Was opa een nazi? Voor veel Duitsers is die vraag nog altijd onbeantwoord
Was opa een nazi? Voor veel Duitsers is die vraag nog altijd onbeantwoord. Dat blijkt uit de stormloop op de website van US National Archives, waar NSDAP-lidmaatschapskaarten kunnen worden ingezien.

Duitsers moeten tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog maar eens duidelijkheid krijgen over de vraag of hun voorouders lid waren van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Opvallend: het besluit tot die openheid viel in Washington, niet in Berlijn.
De originele lidmaatschapskaarten van Hitlers nazipartij liggen weliswaar in de Duitse hoofdstad, maar zijn niet zo eenvoudig toegankelijk. Je moet een schriftelijke aanvraag indienen. Vervolgens duikt een medewerker van het archief in de kaartenbakken en bepaalt wat de aanvrager te zien krijgt. En zo gaat het niet alleen met het naziverleden. Ook het archief van de Stasi, de beruchte geheime politie van het communistische Oost-Duitsland, is slechts beperkt toegankelijk.
De originele lidmaatschapskaarten liggen in Berlijn, maar zijn niet zo eenvoudig toegankelijk
Poortwachterarchivarissen bepalen op basis van strenge privacywetgeving of uit overwegingen van staatsbelang wie welke documenten onder ogen mag krijgen. Daarmee is Duitsland geen uitzondering. In Nederland zat het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging tot vorig jaar achter slot en grendel. Het bevat informatie over lidmaatschap van de Nationaalsocialistische Beweging (NSB) – de Nederlandse fascistenpartij – en werpt licht op de vraag of iemand heulde met de Duitse bezetter of niet. Pas vorig jaar werd het mondjesmaat toegankelijk en de emoties zijn nog lang niet tot bedaren gekomen.
Het kan ook anders. In Polen bijvoorbeeld kan iedereen vrij grasduinen in de archieven van de SB – zeg maar de Poolse Stasi – die pas in 1990 zijn activiteiten stopte. Is een zoekopdracht eenmaal goedgekeurd, dan kan de aanvrager zonder beperkingen dossiers van de voormalige communistische veiligheidsdienst inzien. In de beginfase leidde dit tot heftige controverses, want de dossiers bevatten informatie over wie wie heeft verraden tijdens het communisme. Nu het archief langer toegankelijk is, roept het minder emoties op.
Vragen stellen
Ook in de Verenigde Staten weegt informatievrijheid zwaarder dan privacy. Vooral als het niet gaat over zwarte bladzijden in de eigen geschiedenis, maar over die van het verslagen Duitsland. Daar werd de eerste twee decennia na 1945 het naziverleden massaal verdrongen. Als de Duitsers al over hun oorlogsverleden spraken, dan was het allemaal de schuld van Hitler en een handjevol trawanten geweest. De stormloop op het digitale NSDAP-archief laat zien dat men aan veel Duitse keukentafels is blijven zwijgen, ook nadat in de jaren zestig de naoorlogse generatie vragen ging stellen.
Hoe fout waren Duitse huisvaders en -moeders geweest? In de jaren negentig bereikte de discussie een emotioneel hoogtepunt naar aanleiding van een expositie georganiseerd door het Hamburger Institut für Sozialforschung. De titel van de tentoonstelling Misdaden van de Wehrmacht – het reguliere Duitse leger dus – vertelde waar het om ging: gewone dienstplichtigen hadden meegedaan aan het massaal vermoorden van onder anderen Joden en Roma. Voor veel Duitsers kwam deze informatie als een schok.
Van de lidmaatschapsbewijzen is 10 à 20 procent verdwenen
De lidmaatschapskaarten van de nazipartij speelden toen nog nauwelijks een rol in de discussie, want die waren moeilijk toegankelijk. Wie ze wilde inzien, moest toestemming hebben van de Amerikanen. Toen de Amerikanen in 1945 München bezetten, hadden de ruim 8 miljoen kaarten al vernietigd moeten zijn. Een papiermolen nabij München kreeg opdracht ze allemaal tot pulp te vermalen.
Maar de eigenaar van de papiermolen, Hans Huber, begreep dat het om belangrijk bewijsmateriaal ging. Hij verstopte de kaarten en probeerde ze vervolgens over te dragen aan de Amerikanen. Dat duurde even, omdat hij de Engelse taal niet machtig was, maar uiteindelijk belandde het partijarchief, inclusief de lidmaatschapskaart van Adolf Hitler, in de Amerikaanse zone van West-Berlijn.
Pas na de hereniging van Duitsland droegen de Amerikanen het archief over aan de Bondsrepubliek, maar niet voordat ze van elk document een kopie hadden gemaakt op microfilm. Deze kopieën kunnen sinds eind februari worden ingezien via het internet.
Opportunisme
Daarmee schijnt iets meer licht op het duistere verleden. Maar veel blijft in de schaduw. Het NSDAP-archief is niet volledig: van de lidmaatschapsbewijzen is 10 à 20 procent verdwenen. Bovendien is het ene lidmaatschap het andere niet. Werd (overgroot)opa lid voordat Hitler aan de macht kwam? Dan is de kans groot dat hij overtuigd nationaalsocialist was. Wie zich na 1933 aanmeldde deed dit vaak uit opportunisme, om een baan in het staatsapparaat te krijgen, of te behouden.
Vurige nazi’s van de SS en de SA waren niet automatisch lid van de NSDAP en zij zijn grotendeels onvindbaar. Het SA-archief is vrijwel geheel vernietigd. Van de personeelsbestanden van de SS is nog zo’n 60 procent te achterhalen. Veel Duitsers blijven dus in het ongewisse.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Tweede Wereldoorlog


