een rok wordt al snel gezien als iemand van ”ons soort”, met onze waarden en overtuigingen. Dat voelt veilig. Gesprekken over christelijke identiteit komen vaak terecht bij zichtbare kenmerken.

Maar het Nieuwe Testament legt het accent opvallend genoeg op liefde, nederigheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing, trouw en zelfverloochening. Petrus schrijft: „Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is (...), maar de verborgen mens des harten” (1 Petrus 3:3-4). Dat zijn hoge en confronterende normen!

Goede dingen kunnen afgoden worden zodra wij er onze veiligheid, identiteit of morele zekerheid aan ontlenen

De rok waarderen is op zichzelf niet verkeerd. Het gevaar is wel dat wij aan de rok meer geestelijk gewicht gaan toekennen dan de Bijbel doet. Goede dingen kunnen afgoden worden zodra wij er onze veiligheid, identiteit of morele zekerheid aan ontlenen. Dan ontstaat gemakkelijk onderlinge beoordeling in plaats van geestelijke opbouw en gaat het over ”wij” en ”zij”: de nette meisjes tegenover de wereldse meisjes, de trouwe gezinnen tegenover de afglijdende gezinnen.

Uiteindelijk is de vraag niet of iemand een rok of een broek draagt. De vraag is waarop wij onze hoop voor God bouwen. Op onze vormen, tradities en zichtbare kenmerken? Of op Christus alleen? Zoals het gezang zegt: „Nothing in My hand I bring, simply to Thy cross I cling.” Dáár ligt de christelijke identiteit. Niet in wat wij meebrengen.

Jezus zegt niet: „Hieraan zullen allen weten dat gij Mijn discipelen zijt, namelijk aan uw kleding.” Hij zegt: „Zo gij liefde hebt onder elkander.” (Johannes 13:35). De mens ziet aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan.

De auteur is verloskundige en werkt zowel in als buiten de reformatorische wereld.

Populaire artikelen