BuitenlandCrisis Cuba

Cubaanse predikant diep bezorgd over dreigende hongersnood: „We bidden onophoudelijk dat God ingrijpt”

Jorge (37) is predikant van een gereformeerde kerk in een buitenwijk van de Cubaanse hoofdstad Havana. Dankzij de RD-actie in Cuba van vorig jaar geeft hij nu Bijbellessen aan een ondergronds seminarie in zijn huis. Het zijn extreem moeilijke tijden, vertelt Jorge bij een bezoek van het RD. „De Cubanen zijn als het volk Israël in de woestijn.”

Een man duwt een kar met met bananen, wortels en bieten langs een afbeelding van de revolutionair Che Guevara. 
Een straatverkoper duwt zijn verkoopkar met bananen, wortels en bieten door de straten van de Cubaanse hoofdstad Havana. beeld AFP, Yamil Lage

„Er is geen stroom” zijn de verontschuldigende woorden waarmee Jorge (uit veiligheidsoverwegingen zonder achternaam) de verslaggever verwelkomt in een buitenwijk van Havana. Stroomuitvallen tot tien uur per dag zijn de dagelijkse realiteit voor Jorge en zijn gezin met twee jonge kinderen. Daarbij komt er sinds een maand geen water meer uit de kraan. Ook gas is al een halfjaar niet meer te krijgen op het eiland. Als het gezin al iets heeft om mee te koken – want zelfs rijst is onbetaalbaar geworden voor de meeste Cubanen. Cuba verkeert in de ergste economische crisis sinds de revolutie van eind jaren 50.

Het ging al tijden slecht met het eiland – een gevolg van decennia wanbeleid door het dictatoriale regime en meer dan een halve eeuw Amerikaanse sancties. De coronapandemie was de druppel die de emmer deed overlopen. Ook nadat de grenzen weer opengingen, bleven de toeristen grotendeels weg, waarmee de belangrijkste bron van inkomsten verdampte.

Zo raakte het land in een steeds diepere crisis, waarvan de socialistische heilstaat de klappen allang niet meer kon opvangen. En dat was nog voordat de Amerikaanse president Donald Trump besloot de Venezolaanse olietankers op weg naar het eiland tegen te houden. Die olie vormde de laatste levenslijn voor Cuba, dat voor zijn energievoorziening voor ruim 60 procent afhankelijk is van olie-import. Wanneer het RD Jorge bezoekt, heeft het Cubaanse regime net de noodmaatregelen aangekondigd om de energiecrisis het hoofd te bieden. De vraag is of dat nog kan.

Calvinistisch

De gereformeerde predikant verspreidt het christelijk geloof, tegen de stroom in. „Op jonge leeftijd werd ik geroepen tot predikant. Ik gaf mijn universitaire studie op om naar het seminarie te gaan. Voor mijn niet-christelijke familie was dat moeilijk te begrijpen. Na mijn opleiding werd ik voorganger in een baptistengemeente. Maar in 2017 werd ik uit de gemeente gezet vanwege mijn calvinistische overtuigingen.”

Een boekenkast in een woning. 
Het ondergrondse seminarie in het huis van Jorge, een predikant in een buitenwijk van de Cubaanse hoofdstad Havana. beeld Ynske Boersma

Hij besloot op zichzelf verder te gaan en van nul af aan te beginnen met het opleiden van voorgangers. Dat is een weg vol obstakels: zijn kerkgemeente is feitelijk illegaal in het atheïstische Cuba, waar alleen de kerken van voor de Cubaanse revolutie in 1959 erkend zijn door de staat. „Het is alsof we niet bestaan. Een Bijbel kopen is al moeilijk in Cuba. Ik kan geen container vol bijbels laten sturen, omdat we illegaal zijn.”

„Dit huis, de boeken, de stoel waar je op zit: het was allemaal niet mogelijk geweest zonder die hulp”

Jorge, predikant

Een bijkomend probleem is het gebrek aan financiële middelen. „Ik ontvang een ‘salaris’ vanuit de kerk van 10 dollar (8, 50 euro, YB) per maand. Daarmee moet ik mijn gezin onderhouden. Het is dankzij de financiële hulp van buiten dat we bestaan.” Zo heeft Jorge dankzij de RD-actie van afgelopen jaar een seminarie kunnen oprichten in de arme buitenwijk van Havana waar hij in september naartoe verhuisde met zijn gezin. „Dit huis, de boeken, de stoel waar je op zit: het was allemaal niet mogelijk geweest zonder die hulp.”

Hongersnood

Daarbij bedreigt ook de huidige crisis het voortbestaan van het seminarie. „We zijn studenten kwijtgeraakt vanwege de energiesituatie. Wanneer je maar een paar uur per dag stroom hebt, dan kun je die niet aan studie besteden omdat je die tijd moet gebruiken om te koken, om water te halen en andere dingen te doen.”

Jorge vreest een hongersnood. „Zonder olie kan het openbare leven op dit eiland ieder moment tot stilstand komen. Dat betekent dat Havana en andere steden niet meer bevoorraad kunnen worden met het voedsel dat verbouwd wordt in de provincies. Maar de meeste Cubanen kunnen zich daar niet op voorbereiden. We leven van dag tot dag en hebben hooguit een blikje tomatenpuree in huis. Het enige wat we kunnen doen, is vertrouwen op Jezus Christus. We bidden onophoudelijk dat God in Cuba ingrijpt.”

„Ik sterf nog liever als dat betekent dat mijn kinderen een toekomst hebben”

Jorge, predikant

Tegelijkertijd hoopt Jorge dat de olieblokkade het door Trump gewenste effect bewerkstelligt: de val van het dictatoriale regime. „Als mens zeg ik dat dit ons hard gaat raken. Maar laat ik duidelijk zijn: als man, als pastor, als vader, als echtgenoot eet ik liever een maand niets, zodat dit ophoudt en er een oplossing komt; sterf ik nog liever, als dat betekent dat mijn kinderen een toekomst hebben. Want we kunnen zo niet verdergaan.

Letterlijk niet. Ik maak me zorgen over mijn zoon, die niet naar school kan gaan en niet kan eten wat een kind van zijn leeftijd zou moeten eten. En ik vrees dat hij ziek wordt en in het ziekenhuis sterft, vanwege gebrek aan medicijnen.”

Donkergekleurde mensen stappen aan boord van een geel voertuig. 
Cubanen stappen vrijdag in de hoofdstad Havana in een elektrische driewieler. Vanwege de brandstofcrisis op het eiland moeten mensen zich met elektrische voertuigen of fietstaxi’s verplaatsen. beeld AFP, Yamil Lage

Jorge verwacht niet dat het regime zich gemakkelijk gewonnen zal geven. Maar als het land ineenstort en mensen niets meer te eten hebben, geen brandstof hebben, onderwijs of werk, dan zullen ze de straat opgaan, denkt Jorge. „En dan is er geen weg meer terug. Geen leger dat een heel volk kan stoppen.”

„Ik weet dat God het beste met ons voorheeft. We zijn als het volk Israël dat Egypte verliet, en veertig jaar in de woestijn moest blijven voordat het toegang kreeg tot het beloofde land. Ook de Cubanen hebben een mentaliteit van slavernij, maar inmiddels is een andere generatie opgestaan. We hebben verandering nodig.”