Psychiaters willen rem op euthanasie bij jongeren: „Vaak zijn er nog behandelmogelijkheden”
Een brede groep experts pleit voor terughoudendheid als het gaat om euthanasie bij jongeren vanwege psychisch lijden.

De ‘nu niet’-benadering moet het uitgangspunt zijn bij euthanasieverzoeken van jongeren tot ongeveer 25 jaar met psychisch lijden. Dat schrijven negentien experts in een essay, dat woensdag online is gezet en eind april verschijnt in het Tijdschrift voor Psychiatrie. De ‘nu niet’-benadering houdt in dat behandelaars iemands euthanasiewens serieus nemen, maar er niet direct op acteren. In plaats daarvan zouden ze moeten streven naar „een strategie van vertragen en verdragen”.
„We vinden het belangrijk om terughoudend te zijn als het gaat om euthanasie bij jongeren”, verklaart hoofdauteur dr. Janneke Zinkstok, die als psychiater werkt bij het Radboudumc en Karakter en zowel kinderen als volwassenen behandelt. „Tegelijk zeggen we dat euthanasie een mogelijkheid moet blijven, ook bij jongeren. We willen geen verbod. Maar er zijn wel gezonde redenen om bij jongeren extra zorgvuldig te zijn.”
Reguleren van emoties
In het essay noemen de experts hiervoor een aantal redenen. Zo zijn jongeren nog volop in ontwikkeling. Dit hangt samen met de ontwikkeling van hun brein, die pas bij de leeftijd van ongeveer 25 tot 30 jaar is voltooid. Hierdoor hebben jongeren meer moeite met onder andere het reguleren van emoties en het denken op de langere termijn. Dat kan „effect hebben op de wilsbekwaamheid bij medische beslissingen, waaronder ook euthanasie”.
Daarnaast wijzen de auteurs op de rol van leeftijdsgenoten en vrienden, de zogenaamde peer group. „Wanneer euthanasie bij psychisch lijden binnen een peer group een geaccepteerde optie is, kan het voor kwetsbare jongeren moeilijker zijn om alternatieve perspectieven te zien.”
Zou het, gelet op deze bezwaren, niet veel beter zijn euthanasie bij jongeren helemaal te verbieden? Zinkstok vindt van niet. „Als de maatschappij dat wil, moet er een wetswijziging komen. Het mooist is natuurlijk als een jongere ondanks psychiatrische problemen weer toekomstperspectief ziet. Tegelijkertijd is de realiteit dat sommige jongeren zoveel traumatische ervaringen en tegenslag hebben gehad, dat je daar niet tegenop kunt behandelen. De tragiek zit voor mij vooral in wat ze hebben meegemaakt, en niet zozeer in de euthanasie zelf.”
Depressie
De auteurs van het essay nemen volgens Zinkstok een middenpositie in, tussen aan de ene kant de tegenstanders van euthanasie en aan de andere kant de voorvechters. „Wij vinden het belangrijk dat psychiaters rekening houden met de leeftijd van een patiënt. Een oudere van een jaar of zestig heeft misschien al veertig jaar ggz-behandelingen achter de rug. Dat is een heel andere situatie dan bij een jongere. Daarom moet er eerst verder gekeken worden. Vaak zijn er nog wel behandelmogelijkheden.”
De Nijmeegse kinderpsychiater noemt een aantal voorbeelden uit de praktijk. „Een patiënt met een euthanasieverzoek lijdt aan een ernstige depressie. Dan is het zaak eerst te onderzoeken of psychiatrische hulp en medicatie helpen. Een ander worstelt met trauma’s uit het verleden. Dan kan traumabehandeling effectief zijn.”
De Volkskrant noemt de timing van het essay opvallend, omdat een commissie zich momenteel buigt over een revisie van de euthanasierichtlijn. „Het lijkt erop dat de groep schrijvers het proces van de werkgroep richtlijnherziening wil beïnvloeden”, zegt psychiater Kit Vanmechelen in de krant. „Dat vind ik onkies.”
Zinkstok ziet dat anders. „Deze werkgroep baseert zich op de literatuur en de consensus van experts. Ons essay is bedoeld als bijdrage aan het debat. Hopelijk dragen we bij aan een constructief gesprek over hoe we de zorg aan jongeren met een psychiatrische aandoening kunnen verbeteren.”





