Kamper kogge van Lelystad naar Zwartsluis
Tien jaar lag de Kamper kogge in een loods bij Lelystad. Dinsdag is hij naar Zwartsluis vervoerd, waar hij wordt gerestaureerd.

Het middeleeuwse scheepswrak, gebouwd tussen 1415 en 1420, werd in 2011 aangetroffen bij onderwateropgravingen in de IJssel, nabij Kampen, als onderdeel van het project Ruimte voor de Rivier. De kogge –20 meter lang, 8 meter breed en zo’n 50 ton zwaar– bleek goed bewaard gebleven. In 2016 werd hij geborgen, tegelijk met twee kleinere schepen. Die werden niet geconserveerd, maar de kogge bleek het bewaren waard.
Dat was geen sinecure. Het hout was doordrenkt met water. Om het schip te behouden, moest dat water langzaam worden vervangen door een soort was. Zonder dat procedé zou het schip uiteen zijn gevallen tot zaagsel.
In een speciaal gebouwde hal op het terrein van museum Batavialand stond het schip op een ijzeren stellage. Drie keer per week werd het besproeid met polyethyleenglycol (PEG). Daarna moest het schip drie jaar drogen. Ook 400 losse onderdelen werden geïmpregneerd. Slechts een enkeling mocht in die jaren de hal in, waar de luchtvochtigheid constant werd bewaakt.
En nu ging de kogge verhuizen. Ook geen sinecure. Het schip werd ingepakt in sterk plastic. De zijwand van het conserveringsstation werd afgebroken, anders kon de kogge er niet uit. Stellage-met-schip reed naar de kade en werd op een ponton getild. Een sleepboot trok het naar Zwartsluis. Na restauratie wordt het schip tentoongesteld in Kampen.





