Trumps olieblokkade wurgt Cuba: „Regime op sterven na dood”
Ongekende stroomuitval, gecancelde vluchten en toeristen die in allerijl het land verlaten: de situatie wordt met de dag kritieker in Cuba, als gevolg van de Amerikaanse olieblokkade

Vrijdagavond, in het centrum van Havana. De 62-jarige César kijkt ingespannen naar de Cubaanse staatstelevisie, waar het communistische regime in een urenlange uitzending een serie noodmaatregelen aankondigt om de oliecrisis het hoofd te bieden. Zo belooft het te investeren in duizenden zonnepanelen, en zal de weinige olie die Cuba zelf uit de grond haalt, worden bestemd voor de stroomvoorziening en het „garanderen” van essentiële diensten als ziekenzorg en voedselvoorziening.
Sinds de Amerikaanse aanval op Venezuela op 3 januari is duidelijk dat het Washington menens is: Cuba is de volgende in de rij van naties die aangepakt moeten worden, wat de Amerikaanse president Donald Trump en zijn minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio –zoon van Cubaanse immigranten– betreft. Daarvoor is geen militaire invasie nodig, meent Trump: Cuba, een „mislukte natie” volgens Trump, heeft nog maar een klein duwtje nodig om te vallen.
Zodoende sloot hij de laatste levenslijn van de Cubanen af: de stroom olie die goed is voor minstens 60 procent van de energievoorziening van het eiland. Niet alleen blokkeerden de Verenigde Staten de Venezolaanse olietankers op weg naar Cuba, ook dreigt Trump andere landen die olie sturen, waaronder Mexico, te bestraffen met forse handelstarieven.
Zodoende heeft Cuba sinds december geen olieleveringen meer ontvangen, erkende de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel op 5 februari. Net als in voorgaande crisissen in het 67-jarige bestaan van de socialistische heilstaat roept het regime de Cubanen op tot „creatieve veerkracht” en „weerstand” tegen de „Amerikaanse agressie”. De crisismaatregelen zijn vergelijkbaar met die van de „Speciale Periode” in de jaren 90, toen Cuba de olie en voedselimporten met de val van de Sovjetunie –de bondgenoot die het Cubaanse model destijds overeind hield– kwijtraakte, wat een periode van acute hongersnood en brandstofschaarste inluidde.
César, nachtbewaker in een particulier toeristenverblijf in Havana, berust in zijn lot. In tegenstelling tot de meesten van zijn landgenoten gelooft hij nog heilig in de Cubaanse revolutie. „We willen niet dat de Amerikanen zich met ons bemoeien. Dat betekent een einde aan onze vrede, onze rust en soevereiniteit. Hier hebben we gratis huizen, gas, water en stroom. Ik hoef geen auto of dure kleren. Aan een bord rijst en bonen heb ik genoeg.”
Neerwaartse spiraal
Maar het Cuba dat hij beschrijft, vormt een scherp contrast met de werkelijkheid: het land verkeert in de diepste economische- en sociale crisis in decennia, volgens deskundigen nog ernstiger dan tijdens de Speciale Periode. En de door César geroemde socialistische heilstaat functioneert al lange tijd niet meer. Zoals het gratis zorgsysteem, ooit de nationale trots van Cuba. „Van de zorg is niets meer over”, zegt Enrique, een 62-jarige ingenieur die de kost verdient met het repareren van auto’s in Havana. In zijn borstzak steekt een insulinespuit. „Ik ben al 52 jaar diabetespatiënt. Maar van de staat krijgen we geen insuline meer. Mensen sterven daardoor. Ik heb een broer in de VS die het naar me opstuurt. Anders is er niet aan te komen. Maar ook dat wordt nu steeds moeilijker gemaakt.”
De staatswinkels waar de Cubanen voor sterk gesubsidieerde prijzen hun boodschappen konden doen, zijn eveneens grotendeels leeg of dicht. Het bonnenboekje, dat elke Cubaan in de eerste levensbehoeften voorzag, bestaat alleen nog in naam, zeggen vele Cubanen die het RD in Havana sprak. „In heel januari hebben we alleen een pond rijst en een pak suiker met het bonnenboekje kunnen krijgen”, zegt Geneveva, vrijwilligster in de gaarkeuken van een baptistenkerk in een buitenwijk van Havana.
Dat heeft grote gevolgen voor de Cubanen die van een staatssalaris of -pensioen moeten leven: de particuliere voedselprijzen zijn vele malen hoger, vergelijkbaar met die in Zuid-Europese supermarkten. In de praktijk is het dan ook onmogelijk om met een staatssalaris in basisbehoeften te voorzien. Enrique rekent het voor: „Een ei kost 100 peso’s, een broodje 30 peso’s. Er zijn ouderen met een pensioen van 1700 peso’s (ongeveer 3,50 euro). Dat is dus nog niet eens toereikend om dagelijks één broodje met ei te eten.”
In de afgelopen jaren is de staatsgeleide Cubaanse economie in een vrije val geraakt. Dat begon tijdens de eerste termijn van Trump, die de door Obama opgeheven sancties weer terugdraaide. De crisis bereikte een eerste dieptepunt tijdens de pandemie, toen het eiland werd gesloten voor toeristen en Cuba zijn belangrijkste bron van inkomsten kwijtraakte.
Sindsdien verkeert het land in een neerwaartse spiraal, met oplopende brandstoftekorten en steeds langere stroomuitvallen door verouderde en slecht onderhouden energiecentrales die voor een groot deel draaien op dezelfde brandstof. Voedsel is onbetaalbaar geworden voor de meeste Cubanen. Daarbij bracht de crisis een ongekende uittocht van jonge Cubanen op gang. Volgens onderzoek verliet tussen 2022 en 2023 18 procent van de bevolking het eiland. Een op de vier Cubanen is nu ouder dan 60 jaar; de meesten leven in extreme armoede.
Honger
In de hoofdstad Havana is de crisis overal zichtbaar. Bergen afval hopen zich op in de kapotte straten – naar verluidt omdat de vuilnisdienst geen benzine heeft om het op te halen. Talloze monumentale gebouwen staan op instorten, of zijn al veranderd in een ruïne, getuige de nooit opgeruimde puinhopen. Op elke straathoek en in elke deuropening proberen werkloze Cubanen iets te verkopen, van pakjes sigaretten tot strips met paracetamol, onverkrijgbaar in de apotheken. Kinderen bedelen bij de weinige nog overgebleven toeristen.
„Ik heb betere tijden meegemaakt”, zegt de 85-jarige Noémi, bewoonster van Oud-Havana met gevoel voor understatement. Ze schuifelt met een wandelstok door het centrum, met in haar hand een bak met eten van een gaarkeuken. „Dit geeft de staat aan ouderen. Maar het is oneetbaar. Kijk maar.” Ze haalt het deksel van het bakje, en laat een doorgekookt hoopje kale spaghetti met een brokje knalroze worst zien. „Ik ga liever met honger slapen, dan dat ik dit opeet.” Ze heeft maar één hoop: „Dat er verandering komt.”
Met de hoop op verandering doelen velen op de val van het regime. Maar die wens uitspreken, blijft gevaarlijk. „Ik kan niet de straat op gaan om te protesteren, want dan kan je in de gevangenis belanden”, zegt de 25-jarige Arisbel. Zo werden bij de massale protesten in juli 2025 tegen de regering meer dan 2000 demonstranten opgepakt. Ruim een derde van hen zit nog steeds vast, met straffen variërend van 20 tot 30 jaar.
De aankondiging van de noodmaatregelen op vrijdagavond 6 februari zou de voorbode blijken van het begin van een implosie. In enkele dagen tijd is het land tot stilstand gekomen. Bussen en treinen rijden niet meer, vliegtuigen blijven aan de grond, universiteiten zijn gesloten, en op dinsdag legde een massale stroomuitval tweederde van het land gelijktijdig plat. Lange rijen ontstonden bij de banken, en de wisselkoersen voor dollars en euro’s schoten op de zwarte markt omhoog.
De olieblokkade geeft ook de genadeklap aan de motor van de Cubaanse economie. Luchtvaartmaatschappij AirCanada cancelde zijn vluchten voor de komende maanden en stuurt lege vliegtuigen om circa 3000 Canadese toeristen te repatriëren. Ook Rusland kondigde een evacuatie van toeristen aan. Bijna de helft van de toeristen in Cuba kwam in 2024 uit Canada, gevolgd door Rusland. Zonder het toerisme komt Cuba ook zonder buitenlandse deviezen te zitten, en verliezen duizenden Cubanen hun werk en inkomen.
Oldtimertaxi
De Cubanen wachten in spanning af op wat er komen gaat. Ze verzamelen houtskool of –bij gebrek aan geld– takken om te koken, staan in de rij om rijst te kopen. De kenmerkende Amerikaanse oldtimertaxi’s rijden op hun laatste diesel, met prijzen die verdubbelden in een week tijd. Taxichauffeur Maicol schat dat hij nog een paar weken kan rijden met de diesel die hij heeft ingeslagen. Daarna moet zijn gezin het doen met het inkomen van zijn vrouw, die 7 dollar per maand verdient als laborant in een ziekenhuis. „Daar kunnen we natuurlijk niet van leven.”
Het is het begin van het einde, voorspelt groenteverkoper Antonio in het centrum van Havana. „Cuba gaat niet ten onder aan de Amerikaanse blokkade, maar aan zichzelf, aan de corruptie.” Als particuliere verkoper in het socialistische Cuba weet Antonio waar hij het over heeft. „Alles wordt geroofd. Tot aan de humanitaire hulpmiddelen toe. Dan komen ze me hier de zakken rijst aanbieden.”
Dezelfde corruptie zorgt ervoor dat het leger het volk niet meer zal onderdrukken, mochten de Cubanen massaal in opstand komen, denkt Antonio. „(De Cubaanse revolutionair, YB) Fidel Castro was een populist. Hij gaf de mensen huizen, eten en zorg. Nu moet je voor alles betalen. Diaz-Canel is een marionet van de echte machthebbers in dit land. Hij heeft geen charisma. Niemand wil voor hem vechten.”
Antonio runde acht jaar lang een clandestiene protestantse kerk in Havana, en emigreerde daarna naar Spanje. In de pandemie kwam hij terug om voor zijn zieke moeder te zorgen, tot ze overleed. „Nu wil ik in Cuba blijven, om het regime te zien vallen. Want ik twijfel er niet aan dat dat gaat gebeuren. Elk rijk heeft zijn periode van opkomst, bloei en verval. Dit regime is op sterven na dood.”
Uit veiligheidsoverwegingen worden alleen de voornamen van de geïnterviewden gepubliceerd. De volledige naam van de geïnterviewden is bekend bij de redactie.









