
FVD’er Van Meijeren over abortus: Maatschappelijke verandering is veel belangrijker dan wat in de Kamer gebeurt
Forum voor Democratie roert zich op het thema abortus. Waar komt dit vandaan, wat beoogt de partij en waarom kiest zij voor een andere aanpak dan SGP en ChristenUnie?
December 2018. Aan het woord is Thierry Baudet, op dat moment partijleider van FVD. Hij kruist in Gouda, bij Driestar educatief, de degens met toenmalig SGP-leider Kees van der Staaij. „Wij staan op dit moeilijke thema aan de andere kant. Wij kiezen voor de vrijheid voor de vrouw, het beschikkingsrecht voor de vrouw”, zegt hij. Glashelder is dat de twee partijen raakvlakken hebben, maar ook dat abortus een van de verschilpunten is.
In de jaren erna verandert het standpunt van FVD echter. In het politieke debat in de Tweede Kamer komt de partij met een kritische houding tegenover abortus in hetzelfde kamp als de SGP. Waar de fractie in 2021 nog stemt voor afschaffing van de verplichte vijfdaagse beraadtermijn, stemt FVD in 2022 tegen een wetsvoorstel dat dit moet regelen en tegen een wetsvoorstel om de abortuspil verkrijgbaar te maken bij de huisarts. Kamerlid Pepijn van Houwelingen stelt bovendien voor om de abortusgrens te verlagen van 24 naar 18 weken.
Waar de partij zich in haar verkiezingsprogramma’s van 2017, 2021 en 2023 wel uitsprak over euthanasie –daarover later meer–, ontbrak een standpunt over abortus. Ook dat is veranderd. FVD wil de abortustermijn terugbrengen naar twaalf weken en de bedenktermijn herstellen, zo staat in het nieuwe verkiezingsprogramma. „Zodat zorgvuldigheid en waardigheid van het leven samengaat met individuele beslissingsvrijheid”, besluit de alinea over abortus.
In de conceptversie van het programma pleitte FVD voor het terugbrengen van de grens naar zestien weken, en een vijfdaagse bedenktermijn bij zwangerschappen vanaf acht weken. Het voorstel om deze tekst aan te scherpen, kreeg steun van 75 procent van de leden die stemden; 10 procent stemde tegen.
Wie de Haagse debatten over abortus volgt, ziet dat FVD het thema nadrukkelijk anders aanvliegt dan SGP en CU. Dat is een bewuste keuze, maakt FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren duidelijk in een vraaggesprek.
Waarom kiest FVD voor een termijn van twaalf weken?
„In de ideale wereld zou er wat mij betreft helemaal geen abortus meer plaatsvinden. Wij geloven alleen dat zo’n verandering niet primair wordt bewerkstelligd door van hogerhand verboden op te leggen. In een ideale samenleving vindt er geen abortus meer plaats omdat mensen dat niet meer willen. Daarvoor is veel meer een cultuurverandering nodig, een mentaliteitsverandering ten aanzien van de beschermwaardigheid van het leven. Daar is een groot deel van onze inbreng op gefocust: om de waarheid te laten zien, om mensen goed voor te lichten, om ervoor te zorgen dat vrouwen die als gevolg van een ongeplande zwangerschap in een noodsituatie verkeren, weten dat ze alle steun en hulp kunnen krijgen zonder dat een abortus nodig is.
Van Meijeren is „met volle overtuiging gaan geloven in God”, maar wil geen beroep te hoeven doen op het christendom
En waarom dan die twaalf weken? Omdat je wel grenzen moet stellen. Wat voor ons in ieder geval heel belangrijk is geweest, is dat je vanaf twaalf weken echt een grens overschrijdt. Er is dan sprake van absolute morele roekeloosheid, omdat het tweede trimester van de zwangerschap ingaat en de abortus er heel anders uitziet. Vanaf dat moment wordt vaak gekozen voor een instrumentele abortus. Daarbij wordt een baby’tje met alles erop en eraan in de baarmoeder op gruwelijke wijze uit elkaar getrokken. De details zal ik besparen, maar die zijn gruwelijk.”

Eerste stap
Van Meijeren spreekt bij de twaalfwekengrens van een „eerste stap”. Een- en andermaal maakt hij duidelijk dat FVD streeft naar een abortusvrije samenleving. „Ik denk dat we een heel eind op de goede weg zijn als we er in ieder geval voor zorgen dat er geen abortussen meer plaatsvinden in het tweede trimester. Zo hou je een doel ook realistisch. Ik denk ook dat dit op dit moment haalbaar is, als partijen goed op de hoogte zijn van wat er allemaal speelt. Vervolgens kunnen we altijd verder kijken naar hoe we nog dichter bij de ideale wereld komen die wij voor ons zien.”
Recent noemde u het doden van ongeboren baby’s van 22 weken oud „het absolute kwaad”. Ligt dat wat u betreft genuanceerder als het om een kindje van tien weken gaat?
„Dat is een terechte vraag. Enerzijds zeggen wij dat het leven beschermwaardig is vanaf het moment van conceptie. Daar vloeien onze standpunten uit voort. Tegelijkertijd denk ik dat je kunt zeggen dat bepaalde handelingen op enig moment moreel verwerpelijker worden.”
„Ik zie een verschil tussen –om het in het extreme te trekken– een vrouw die is verkracht en binnen twee dagen door middel van een zuigcurettage of een abortuspil een abortus laat uitvoeren en een vrouw die na 21 weken bedenkt dat ze toch liever een jongetje dan een meisje had en daarom een baby’tje van 30 centimeter zonder verdoving op gruwelijke wijze uit elkaar laat trekken.”
Waarin is de visie van FVD geworteld?
„De belangrijke waarden van onze partij zijn, denk ik, de christelijke normen en waarden. Primair omdat onze hele beschaving daarop is gebouwd. Liefde, vrede, waarheid, gelijkwaardigheid van mensen, omkijken naar elkaar en de beschermwaardigheid van het leven zijn fundamenten waarop onze hele beschaving is gebouwd.”
Maar FVD staat toch al vanaf het begin voor die waarden? De lijn die de partij nu ten aanzien van abortus heeft, was er echter niet vanaf het begin.
„Dat klopt. Allereerst omdat we daar in onze eerste jaren minder op waren gefocust. Daarnaast staat FVD bekend als debatpartij. Wij zijn dag in, dag uit met elkaar in debat over allerlei kwesties. Wat denk ik echt de kracht van de partij is, is dat wij het niet schuwen om standpunten aan te passen wanneer nieuwe inzichten en goede gesprekken daar aanleiding toe geven. Daarnaast is de coronatijd voor mij een kantelpunt geweest, waardoor ik veel thema’s opnieuw ben gaan overwegen.”
FVD is een debatpartij en staat open voor nieuwe inzichten, zegt u. Zou het dan ook kunnen gebeuren dat de partij over tien jaar meer de kant van prochoice op gaat, als daar in jullie optiek dan overtuigende standpunten voor zijn?
„Zelf zie ik het meer zo dat onze standpunten zich in een bepaalde richting ontwikkelen. Het ligt niet voor de hand dat wij straks een draai gaan maken.”

Duistere krachten
Van Meijeren zegt dat hij in de coronatijd „heel sterk” tot het inzicht is gekomen „dat wij worden bestuurd door entiteiten die niet het beste voorhebben met de bevolking”. En dat achter beleid dat wordt voorgesteld als iets met een nobel doel, „veel perverse belangen schuilgaan”. De FVD’er spreekt van een „daadwerkelijke strijd” die op een diepere laag wordt gevoerd, „in het verborgene, waar duistere krachten en machten actief zijn”. Ook zegt hij: „Ik denk dat de aanval op het gezin, op het geloof en op traditionele waarden niet een neveneffect is, maar dat een belangrijk doel ervan is om mensen te ontwortelen. Omdat mensen die geworteld zijn veel sterker en onafhankelijker zijn.”
„Veel zaken die ik bij corona herkende, zag ik op enig moment ook in het abortusdebat”, zegt de FVD-parlementariër. „Kritische stemmen worden niet tegengesproken met inhoudelijke argumenten, maar worden geconfronteerd met persoonlijke aanvallen, dehumanisering en pogingen om die standpunten überhaupt uit het debat te weren. Dat er geen goede tegenargumenten zijn, moet worden verhuld, omdat de perverse belangen eigenlijk de overhand hebben. Het gaat niet over volksgezondheid, het gaat niet over baas in eigen buik zijn.”
Naar eigen zeggen is er bij Van Meijeren primair sprake geweest van een geleidelijk proces. Een moment dat hij „doorslaggevend” noemt, is toen hij werd geïnformeerd over hoe abortussen eruitzien in het tweede trimester. „Die beelden krijg ik nooit meer van mijn netvlies. Ik heb het niet snel, maar ik merkte echt dat ik daar erg onpasselijk van werd.”
In de afgelopen jaren is Van Meijeren, die christelijk is opgevoed, opnieuw de Bijbel gaan lezen en „weer met volle overtuiging gaan geloven in God”. Of dat effect heeft op zijn abortusvisie? „Het zal er niet los van te zien zijn, maar ik ben er sterk van overtuigd dat alle standpunten die ik hier uitdraag rationeel en objectief te verdedigen zijn, zonder een beroep te hoeven doen op het christendom.”
In het politieke debat over abortus gebruikt u niet alleen woorden, maar in de achterliggende tijd ook een model van een foetus, een T-shirt met een foetus erop en recent een foto van een geaborteerd kind. Wat is uw primaire doel in debatten over abortus?
„Met name om die cultuurverandering en mentaliteitsverandering te bewerkstelligen door bewustzijn te creëren. Een bekend spreekwoord is dat één beeld soms meer zegt dan duizend woorden. Ten aanzien van deze voorbeelden is daar ook daadwerkelijk onderzoek naar gedaan. Daar kwam duidelijk uit naar voren dat personen die werden geconfronteerd met beelden van de realiteit, veel sneller anders gingen kijken naar abortus dan wanneer je alleen woorden gebruikt.
In mijn optiek is het helemaal niet schokkend als ik een model van een foetus laat zien. De realiteit die erachter schuilgaat, díe is schokkend. Ik geloof dat het, om die cultuurverandering te realiseren, heel belangrijk is taboes te doorbreken en af en toe de confrontatie aan te gaan.
Onze moties kunnen hier worden verworpen, maar we zijn wel zaadjes aan het planten en bewustzijn aan het creëren. Dat is de eerste stap van maatschappelijke verandering. Het sluitstuk is dat hier een wetsvoorstel wordt aangenomen. Wij zien het als een cultuurstrijd waarin de politiek maar een heel klein schakeltje is.”
Eerder dit jaar zei SGP-Kamerlid Diederik van Dijk in het Reformatorisch Dagblad: „Ik moet de eerste FVD’er nog tegenkomen die met een abortuskritische motie komt en dan fractie voor fractie langsgaat en zich de blaren op de tong praat om een Kamermeerderheid te organiseren. Ze gooien een steen in de vijver en dan rennen ze weer weg.” Kunt u daar eens op reageren?
„De SGP is een andersoortige partij dan FVD. Wij zijn primair gefocust op het creëren van bewustzijn en het inzetten op die cultuurverandering, terwijl de SGP misschien meer gefocust is op de kleine aanpassingen van het beleid. Maar het sluit elkaar absoluut niet uit.
Ik vind het soms lastig dat de SGP op enig moment zegt: dat deel van de waarheid moet nu maar even verhuld blijven, zodat andere partijen blij blijven. Ik denk dan: nee, de waarheid móét aan het licht worden gebracht, hoe pijnlijk en confronterend die ook is. Ik heb de heer Van Dijk weleens geconfronteerd met een vers uit de Bijbel, Efeze 5:11. Daar staat duidelijk dat je niet moet meebewegen met de duisternis die zich in het verborgene afspeelt, dat het niet voldoende is om er niet aan mee te doen, maar dat je die ook daadwerkelijk moet ontmaskeren.”
Misschien vullen de SGP en FVD elkaar wel goed aan, denkt Van Meijeren. „Waarbij de SGP optreedt als de getrouwe getuigenispartij en FVD, als jonge beweging die misschien minder conflictmijdend is en meer de confrontatie zoekt en taboes doorbreekt, ervoor kan zorgen dat de boodschap een groter deel van de samenleving bereikt.”
Bent u niet bang dat u wel in de samenleving mensen overtuigt, maar dat u in de Tweede Kamer, waar de stemmingen plaatsvinden, iedereen tegen zich in het harnas jaagt?
„Ik geloof echt dat die maatschappelijke verandering veel belangrijker is dan wat hier in de Tweede Kamer gebeurt. Dat heeft er ook mee te maken dat ik al niet meer geloof in de democratische rechtsstaat, waarvan vaak wordt gezegd dat wij dat zijn. Ik geloof dat heel veel besluiten niet hier in het parlement worden genomen, maar door tal van instituties en internationale organisaties.
Voor mij persoonlijk is het werk in de Tweede Kamer met name waardevol omdat we hier in ieder geval een duidelijk platform hebben om die maatschappelijke verandering te creëren door bewustzijn te vergroten.” Van Meijeren denkt dat „te veel Kamerleden zich blindstaren op het politieke handwerk”.

Is er bij het levenseinde volgens u ook sprake van wat u in een recent embryodebat betitelde als „zelf voor God gaan spelen”?
„Ja, tot op zekere hoogte wel. Maar ook hier geldt dat ik het vaak lastig vind een zwart-witstandpunt in te nemen. Ik geloof absoluut in het uitgangspunt dat God beslist over leven en dood. Maar ik zou het vanuit mijn positie ook moeilijk vinden om te oordelen dat iemand bij wie sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden dat allemaal moet blijven doorstaan.”
Voorstellen voor een wet voor zogenoemd voltooid leven, waarbij uitzichtloos of ondraaglijk lijden geen vereiste is voor euthanasie, noemt hij „een heel gevaarlijke ontwikkeling”. In het eerste verkiezingsprogramma van FVD, in 2017, pleitte de partij daar overigens juist voor. Van Meijeren kijkt ervan op. „Vóór de wet op het voltooid leven? Oké, interessant. Zelf was ik toen nog niet bij de partij betrokken. Ik ben benieuwd waar dat vandaan is gekomen.” Hij wijst erop dat in eerdere jaren „nog meer liberale stemmen vertegenwoordigd waren” in de partij.
Vindt u dat de overheid mensen bij „uitzichtloos en ondraaglijk lijden” de mogelijkheid moet bieden voor euthanasie te kiezen?
„Dat is een beetje dezelfde discussie als bij abortus. Soms heb je extreme situaties waarin ik er, als je mij vergelijkt met de SGP, niet zó strikt in sta dat ik vind dat de overheid iets totaal moet verbieden. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat het debat hierover open en eerlijk wordt gevoerd.
Of het nu gaat over orgaandonatie, abortus, of euthanasie, ik denk dat er altijd gevallen te bedenken zijn waarbij ik zeg: hier kan ik het in de hele belangenafweging moreel verdedigbaar vinden – in elk geval dat personen er zelf voor kunnen kiezen.”
FVD pleitte in het verkiezingsprogramma van 2021 en 2023 voor handhaving van de bestaande euthanasiewetgeving; dit keer ontbreekt dat. Waarom?
„De precieze afweging daarachter moet ik je schuldig blijven. Bij ons schrijft het partijbestuur het verkiezingsprogramma en de leden hebben het laatste woord.”
Hoe staat de fractie er nu in?
„Wij hebben op dit moment geen concrete voorstellen om die wetgeving te veranderen. Daarbij moet ik zeggen dat ik me nu heb verdiept in een aantal medisch-ethische kwesties, van abortus tot de embryowetgeving. Ik sluit niet uit dat als we ons goed gaan verdiepen in de euthanasiewetgeving, daarachter ook een wereld schuilgaat die op dit moment misschien nog onduidelijk is voor ons.”










