Duitse journalist ontdekte duistere naziverleden grootvader
Iedere familie heeft haar geheimen. In Duitsland zijn die nog weleens duister, zoals in het geval van Lorenz Hemicker. Zijn grootvader speelde in de Tweede Wereldoorlog een rol bij de moord op duizenden Joden in de bossen bij Riga.

Hemicker, journalist bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung, heeft opa Ernst, die SS-officier was, nooit persoonlijk gekend. Zijn grootvader overleed in 1973, vijf jaar voor Lorenz’ geboorte. Na dertien jaar onderzoek dacht zijn kleinzoon hem voldoende te kennen en schreef een boek over hem: ”Mein Großvater, der Täter”, in het Nederlands: ”Mijn grootvader, de dader”. Hemicker valt het zwaar over „mijn opa” te spreken, hij noemt hem steevast Ernst.
Dat Ernst aan onvoorstelbare oorlogsmisdaden had deelgenomen, wist Lorenz als kind al door zijn vader Peter. Die vertelde hem een keer in de auto: „Je grootvader heeft zich verdienstelijk gemaakt.” Hemicker begreep niet wat zijn vader bedoelde, ook al ontging hem niet het cynisme waarmee zijn vader het zei.
Hemicker vroeg wat zijn vader bedoelde. „De oude Ernst is aangeklaagd voor hulp bij de moord op meer dan 25.000 Joden.” Ernst Hemicker was inderdaad in de jaren 60 voorgeleid, maar nooit veroordeeld. Regelmatig hoorde Lorenz van de aanklacht tegen Ernst: met Kerst als de familie er was of op zomerdagen in de tuin met de buren. Dan zei men tegen Lorenz’ vader: „Laat het rusten.”
Werkopdracht
Samen met zijn vader wilde Lorenz een bezoek brengen aan het bos van Rumbula, de plek op 8 kilometer van Riga waar Ernst betrokken was bij een enorm bloedbad. Zover kwam het niet, omdat Peter kort voor vertrek overleed. Lorenz zette de zoektocht naar het verleden van Ernst voort. Hij dook in archieven, sprak met overlevenden en bezocht diverse keren Riga.
Lorenz Hemickers grootvader speelde in de Tweede Wereldoorlog een rol bij de moord op duizenden Joden in de bossen bij Riga
Ernst meldde zich in de Eerste Wereldoorlog na zijn opleiding tot civiel ingenieur als vrijwilliger in het leger. Net als veel anderen kwam hij na de overgave gefrustreerd thuis en sloot zich in 1931 aan bij de NSDAP. Twee jaar later zat hij bij de SS. In 1936 verliet hij met zijn gezin de kerk.
In 1941 kreeg Ernst het bevel zich te melden in het veroverde Riga. Hij moest met zijn kennis zes massagraven aanleggen voor 25.000 tot 28.000 Joden die met de kogel vermoord zouden worden. Na de oorlog vertelde hij bij een verhoor dat het ging „om de meest drastische belevenis” in zijn leven.
Ernst deed zijn werk nauwgezet. Hij rekende uit dat de zes graven elk exact 3 meter diep en 10 meter lang en breed moesten zijn. De zes kuilen kregen zelfs een licht aflopende helling, want „de arme mensen konden toch niet 3 meter naar beneden springen. Alles moest ordelijk verlopen.” Ernst sprak over „een werkopdracht”. In twee dagen vonden 27.000 Joden de dood.
Vergeving
Lorenz bezocht in Letland verschillende keren de jurist Alexander Bergmann, een Joodse overlevende van het getto van Riga. Jarenlang zocht Bergmann naar sporen van familieleden die in de massagraven hun einde vonden. Lorenz liet een foto van Ernst in SS-uniform zien. „Ik ken hem niet”, zei Bergmann.
Bergmann vroeg of Lorenz de verhoren van zijn grootvader wilde voorlezen, omdat zijn ogen niet meer zo goed waren. Uren achtereen las Lorenz voor. „Als jurist moet ik zeggen dat het verhoor niet overtuigt. Uw opa heeft alleen toegegeven wat niet te ontkennen viel.”
Toen Lorenz wegging, legde Bergmann zijn hand kort op de schouder van Lorenz. „De aanraking voelde als vergeving.” Bij het monument op het massagraf bij Rumbula legde Lorenz een steen. Hij huilde. Na een uur ging hij terug naar Riga.
N.a.v. ”Mein Großvater, der Täter”, door Lorenz Hemicker; uitgeverij Rowohlt, 256 pag.; 24,49 euro.
Monument bij Rumbula in Letland.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Duitsland

