Cultuur & boekenRecensie

Als het frontje maar klopt: een muur van schijnbeschaving in ”Moederheil” van Els Florijn

De komst van een kind en het zwaard dat door je moederziel gaat. Els Florijn schrijft over aloude thema’s vanuit een verrassende invalshoek. Dat geldt ook voor haar nieuwe roman ”Moederheil”.

Zwart-witfoto van twee strak opgemaakte ziekenhuisbedden in een kamer. 
Interieur van kraamkliniek in Moederheil. beeld Milo Schrurs, collectie Stadsarchief Breda

De laatste helft van het jaar 2025 bracht twee vakkundig geschreven literaire romans van eigen bodem op. In september verscheen ”Een tijd als deze” van Sarah van der Maas en in december, net voor Kerst, lag ”Moederheil” van Els Florijn in de winkels. Beide auteurs vertellen een onbekend stukje geschiedenis in romans die zowel qua vorm (structuur, stijl, taalgebruik) als qua inhoud interessant zijn.

Moederheil, zo heette de instelling waar tot in de jaren zeventig ongehuwde meisjes in het geheim konden bevallen van hun kind. Soms met een doek over het gezicht, want je kon je baby beter niet zien. Erover praten mocht al helemaal niet. Voor de bevalling had je vaak al een document getekend waarmee je ‘vrijwillig’ afstand deed van je kind. De schande voor de mensen was immers te groot. De ‘gevallen’ meisjes in het zogeheten doorgangshuis mochten ook onderling niet veel met elkaar praten. Sofia, een van de hoofdpersonen in Florijns boek, heeft er lak aan.

Wat haar moeder, een vrouw van lichte zeden, is overkomen, zal Sofia niet gebeuren

„Welkom in deze Moederhel”, zo begroet ze Maria, een nieuw meisje dat de eetzaal wordt binnengeloodst. De twee worden goede vriendinnen, hoewel ze een totaal verschillende achtergrond hebben. Die verschillende milieus beschrijft Florijn trefzeker. In deel één vertelt ze over Sofia, een meisje uit een volks milieu, een vechter. Wat haar moeder, een vrouw van lichte zeden, is overkomen, zal haar niet gebeuren. Deel twee gaat over de hevige verliefdheid van Maria voor een knecht van haar vader die ook nog eens veel ouder is dan zij.

In deel drie kruisen de wegen van Sofia en Maria elkaar in de instelling. Beiden zijn tot hun ontsteltenis zwanger geraakt. In plaats van steun ondervinden ze afkeuring en afwijzing. Hoe het hun na de bevalling vergaat, komt in deel vier en vijf aan de orde.

Het laatste deel had ”Rosa” kunnen heten. Zij is de derde in het vriendinnenverbond. Haar zwangerschap is het gevolg van misbruik. Ook deze meisjes verbleven in Moederheil. Na alle narigheid thuis moesten ze nog de misère van de doorgangshuizen meemaken.

Subtiel

In het slotdeel nemen Maria en Sofia op hun geheel eigen wijze afscheid van Rosa. Aan het strand, waar ze kunnen roepen wat ze willen. Er is „niemand die zegt dat ze niet gezien mogen worden. Niemand die zegt dat ze alles maar moeten vergeten. Niemand die zegt dat er maar beter niet over gepraat kan worden.” En: „In de verte lijkt de zee van glas” – een subtiele verwijzing, voor de goede verstaander. Florijn is daar goed in: in het subtiel aanbrengen van diepere dimensies.

Op eenzelfde, haast onopvallende manier, beschrijft ze psychologische processen die optreden bij traumatische gebeurtenissen: „Een hand pakt de pen. Van bovenaf ziet Maria hoe een jonge vrouw in een verkrampt, bevroren schrift haar naam zet. Niet doen, wil ze tegen haar zeggen, maar het is al te laat; ze heeft al getekend.” Een slachtoffer focust niet meer op wat er gebeurt, maar op alle details uit de omgeving: „Ze ziet de afzonderlijke korrels waspoeder die op de grond gemorst zijn, ze ziet het stof op de plint, en ze ziet zichzelf, van bovenaf en van binnenuit, alsof haar lichaam er niet meer toe doet.”

Schijnbeschaving

Het tweede deel –onmogelijke liefde tussen een rijke dochter en een arme knecht– maakte licht nostalgische gevoelens wakker. Alsof je in een goeie oude streekroman van Annie Oosterbroek-Dutschun beland bent, of in een jeugdboek à la ”De Duiventil”. Warme, nostalgische gevoelens blijven weg bij de wereld die Florijn beschrijft. Een wereld waarin standsverschil enorm belangrijk is, waarin het van wezenlijk belang is hoe je je bestek tijdens het diner hanteert en of de kraag van je overhemd geen slijtageplekken vertoont. Zowel Sofia als Maria loopt tegen een muur van schijnbeschaving op. Een beschaving die bestaat uit uiterlijke vormen, waarin alles moet gaan zoals het altijd is gegaan. Waarin je je gedraagt zoals het hoort, zodat geen mens wat op je aan te merken heeft. Het maakt minder uit als het achter die muur liefdeloos en leeg is. Als het frontje maar klopt.

De roman is geschreven vanuit het perspectief van de vrouwen die in Moederheil zaten. Florijn heeft ze gesproken voor haar boek. Ze wilde hun die moesten zwijgen een stem geven. „De gebeurtenissen in de roman zijn niet verzonnen maar gebaseerd op echte ervaringen. Elk van die afstandsmoeders die ik sprak, kan zich in iets uit het boek herkennen”, vertelt ze in een interview. Ze kiest partij, voor de meiden in Moederheil. Voor de ‘slechte’ moeder van Sofia, die eigenlijk een goede moeder is. Voor Betty, ze drinkt en rookt te veel, maar ze is een schat. En tegen de ouders van Maria, tegen de donkerblauwe maatschappelijk werkster, tegen de directrice. Het beeld had genuanceerder kunnen zijn, zodat je meer de complexiteit van het systeem ervaart waarin mensen vastzitten. Begrijpt waarom ouders en directrices zich gedroegen zoals ze zich gedroegen. Ergens in het boek noemt Florijn enkele zaken die in de maatschappij van die tijd speelden (bombardementen in Vietnam, een soldaat die celstraf krijgt vanwege lang haar). Dat had wat mij betreft vaker gemogen, om een beter tijdsbeeld te krijgen.

”Moederheil” zal een breed publiek aanspreken, wat te maken heeft met de gelaagdheid. Het is een toegankelijk boek om te lezen, maar heeft ook diepgang en literair raffinement: kleuren, beelden, verwijzingen binnen het boek en verwijzingen naar bronnen daarbuiten. De roman zou geschikt zijn om in het literatuuronderwijs te gebruiken. Met een opdracht als: „Haal alle kleuren blauw en grijs uit het boek en vertel waarom die kleur in die context wordt gebruikt.” Niet iedereen zal ondertussen Florijns plastische beschrijvingen, van menstruatie, overgeven, bevalling, kunnen waarderen. Ze beschrijft de werkelijkheid onverbloemd. Dat is onderdeel van haar stijl. Ze doet weer wat anders dan in haar eerdere boeken. Een deel van haar lezers zal sommige passages niet gepast vinden. Mede daarom zou ik zeggen dat ”Moederheil” geschikt is om te lezen vanaf een jaar of 15.

Om kunst te maken moet je een verwachtingshorizon doorbreken

Om kunst te maken moet je een verwachtingshorizon doorbreken. Els Florijn doet dat met verve. Het woord ”verve” heeft trouwens niets met verf te maken. Het komt uit het Frans en betekent ”bezieling”. Nu is aan verf denken niet helemaal misplaatst, want kleuren met woorden, dat doet ze tenslotte ook.

Boekomslag met daarop een fragment van een vrouw in een groen gestreepte zomerjurk. 

Moederheil

Els Florijn 

uitg. Mozaïek

352 blz.

€ 24,99