Een doopjurk van echte parachutestof
Het oudste jurkje is van 1873. Op de bijbehorende bewaardoos staan de namen geschreven van de dopelingen die het droegen. Vijftig doopjurken zijn tot Pasen te bewonderen in Drachten.

Al jaren hangt een doopjurk uit de familie van haar man bij Durkje Groen-Tamminga ingelijst in huis. „Verschillende generaties zijn erin gedoopt, in Nederland, in Canada, in Friesland en elders in Nederland. De jurk uit 1909 heeft intussen een hele geschiedenis.” Die gedachte bracht haar op het idee doopjurken tentoon te stellen in de Grote Kerk in Drachten.
Pasen

Het kerkgebouw is in de zomermaanden en in de weken voor Kerst en Pasen op zaterdagmiddag open voor bezichtiging. Meestal wordt dat gecombineerd met een kunsttentoonstelling, nu is er tot Pasen een doopjurkenexpositie. In deze periode past het thema van de doop goed, meende de initiatiefneemster. „In de vroege christelijke kerk werden immers in de paasnacht nieuwe leden van de gemeente in witte kleding gedoopt.”
In het plaatselijke kerkblad werd een oproep geplaatst. „Als er twintig aanmeldingen komen, gaan we ermee door, spraken we af. Maar de doopjurken stroomden binnen. Menigeen blijkt nog zo’n verborgen schat in huis te hebben. Een doopjurk gooi je niet zomaar weg. Die is toch van andere waarde dan een oude jurk. Veel inbrengers, uit Drachten en de wijde omgeving, vonden het wel mooi dat ze hun doopjurk beschikbaar konden stellen. Overigens kreeg ik meermalen te horen: ik had altijd nog de hoop dat een van de kleinkinderen of achterkleinkinderen erin gedoopt zou worden, maar dat gebeurt bijna niet meer.”

Nadat er veertig doopjurken waren aangeboden, legden de organisatoren de grens bij vijftig exemplaren. „Het hadden er zeker ook tachtig kunnen zijn”, zegt Groen-Tamminga, lid van de protestantse gemeente in Drachten. „Op de openingsmiddag vertelden meerdere bezoekers me dat ze ook een doopjurk in de kast hebben liggen.”
Liefde en geduld
Bij elke doopjurk is een toelichting met namen en data geplaatst. Soms is een doopkaart of een foto van een doopplechtigheid toegevoegd. „Elk jurkje heeft een persoonlijk verhaal. Onze expositie vertelt verhalen van families die hun doopjurk zorgvuldig bewaarden en doorgaven, verhalen van moeders en grootmoeders die met liefde en geduld een nieuw doopkleed maakten.”
Nogal wat doopjurken in de expositie zijn vermaakt van trouwjurk tot doopjurk. Een inbrengster vermeldt bij een exemplaar uit 1947: „Van mijn moeders bruidsjurk uit 1946 heeft zijzelf deze doopjurk gemaakt. Haar jurk was van parachutelinnen en deze stof kwam natuurlijk uit de oorlog. Omdat er niets was in die tijd, kon je deze stof kopen met distributiebonnen. De linten op de doopjurk komen uit haar bruidsboeket.”

Bommenwerper

Ook de doopjurk die de moeder van een van de predikanten van de protestantse gemeente, ds. S. (Sijbrand) Alblas, aanleverde, is van parachutestof, maar dan van een echte parachute. Die was van een Amerikaan die in 1944 enige tijd ondergedoken zat bij opa Sijbrand Alblas in het Westland nadat het vliegtuig waarin hij zat, een bommenwerper, door de Duitsers was aangeschoten. De sergeant kreeg tuinderskleren aan en deed zich voor als doofstomme tuinder, omdat hij anders door zijn spraak zijn redders zou verraden.
Na de oorlog bleek de parachute, die in de grond was begraven, groot genoeg voor twee trouwjurken. Voor de bruid van de Amerikaan en voor Marie, de aanstaande van opa Sijbrand. Ook die laatste jurk werd daarna vernaaid tot een puur zijden doopjurk. Het werd een familietraditie om de baby’s in deze jurk ten doop te houden. IJsbrand en Hannah, de kinderen van ds. Alblas, waren vooralsnog de laatsten.
De oudste jurk die in de kerk hangt, werd in 1873 voor het eerst gebruikt. „De namen van de dopelingen staan geschreven op de doos waarin ze wordt bewaard. Die laten we ook zien. Met de boodschap van beppe (Fries voor oma, JK) erop of de jurk na gebruik kan worden teruggebracht op dat en dat adres.”
De expositie is aangevuld met attributen als een doopkleed en een doopkussen. „En er is zelfs een flesje doopwater uit de Jordaan.”

















